Archief Willem Banning
Periode
1896-1988
Omvang
4.75 m.
Raadpleging
Beperkt
De
inventarisnummers 2, 4, 6-7, 9-10, 12, 14, 17-18, 24-35, 37-39, 42, 48-49, 52,
78-82 en 109-114 zijn gesloten. In bepaalde gevallen is raadpleging na vooraf
verkregen schriftelijke toestemming van de familie mogelijk.
Zie informatie over raadpleging
Biografie
Willem Banning (1888-1971); volgde onderwijzersopleiding aan de Rijkskweekschool te Haarlem, was actief in de geheelonthoudersbeweging, studeerde theologie aan de Rijksuniversiteit Leiden, werd na predikantschap in Haarlo en Sneek in 1929 directeur van de Vereniging Woodbrookers; leidde vanaf 1931 het conferentiecentrum van de Arbeidersgemeenschap der Woodbrookers te Bentveld; promoveerde in 1931 op Jean Jaurès; vanaf 1931 in het partijbestuur van de SDAP en van 1935 tot 1937 in het dagelijks bestuur; predikant te Haarlem vanaf september 1940, zeer kritisch naar Duitse bezetters, als gijzelaar in Sint Michielsgestel gevangen gehouden mei 1942-december 1943, predikant te Naaldwijk vanaf februari 1944; betrokken bij oprichting vormingsinstituut Kerk en Wereld en vervolgens directeur 1945-1953; speelde rol bij oprichting PvdA 1946; hoogleraar kerkelijke sociologie Rijksuniversiteit Leiden 1946-1958, tevens buitengewoon hoogleraar Rotterdam.
Inhoud
Ingekomen brieven van o.a. J.W. Albarda, J. Barents, J.J. Buskes, P.S. Gerbrandy, P. Geyl, M. van der Goes van Naters, H.T. de Graaf, E.C. Knappert, H. de Man, R. Mees, O. Noordmans, H. Roland Holst, A.A. van Ruler, W. Schermerhorn, K. Strijd, H.B. Wiardi Beckman 1928-1970; familiecorrespondentie 1896-1970; stukken betreffende zijn studie theologie en promotie 1916-1932, verblijf als gijzelaar in Sint Michielsgestel 1942-1943, predikantschap Sneek 1920-1929, Haarlem 1940-1942 en Naaldwijk 1944-1945, hoogleraarschap Leiden en Rotterdam 1946-1958, organisatie en cursussen Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers te Bentveld en Kortehemmen en Woodbrookers te Barchem 1918-1949, overige cursussen en lezingen 1929-1965, SDAP 1921-1937, Nederlandse Volksbeweging (NVB) 1942-1948; manuscripten en typoscripten 1931-1965; publicaties over W. Banning 1920-1988.
Ordening
In 1988 droeg mevrouw H. van Wirdum-Banning, de oudste
dochter van Banning, nadat zij een biografie van haar vader voltooid had (zie
literatuurverwijzing), zijn archief over aan het Internationaal Instituut voor
Sociale Geschiedenis (IISG) te Amsterdam. Dit is de kern van het archief
Banning. Uit de in 1986 en 1990 verworven aanvullingen op het archief van de
Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers zijn sommige stukken overgebracht naar
het archief van Banning, omdat deze stukken, waaronder correspondentie,
duidelijk hadden behoord tot het persoonlijk archief van Banning.
Een
eerste ordening van het materiaal was al vóór overdracht aan het IISG door
mevrouw H. van Wirdum-Banning aangebracht. Sporen van haar werk zijn in het
archief te vinden, vaak in de vorm van briefjes met notities over de aard en de
inhoud van de stukken. In het archief zijn ook enkele stukken van Banning's
echtgenote aanwezig alsmede van enkele andere familieleden. Het archief van
Banning kent de nodige lacunes. Het archief bevat vrij veel correspondentie,
alsmede manuscripten en aantekeningen die Banning raadpleegde bij het schrijven
van artikelen en het voorbereiden van lessen en lezingen. Maar het archief
bevat bijvoorbeeld weinig stukken over Banning's activiteiten binnen de SDAP en
over zijn betrokkenheid bij de oprichting van de PvdA. Derhalve is het om een
goed beeld te krijgen van de diversiteit van leven en werken van Banning
noodzakelijk ook andere archieven te raadplegen. In eerste instantie komt
daarvoor het archief van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers in
aanmerking. De inventaris van dit archief is ook in deze Werkuitgave opgenomen.
In tweede instantie bevatten ongetwijfeld de archieven van de SDAP en de PvdA
de nodige aanvullende informatie. Foto's en ander beeldmateriaal, afkomstig van
Banning, zijn overgedragen aan de afdeling Beeld en Geluid van het IISG.
Bewerking
Inventaris gemaakt door Bouwe Hijma in 1998; idem aanvulling 2009 en 2011
VOORWOORD
In deze Werkuitgave zijn de
inventarissen opgenomen van de archieven van de
Arbeiders Gemeenschap
der Woodbrookers (AGW)
en
Adriaan van Biemen
alsmede van het archief van
Willem Banning
. Besloten is
deze inventarissen in één band uit te brengen omdat de levens van Banning en
Van Biemen en derhalve ook hun archieven nauw verbonden zijn met de Arbeiders
Gemeenschap der Woodbrookers, waarvoor zij zich jarenlang hebben ingezet.
De Werkuitgave begint met de inventaris van de archieven van de Arbeiders
Gemeenschap der Woodbrookers en Adriaan van Biemen. Deze inventaris heeft een
gezamenlijke inleiding en een doorlopende nummering.
In het tweede deel
van de Werkuitgave volgt de inventaris van het archief van Willem Banning. Deze
inventaris heeft een afzonderlijke inleiding op het leven en het archief van
Banning en kent een eigen nummering.
Achter deze inventarissen volgt een
index op het geheel en deze index verwijst naar de paginanummers.
De
Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers, die enkele jaren geleden de landelijke
omgeving van Bentveld heeft verruild voor de Amsterdamse Keizersgracht en na
opheffing van de oude vereniging is opgegaan in de nieuw opgerichte vereniging
`De Rode Hoed', was zo vriendelijk de ordening van de archieven financieel te
ondersteunen.
Amsterdam, oktober 1998
Uitgebreide biografische schets van Willem Banning
Willem Banning werd op 21 februari 1888 in Makkum geboren als oudste zoon
uit het huwelijk van
Jan Hermanus Banning
, visser en
timmerman, en Aafke Canrinus, dochter van de koster van de Ned. Herv. Kerk.
Toen Willem de (openbare) lagere school bijna doorlopen had, besloten zijn
ouders op advies van de onderwijzers dat Willem verder zou leren en naar de
kweekschool zou gaan. In 1903 slaagde hij voor het toelatingsexamen van de
Rijkskweekschool in Haarlem, bijgenaamd `De Bak', en verliet hij het ouderlijk
huis.
Al snel werd Banning actief in organisaties van kwekelingen en in
de beweging voor geheelonthouding (drankbestrijding). Van de in 1906 opgerichte
landelijke
Kweekelingen Geheel Onthouders Bond (KGOB)
werd
Banning secretaris, evenals van de
Haarlemse Kweekelingen
Geheelonthouders Vereeniging
. Op het congres in 1907 werd Banning
gekozen tot redacteur van De Kweekelingen-Bode (Kah-Béh). Dit bleef hij ruim
een jaar, daarna werd hij gekozen tot voorzitter en propagandist van de in 1908
opgerichte `Vereeniging van Nederlandsche Kweekelingen en Oud-Kweekelingen'.
Hierin bleef hij actief tot omstreeks 1914.
Zijn eerste baan kreeg hij in
1907 als gouverneur van een notariszoon te Hoorn. Dit liet hem veel vrije tijd
die hij wijdde aan bovengenoemde verenigingen, terwijl hij geleidelijk tot het
besluit kwam theologie te gaan studeren. In 1909 zat zijn werk in Hoorn er op
en na een kort intermezzo in Sloten ging hij aan de slag als onderwijzer aan de
openbare lagere school in Nieuwendam, waar hij tot september 1911 zou blijven.
In 1913 deed Banning het eindexamen gymnasium. In deze jaren leerde Banning ook
zijn toekomstige vrouw kennen. Henriëtta (Han) Johanna Wilhelmina Schoemaker
was op 10 januari 1889 geboren in Broek in Waterland en werd onderwijzeres,
eerst in Landsmeer en vanaf 1910 in Wormerveer, waar zij bleef tot hun huwelijk
op 9 oktober 1915. In september 1913 ging Banning theologie studeren aan de
Rijksuniversiteit in Leiden, het centrum van de `Moderne Theologie', waar
vooral P.D. Chantepie de la Saussaye, K.H. Roessingh en W.B. Kristensen zijn
leermeesters waren. Vier jaar later, op 18 november 1917, werd Banning
bevestigd als predikant in Haarlo in de Achterhoek.
Banning had in 1916
zijn eerste contacten gelegd met de Woodbrookers in Barchem en nu hij in de
buurt predikant was geworden, werden die contacten geïntensiveerd. In december
1908 was de `Vereeniging Woodbrookers in Holland' opgericht als reünistenclub
van vooral theologen, die een periode van enkele maanden hadden doorgebracht in
het Woodbrooke Settlement van de Engelse Quakers bij Selly Oak in de buurt van
Birmingham. Banning en zijn vrouw volgden in de zomer van 1916 voor de eerste
keer een cursus in Barchem en werden kort daarna lid van de vereniging. In deze
jaren in Haarlo was Banning niet alleen in Barchem actief. Ook bleef hij
lezingen houden voor groepen en organisaties als De Blijde Wereld, het
Religieus Socialistisch Verbond, de Nederlandse Protestanten Bond, de
Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond, de
Sociaal-Democratische
Arbeiderspartij
en verschillende takken van de
Geheelonthoudersbeweging. In 1920 vertrok Banning naar Friesland en werd hij
predikant in Sneek, waar nadrukkelijk een socialistische `rooie dominee'
gezocht was. Behalve in zijn standplaats was Banning in deze jaren vooral
actief binnen de Vereeniging Woodbrookers in Holland en het daaronder vallende
Werkverband van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers (AG), waarvan hij in
1919 mede-oprichter was. In 1923 nam hij ook zitting in het bestuur van de
moedervereniging, waarvan hij in 1926 penningmeester werd. De Vereniging
Woodbrookers besloot in 1926 op termijn een directeur te benoemen, waarvoor een
fonds werd gevormd. Per 1 oktober 1929 werd Banning tot directeur benoemd.
Daarnaast ging Banning weer studeren. Eerst voor zijn doctoraal examen, dat hij
zomer 1929 behaalde en daarna voor zijn promotie, die gestalte kreeg in de
dissertatie Jaurès als denker, waarop hij op 22 mei 1931 promoveerde. Zomer
1931 verhuisde het gezin Banning naar Bentveld, waar Banning als directeur
samen met zijn vrouw het conferentiecentrum leidde. Daarnaast werd Banning
hoofdredacteur van het religieus-socialistische weekblad
Tijd en
Taak
dat in oktober 1932 de opvolger werd van
De Blijde
Wereld
.
In 1931 werd Banning ook gekozen in het partijbestuur
van de
Sociaal-Democratische Arbeiderspartij
(SDAP) en van
1935 tot 1937 maakte hij deel uit van het dagelijks bestuur. Banning zette zijn
mede-partijleden aan tot een ideologisch vernieuwingsdebat waarbij vooral de
ideeën van
Jean Jaurès
hem inspireerden.
Ook was
Banning nog docent aan de School voor Maatschappelijk Werk te Amsterdam, waar
hij lessen over `sociale stromingen' gaf. Maar het goede leerboek ontbrak en zo
verscheen in 1938 van zijn hand Hedendaagsche Sociale Bewegingen.
De
dreiging van Nazi-Duitsland en de lotgevallen van de Duitse vluchtelingen in
ons land hielden Banning zeer bezig. Toen de Duitse bezetting in mei 1940 een
feit was, was Banning's oordeel helder. Inmiddels op 8 september 1940 als
predikant bevestigd bij de Vere(e)niging van Vrijzinnige Hervormden te Haarlem,
stak hij in zijn preken zijn mening niet onder stoelen of banken. Op 4 mei 1942
werd Banning als gijzelaar vastgezet in Sint Michielsgestel, waar hij een
actieve rol zou spelen in de discussies over het na-oorlogse bestel,
uiteindelijk resulterend in de oprichting van de Nederlandse Volksbeweging
(NVB). Op 21 december 1943 werd Banning uit gevangenschap ontslagen op de
uitdrukkelijke voorwaarde dat hij en zijn gezin na 10 januari 1944 niet meer in
de provincies Noord-Holland of Utrecht mochten verblijven. Hij kreeg bericht
dat er in het Westland een predikantsplaats vacant was en een oude pastorie
leegstond en zo deed Banning op 6 februari 1944 zijn intrede als vrijzinnig
predikant te Naaldwijk.
Na de bevrijding maakte een aantal mensen binnen
de Hervormde Kerk onder aanvoering van Banning zich sterk voor het op korte
termijn oprichten van een vormings-, opleidings- en bezinningsinstituut dat de
zich vernieuwende Hervormde Kerk bezieling zou moeten geven. Dit leidde tot de
officiële opening op 20 november 1945 van het instituut `
Kerk en
Wereld
' te Driebergen. Banning werd voorzitter van het curatorium en
toen de directeur, dr. J.P.
Kruyt
in 1947 tot hoogleraar
in Utrecht werd benoemd, nam Banning tijdelijk het directoraat over. Na zijn
pensionering in 1953 bleef hij bij `Kerk en Wereld' betrokken, onder andere
door de uitgave van het Handboek Pastorale Sociologie dat onder zijn leiding
verscheen.
Als voorzitter van de `politieke studiecommissie' van de NVB
speelde Banning ook een rol van betekenis bij de fusie van SDAP, Vrijzinnig
Democratische Bond en
Christelijk-Democratische Unie
die
leidde tot de oprichting van de Partij van de Arbeid
(
PvdA
) op 9 februari 1946. Banning viel de eer te beurt op
het oprichtingscongres de openingstoespraak te mogen houden. Banning was tot
midden jaren vijftig de voornaamste PvdA-ideoloog maar binnen de
sociaal-democratie nam de belangstelling voor ideologie geleidelijk af en werd
het accent meer gelegd op de praktische regeringspolitiek.
Banning was en
bleef ook aan de universiteiten actief. In 1946 was hij benoemd tot
buitengewoon hoogleraar in de kerkelijke sociologie aan de theologische
faculteit van de Rijksuniversiteit Leiden. Later volgde een benoeming aan de
juridische faculteit van diezelfde universiteit. In Leiden nam hij afscheid als
hoogleraar in 1958. Daarnaast was Banning in 1953 benoemd tot buitengewoon
hoogleraar in de sociologie aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool in
Rotterdam, waar hij gedurende twee jaren Fred L. Polak verving. In 1958 werd
Banning zeventig jaar en nam hij afscheid van de universiteit. Bij gelegenheid
van zijn zeventigste verjaardag stuurde hij aan zijn vrienden het boekje
Terugblik op leven en strijd van althans een deel der generatie die
idealistisch-jong was aan het begin der twintigste eeuw toegelicht aan de
ontwikkelingsgang van één hunner. Banning zou in de jaren die nu volgden, nog
incidenteel lesgeven en vooral studeren en publiceren. In de herfst van 1965
werd Banning ernstig ziek. Tijdens zijn ziekteperiode overleed zijn vrouw op 29
november 1965. Banning zelf herstelde moeizaam maar de tijd van studeren en
publiceren was voorbij. Op 7 januari 1971 overleed Banning.
Literatuurverwijzing
Het is hier niet de
plaats om een uitgebreide lijst op te nemen van de publicaties van en over
Banning. Wie zich een eerste beeld wil vormen van leven en werken van Banning,
kan het best beginnen met het raadplegen van de volgende publicaties:
W.
Banning, Terugblik op leven en strijd van althans een deel der generatie die
idealistisch-jong was aan het begin der twintigste eeuw toegelicht aan de
ontwikkelingsgang van één hunner. Amsterdam, 1958;
H. van Wirdum-Banning,
Willem Banning 1888-1971. Leven en werken van een religieus socialist.
Amersfoort/Leuven, 1988;
Rob Hartmans, `Willem Banning' in Biografisch
Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland. Deel 6.
Amsterdam, 1995, pp. 16-23.
Met name bovenvermelde biografische schets
bevat een uitgebreide literatuuropgave. Mede hierom is deze schets integraal in
deze Werkuitgave opgenomen (zie pp. 111-117).
INVENTARIS
ALGEMEEN
Correspondentie
- 1-20
-
Ingekomen stukken.
1928-1942, 1945-1963, 1965-1970 en
z.j.
20 mappen.
- 1
-
1928-1936 en z.j.
N.B. Onder andere brieven van: J.J. Buskes , P.S. Gerbrandy , H.T. de Graaf , E.C Knappert , H. de Man .
- 21
-
Brieven van
Henriette Roland Holst
aan
W.
Banning
.
1935, 1937-1939,
1940-1941, 1943, 1945-1947.
1 map.
N.B. Bevat tevens:
- Brief d.d. 6 mei 1935 van David Luschnat aan Henriette Roland Holst. Met typoscript `Aufbruch der Seele'.
- Brief d.d. 28 juni 1943 van Henriette Roland Holst aan Banning's echtgenote tijdens diens gevangenschap.
- Brieven d.d. 3 en 8 oktober 1947 van M. Roland Holst betreffende de gezondheidstoestand van zijn tante, Henriette Roland Holst.
PARTICULIER
Familiecorrespondentie
- 24-28
-
Brieven van H. Schoemaker
aan haar ouders en van
W. Banning
aan zijn schoonouders.
1896, 1910-1928.
5 mappen.
N.B. Inv.nrs. 248 gesloten.
- 30
-
Correspondentie tussen
W. Banning
en zijn vrouw tijdens zijn verblijf in Parijs
16-31 januari
1930
en enkele
andere stukken betreffende dit verblijf.
1929-1930.
1 map.
N.B. Gesloten.
- 31
-
Correspondentie tussen
W. Banning
en zijn vrouw tijdens zijn verblijf in
Woodbrooke 22 april-11 mei
1932. 1932.
1 map.
N.B. Gesloten.
- 32
-
Brieven van H.J.
W.
Banning
-Schoemaker aan haar man te Barchem.
[1932
?].
1 omslag.
N.B. Gesloten.
- 35
-
Brieven van H.J.
W.
Banning
-Schoemaker aan haar man te Kortehemmen.
1938.
2 stukken.
N.B. Gesloten.
- 36
- Rondzendbrieven van W. Banning en H.J. W. Banning -Schoemaker d.d. 22 december 1943, 25 januari 1944, 8 december 1944 en 6 mei 1945. 1 omslag.
Feestelijke gelegenheden
- 41-42
-
Brieven ontvangen bij
gelegenheid van de vijfenzestigste verjaardag van
W.
Banning
.
1953.
2 mappen.
N.B. Inv.nr. 42 gesloten.
- 43-49
-
Brieven ontvangen bij de
zeventigste verjaardag van
W. Banning
en het bij
gelegenheid daarvan verschijnen van zijn autobiografie Terugblik op leven en
strijd van althans een deel der generatie die idealistisch-jong was aan het
begin der twintigste eeuw toegelicht aan de ontwikkelingsgang van één hunner,
alsmede een door Banning verzonden bedankkaart.
1958.
7 mappen.
N.B. Inv.nrs. 48-49 gesloten.
Diploma's en onderscheidingen
- 54
- Ere-insigne met bijbehorende toekenningsbrief, ontvangen bij het vijfentwintig-jarig lidmaatschap van de Nederlandsche Vereeniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken. 1935. 1 omslag.
- 55
- Benoemingsbrief tot lid van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden. 1945. 1 stuk.
- 56
- Oorkonde van benoeming van W. Banning tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw . Met bijlagen. 1953. 1 koker.
- 58
- Ingekomen brief van de Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels betreffende en juryrapport bij de uitreiking van de Thieme-prijs 1962 aan W. Banning . 1962. 2 stukken.
- 59
- Stukken betreffende de uitreiking van de Albert Schweitzerprijs door het Stichting Albert Schweitzerprijs/Internationaal Studiecentrum te Amsterdam voor de `afdeling Cultuurphilosophie' aan W. Banning op 12 januari 1963. 1963. 3 stukken.
Jeugdjaren en opleiding
School- en studietijd
Theologiestudie
- 67
- Diploma's behorende bij het kandidaats- en het doctoraalexamen in de theologie aan de Rijksuniversiteit Leiden. 1916, 1929. 2 stukken.
Tweede Wereldoorlog
Gijzelaarschap in Sint Michielsgestel
Correspondentie
- 78-79
-
Brieven van
H.J.
W. Banning
-Schoemaker aan haar man tijdens diens
verblijf in Sint Michielsgestel.
1942-1943.
2 pakken.
N.B. Inv.nrs. 78-79 gesloten.
- 80
-
Brieven van de dochters
Banning
en (aanstaande) schoonzo(o)n(en) aan hun
(schoon)vader tijdens diens verblijf in Sint Michielsgestel.
1942-1943.
1 map.
N.B. Gesloten.
- 81
-
Brieven van
W.
Banning
uit Sint Michielsgestel aan zijn zusters Auk en Lies,
alsmede brieven van zijn echtgenote aan zijn familie.
1942-1943.
1 omslag.
N.B. Gesloten.
- 82
-
Brieven van
W.
Banning
uit Sint Michielsgestel aan zijn echtgenote.
1942-1943.
1 pak.
N.B. Gesloten.
- 83
- Concepten van rondzendbrieven van H.J. W. Banning -Schoemaker aan vrienden om te bedanken voor hun brieven aan W. Banning in Sint Michielsgestel met daarin fragmenten uit brieven van Banning aan zijn vrouw. Met later getypte exemplaren. 1942 (mei)- 1943 (februari). 1 map.
Preken en bijbelcursussen
- 86
- Aantekeningen betreffende cursussen over het Nieuwe Testament o.a. in Sint Michielsgestel. 1942 en z.j. 1 katern.
- 87
-
Aantekeningen betreffende
het in Gestel door
H.J. Pos
gegeven college over `De
phaenomenologie van Husserl'.
1942.
1 katern.
N.B. Bevat ook aantekeningen betreffende The problem of right conduct door Peter Green.
- 89
- Overzichten van te Sint Michielsgestel te houden lezingen (?) met vermelding van bijbeltekst en spreker(s). [1942 of 1943]. 4 stukken.
- 90
- Aantekeningen betreffende lezingen en preken van W. Banning in Sint Michielsgestel. 1942-1943. 1 map.
- 92
- Aantekeningen betreffende de bijbelcursus in Sint Michielsgestel `De gedachtenwereld van het Nieuwe Testament'. 1943. 1 omslag.
Kringen
Overige
- 99
-
Typoscript `Vraagstukken
die met het oog op de toekomstige ontwikkeling van het politieke leven in
Nederland nadere overdenking vereischen'.
1942.
1 omslag.
N.B. Geschreven in Sint Michielsgestel, vermoedelijk door W. Banning en W. Schermerhorn .
- 100
- Tekst van J.W. Seggelen waarin W. Banning welkom wordt geheten als lid van de club van pijprokende mannen in Sint Michielsgestel. 29 juli 1942. 1 stuk.
- 101
- Brief van Etty S. naar aanleiding van het terechtstellen van gijzelaar Robert Baelde in Sint Michielsgestel. 1942. 1 stuk.
- 102
- Manuscript van de toespraak van W. Banning bij de vrijlating van een deel der gijzelaars op 18 december 1942. 1 stuk.
- 103
- Agendablok beschreven met korte teksten voor alle dagen van het jaar door H.J. W. Banning -Schoemaker en hun drie dochters en verzonden naar hun echtgenoot c.q. vader in Sint Michielsgestel. 1942-1943. 1 pak[je].
- 104
- Programmaboekjes en teksten betreffende Geldersche, Groninger en Noord Hollandsche dagen, speciale themadagen en de opvoering van toneelstukken in Sint Michielsgestel. 1942-1943. 1 map.
- 105
- Vertaling van de Phaedon van Plato, die onder leiding van een classicus gelezen werd. [1942-1943]. 1 deel.
- 106
- Nieuwjaarsboodschap van de NV tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken `Langs donkere weg' door W. Banning vanuit Sint Michielsgestel. [1942-1943]. 1 stuk.
Overlijden
- 109
-
Ingekomen brieven bij het
overlijden van H.J.
W. Banning
-Schoemaker.
1965.
1 doos.
N.B. Gesloten.
- 110
-
Rouwbrieven bij het
overlijden van Willem
Banning
en Henrietta Johanna
Wilhelmina Banning
-Schoemaker, bedankkaart, adressenlijst
alsmede een drie dagen vóór haar dood geschreven briefkaart.
1965, 1971.
5 stukken.
N.B. Gesloten.
- 111
-
Stukken betreffende het
overlijden van Jacomina van Wirdum-Van Gend, de moeder van de echtgenoot van
Banning
's oudste dochter.
1969.
1 omslag.
N.B. Gesloten.
Overige stukken
- 117
- Aankondiging van ondertrouw en huwelijksvoltrekking van W. Banning en H.J.W. Schoemaker. 1915. 1 stuk.
- 119
-
`Het besef van universele
gemeenschap' door h.k.h. prinses
Wilhelmina
.
1951.
1 stuk.
N.B. 'Met groeten v.d.s.'.
- 120
-
Gedicht `Psalm van God' van
Michel
van der Plas uit
1954.
Z.j.
1 stuk.
N.B. Overgeschreven door W. Banning .
OPENBAAR LEVEN
Predikantschap
Preken
Predikantschap Haarlem
- 142
- Mededeling van de Alg. Synodale Commissie der Ned. Herv. Kerk aan de predikanten en kerkeraden betreffende het onderhouden van contact binnen de gemeente. 1941. 1 stuk.
- 143
- Aantekeningen betreffende bijbelcursus `Het Kon[inkrijk] Gods in het N[ieuwe] T[estament, vnl. de Bergrede'. 1941. 1 omslag.
- 144
- `Gedenkboekje', verlucht met handtekeningen en een afbeelding van de Bijbel, aangeboden aan W. Banning door de deelnemers van de bijbelcursus 28 juli-2 augustus 1941. 1 katern.
- 146
- Stukken betreffende door de Vere (e)niging van Vrijzinnige Hervormden georganiseerde cursussen voor leerkrachten van het openbaar lager onderwijs in Haarlem en omstreken. 1941-1942. 1 map.
- 147
- Mededelingen van de Vere (e)niging van Vrijzinnige Hervormden te Haarlem aan de leden en stukken betreffende deze Mededelingen. 1941-1942 en z.j. 3 stukken.
Predikantschap Naaldwijk
Overige activiteiten als predikant
- 154
- Aantekeningen betreffende toespraken van W. Banning tijdens wijdings- en andere bijeenkomsten van het Religieus Socialistisch Verbond ( RSV ) bij de Vrije Gemeente te Amsterdam en enkele andere plaatsen. 1924-1929, 1933. 1 map.
- 155
- Stukken betreffende de conferenties voor `leidende figuren (Kath. en Prot.) en socialistische kring' op 26-27 maart en 17-18 september 1938. 1938. 1 omslag.
- 156
- Manuscripten van de lezingen `De Vrijzinnigen in de huidige situatie' tijdens de vergadering van Vrijzinnig-Hervormde predikanten te Amsterdam in april 1941 en `Kerkelijke practijk in een geseculariseerde wereld' door W. Banning tijdens de vergadering van `moderne predikanten' te Leeuwarden op 8 september 1941. 1 omslag.
- 157
- Afschriften van de ontvangen antwoorden op de `Vragenlijst voor de Evangelisatie' ingevuld door `kerkeraden en kerkelijke minderheden' in het kader van de Werkgroep `Gemeenteopbouw' uit de Commissie voor Kerkelijk Overleg en stukken betreffende de Commissie van Advies inzake de verhouding van de Kerk en de Evangelisaties, ingesteld door de Synode op 27 mei 1941 op basis van het rapport en de daarin gegeven richtlijnen van de Werkgroep `Kerk en Gemeenteopbouw'. Met bijlagen. 1941-1942. 1 map.
- 158
- Scholingscursus Nieuwe Testament en scholingscursus, 3e Jaar `Goed en kwaad'. 1942 en z.j. 1 katern.
- 159
- Stukken betreffende benoemingen van W. Banning vanwege de Synode der Nederlandse Hervormde Kerk. 1945, 1947, 1949-1951, 1953. 1 omslag.
Hoogleraarschap Leiden en Rotterdam
- 162
- Stukken betreffende besprekingen over de grondslag van de Rijksuniversiteit Leiden. 1944, 1949 en z.j. 1 omslag.
- 163
- `Aanroeping der Muze naar aanleiding van de Benoeming tot Buitengewoon Kerkelijk Hoogleraar in de Kerkelijke Sociologie van Dr. W. Banning geestelijk vader der Wika's' (Werkers in Kerkelijke Arbeid). [1946]. 1 stuk.
- 164
- Stukken betreffende de cursus te Leiden `Hedendaagse crisis der maatschappij en het Christendom'. 1946-1947. 1 katern.
- 166
- Stukken betreffende het college sociologie aan de Rijksuniversiteit Leiden en het Studium Generale `Sociale ethiek' en `Achtergronden der politiek'. 1946-1950. 1 katern.
- 167
- Stukken betreffende benoeming en ontslag van W. Banning aan de Rijksuniversiteit Leiden en de Nederlandsche Economische Hoogeschool te Rotterdam. 1947-1950, 1952-1953, 1955, 1958. 1 map.
- 169
- Stukken betreffende het college te Leiden `Het Christendom en de machten van deze tijd'. 1947-1948. 1 omslag.
- 170
- Stukken betreffende het college aan de Rijksuniversiteit Leiden voor candidaten over `Sociale gebondenheden van godsdienst en kerk'. 1948-1949. 1 map.
- 171
- Stukken betreffende het college aan de Rijksuniversiteit Leiden over `Problemen van de massa-maatschappij'. 1948-1949. 1 map.
- 172
- Stukken betreffende de cursus te Leiden `Arbeid en arbeidsverhoudingen in de moderne maatschappij'. 1949-1950. 1 map.
- 173
- Stukken betreffende het college aan de Rijksuniversiteit Leiden voor candidaten over `Dominanten onzer maatschappelijke structuur'. 1950-1951. 1 map.
- 175
- Stukken betreffende het Studium Generale `De plaats van de intellectueel in de maatschappij'. 1951. 1 katern.
- 176
- Stukken betreffende de cursus aan de Rijksuniversiteit Leiden voor candidaten over `Godsdienst-sociologie'. 1951-1952. 1 map.
- 177
- Stukken betreffende diverse colleges aan de Rijksuniversiteit Leiden en de Nederlandsche Economische Hoogeschool te Rotterdam. 1951-1963. 1 doos.
- 178
- Stukken betreffende het op 9 februari 1952 gegeven diëscollege `Godsdienst en kerk in een open en een gesloten maatschappij'. 1952. 1 stuk.
- 179
- Stukken betreffende het college aan de Rijksuniversiteit Leiden voor candidaten over `Sociologische theorieën over de crisis der maatschappij'. 1952-1953. 1 omslag.
- 180
- Stukken betreffende het college Wijsgerige sociologie aan de Rijksuniversiteit Leiden voor candidaten sociologie over `Beginselen van samenleving'. 1952-1953. 1 map.
Overige onderwijsactiviteiten
- 183
- Aantekeningen voor lessen aan de School voor Maatschappelijk Werk te Amsterdam over `Geestelijke geschiedenis van Europa'. [Jaren '30-jaren '50]. 1 katern.
- 184-185
- Aantekeningen betreffende te verzorgen colleges en cursussen over `sociale ethiek' aan de School voor Maatschappelijk Werk te Amsterdam en de Horst te Driebergen. c. 1930-1963. 2 mappen.
- 186
- Verslag van een bespreking tussen de Kerkeraad van Driebergen, het Directorium van Kerk en Wereld en W. Banning op 9 januari 1947. Met bijlagen. 1 omslag.
- 187
- Stukken betreffende protesten tegen de benoeming van W. Banning tot predikant in algemene dienst van de Ned. Herv. Kerk vanwege diens functie in Kerk en Wereld . 1946-1947. 1 omslag.
- 188
- Aantekeningen betreffende lessen aan de Horst over het sociale vraagstuk in de negentiende en twintigste eeuw, alsmede aantekeningen voor zijn afscheidscollege. 1951-1953. 1 katern.
- 189
- `Gedenkboek', aangeboden aan W. Banning door cursisten van Kerk en Wereld te Driebergen bij diens pensionering. [1953]. 1 katern.
- 190
- Aantekeningen voor lessen aan de Sociale Academie te Amsterdam over `Levensbesch[ouwing] en M[aatschappelijk] W[erk]. 1961. 1 omslag.
Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers (AG) te Bentveld en Kortehemmen en Woodbrookers te Barchem
Organisatie
- 196
- Aantekeningen betreffende de nieuwe opzet van Barchem, Bentveld en Kortehemmen na de bevrijding. c. 1945. 1 omslag.
- 197
- Stukken betreffende het ter beschikking stellen aan de AG van diverse goederen door de regeringscommissaris voor de liquidatie van het Nederlandsche Arbeidsfront. 1946. 1 omslag.
- 198
- Notulen van de vergaderingen van het bestuur van de Vereniging Woodbrookers in Holland, alsmede bij W. Banning in zijn functie van voorzitter ingekomen brieven. 1946-1949. 1 map.
Cursussen en conferenties
- 199-201
- Manuscripten en aantekeningen van W. Banning betreffende cursussen, kringen en leergangen van de AG. 1918-1929. 2 mappen en 1 omslag.
- 202
- Aantekeningen betreffende de bijeenkomst van de cursusleiding in Barchem op 16 juli 1931. 1 omslag.
- 203
- Uitnodiging en programma van de internationale conferentie te Barchem 12-15 september 1931. 1 stuk.
- 205
- Aantekeningen betreffende een `Inleiding tot de wijsbegeerte' gegeven tijdens een `internaat'. c. 1936. 1 omslag.
- 207
- Aantekeningen betreffende de leergang `Wat geloven religieus-socialisten' te Bentveld 9-14 augustus 1937. 1 katern.
- 208
-
Dankbetuigingen `Ter
herinnering aan onze gemeenschap van 25 januari tot 5 februari
1938
' te Bentveld.
1938.
1 stuk.
N.B. Dit stuk bevindt zich ook in het archief van de AG, inv.nr. 386.
- 209
- Aantekeningen betreffende `Leergang Bijbelse Waarheden', `Leergang Jongeren', `Religieuze Leergang', `Religieuze Opvoeding Kerstweek', Cursus `De rol van het kwaad in het leven' te Bentveld. 1938-1940. 1 katern.
Overige
- 212
- Typoscripten van W. Banning `De Barchem Beweging' en `Vereniging Woodbrookers in Holland'. Met losse aantekeningen. c. 1933. 1 omslag.
- 213
- Typoscripten `Enkele opmerkingen inzake de al- dan niet wenselijkheid van concretisering' door J.F. de Jongh en `Ontwerp-beginselverklaring' van de AG. c. 1937-1938. 2 stukken.
- 214
- Briefkaart geadresseerd aan Mej. Dora de Jong te Amsterdam betreffende het verbod van Tijd en Taak door de Duitse overheid. [1940]. 1 stuk.
Cursussen, inleidingen en lezingen
Volksuniversiteit
- 218
- Aantekeningen betreffende cursussen en lezingen over `Religie en Socialisme', o.a. aan de Volksuniversiteit te Assen en te Rotterdam. 1929-1930. 1 katern.
- 219
- Aantekeningen betreffende de cursus `Socialisme en levensbeschouwing' aan de Volksuniversiteit te Amsterdam in het najaar van 1931 en een cursus te Rotterdam in het voorjaar van 1932. 1931-1932. 1 katern.
- 220
- Aantekeningen betreffende de cursus `Wijziging in de sociale moraal' Rotterdam 1932, de cursus `Wijzigingen in de hedendaagsche moraal' aan de Volksuniversiteit te Amsterdam z.j. en de voordracht `De vraag om den leider' aan de Volksuniversiteit te Rotterdam op 14 maart 1934. 1932, 1934 en z.j. 1 katern.
- 221
- Aantekeningen betreffende de cursus `De inhoud van het mensch-zijn' aan de Volksuniversiteit te Amsterdam in het najaar van 1933 en de cursus `Humanisme' aan de Volksuniversiteit te Den Haag in het voorjaar van 1935. 1 katern.
Radiolezingen
- 224
- Manuscript van een radiolezing over `de verdorvenheden v.d. tegenw. tijd' op 26 mei 1928, uitgesproken door W. Banning tijdens de door de Ned. Vereeniging tot Afschaffing van het Gebruik van Alcoholhoudende Dranken georganiseerde Blauwe Week en tekst van een radiolezing `De mensch en zijn plaats' voor de VPRO . 1928-[1929]. 2 stukken.
- 226
- Typoscript van radiolezing `Geboeide handen' op 6 mei 1938, uitgesproken door W. Banning aan de vooravond van de nationale reclasseringscollecte. 1938. 1 stuk.
- 227
- Typoscripten van lezingen, uitgesproken door W. Banning voor de VARA -radio. 1946, 1948, 1953. 1 omslag.
Overige cursussen en lezingen
- 230-231
- Aantekeningen betreffende diverse door W. Banning geleide cursussen over sociale bewegingen. Met bijlagen. [Kort na 1945, 1958-1965. 1 katern en 1 map.
- 232-233
- Aantekeningen betreffende en manuscripten van door W. Banning te verzorgen lezingen en cursussen en van zijn hand verschenen artikelen. c. 1955- c. 1965. 2 mappen.
- 234
- Aantekeningen betreffende lessen aan de Officierenopleiding over `Vrijh[eid] en haar achtergronden in Europa'. [Na 1948]. 1 stuk.
- 235
- Stukken betreffende het Studium Generale `De democratie en haar geestelijke en sociologische aspecten' aan de Landbouwhogeschool te Wageningen en het Studium Generale `Ethische problemen van het industrialisme' aan de Technische Hogeschool te Delft. 1949, 1951. 1 katern.
- 236
- Aantekeningen betreffende de theologische leergang `Kerk, Staat, Maatschappelijk Werk' te Zwolle. [Na 1955]. 1 stuk.
- 237
- Aantekeningen betreffende een predikantencursus `Bedrijf en M[aatschapp]ij' bij het Instituut voor Bestuurswetenschappen (IBW) te Utrecht. 1959. Met bijlage. 1 omslag.
- 238
- Aantekeningen betreffende colleges `Techniek en chr[istelijk] geloof' aan de Technische Hogeschool Delft in het najaar van 1960. 1960. 1 stuk.
Auteurschap en redactionele activiteiten
Contacten met uitgevers
- 244
- Correspondentie betreffende de uitgave van diverse publicaties en bijdragen. 1938, 1942-1948. 1 map.
Manuscripten en typoscripten
- 247
- Manuscript van het artikel `Moraal, maatschappij en levensbeschouwing' voor het Nieuw Theologisch Tijdschrift. [1931]. 1 katern.
- 248
- Manuscripten en andere stukken betreffende Hedendaagse Sociale Bewegingen. Achtergronden en beginselen en stukken verzameld met het oog op te verzorgen cursussen inzake verwante onderwerpen. 1933-1934, 1936-1938. 1 map.
- 249
- Typoscripten `Nieuwe organen voor het cultuurleven' door W. Banning en `Is de opkomende idee der ordening in toepassing denkbaar op de grondslag van het huidige onderwijs'? door Gerhard. Met begeleidende brieven van het Instituut voor Arbeidersontwikkeling . 1935-1936. 1 map.
- 251
- Typoscript `God is geest', uitgesproken door W. Banning op een wijdingsavond voor Amerika op 5 september 1938. 1938. 1 omslag.
- 252
- Typoscript van stellingen van W. Banning betreffende `Het zedelijk vraagstuk van den arbeid'. [Jaren '30]. 1 stuk.
- 254
-
Typoscript `Hoofdstuk
VI. De strijd om bestaanszekerheid (
1922-1939
)'.
[1940-1945].
1 map.
N.B. Twee niet identieke typoscripten met correcties. Correcties volgens H. van Wirdum- Banning niet van W. Banning zelf.
- 255
- Manuscript betreffende de `Dutch Reformed Church, vermoedelijk bestemd voor een Engels of Amerikaans tijdschrift. c. 1946. 1 stuk.
Aantekeningen en uittreksels
- 259
- Aantekeningen betreffende `Ethiese konflikten, geillustreerd aan enkele biografieën. 1e Jaar' (Leo Tolstoj , Mahatma Gandhi, Bismarck , Lenin , George Fox , Walther Rathenau , Blaise Pascal. c. 1932. 1 katern.
- 260-289
- Aantekeningen, knipsels en andere stukken betreffende diverse onderwerpen. 1936, 1946-1965 en z.j. 17 omslagen en 13 mappen.
- 292
- Opzet voor een Studiegroep `Theologie en Sociologie' met literatuuropgave over het `gezinsleven in verschillende streken van ons land'. [Tweede helft jaren '30]. 1 omslag.
- 293
- Aantekeningen van W. Banning en H.J. W. Banning -Schoemaker betreffende `reliografie', het `Grote Stadsprobleem' en `Het Dorp'. [Na 1945]. 1 omslag.
- 294
- Aantekeningen betreffende de rol van de godsdienst in de samenleving, het Marxisme en sociale stratificatie. 1955-1957 en z.j. 1 map.
- 295
- Aantekeningen en uittreksels van diverse publicaties, vooral van theologische aard. 1964-1965 en z.j. 1 map.
- 296
- Aantekeningen betreffende godsdienst en filosofie (Hervorming en Verlichting, Spinoza , Hegel , Het Réveil, Het Amerikaanse Pragmatisme: James, Dewey ). Z.j. 1 map.
- 297-298
- Aantekeningen betreffende de filosofie van oudheid, middeleeuwen en vroege moderne tijd. Z.j. 2 mappen.
Politieke activiteiten
Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP)
- 326
- Aantekeningen betreffende voor plaatselijke afdelingen van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij ( SDAP ) gehouden toespraken. 1921, 1923-1924, 1926. 1 map.
Nederlandse Volksbeweging (NVB)
- 332
- Aantekeningen betreffende een bespreking in Sint Michielsgestel van de groep van de Heeren Zeventien inzake de voorbereiding van de Nederlandse Volksbeweging ( NVB ). [1942]. 1 map.
- 333-334
- Stukken betreffende de voorbereiding van de oprichting van de NVB . 1944-1945 en z.j. 2 mappen.
- 335
- Brief van W. Banning aan [J.H.A.] Logeman[n] betreffende de na-oorlogse politieke ontwikkelingen. c. 1945. 1 stuk.
- 336
-
Manuscript en
drukproef van deel I `Ontplooiing van de menselijke persoonlijkheid' en deel II
`Beveiliging van het gezin'.
[1945-1946].
1 map.
N.B. Het gaat hier vermoedelijk om het programma van de NVB .
- 337
- Verslag van een bespreking op 23 september 1947 bij W. Schermerhorn in het gebouw der Eerste Kamer betreffende het financieel beheer bij de Stichting Je Maintiendrai en de NVB . 1947. 1 stuk.
DOCUMENTATIE
Publicaties en radio-lezingen van W. Banning
- 344
-
`Voor die nog verre staan'.
Rede uitgegeven ten voordeele van K.-B.'.
[1908].
1 katern.
N.B. Met aantekeningen.
- 345
- `Om onzer kindren wil!. Uitgegeven door de afdeeling Hoorn en O. van de Ned. Ond. Prop. Club voor Drankbestrijding' met `Programma voor den Oudersavond' op 18 oktober 1910 waarop W. Banning sprak. 1910. 1 stuk.
- 346
- `Idealen', rede uitgesproken op 2 september 1911 in de Doopsgezinde Kerk te Nieuwendam. 1911. 1 katern.
- 347
- Artikelen van W. Banning in De Hervorming . Weekblad van den Nederlandschen Protestantenbond. 1921. 3 stukken.
- 348
- Artikelen van W. Banning in de door hem verzorgde rubriek `Geestelijk Leven' in De Blauwe Vaan . Orgaan voor Drankbestrijding. 1922-1931. 1 map.
- 349
-
Artikelen, o.a. van
W. Banning
betreffende de internationale bijeenkomst over
`vraagstukken van religie en arbeidersbeweging', georganiseerd door de AG te
Barchem 2-7 juli
1924,
waar
deelnemers uit vijf landen aanwezig waren.
1924.
1 omslag.
N.B. Zie ook archief AG, inv.nrs. 445-446
- 350
- Artikelen betreffende debatten tussen de redactie van De Standaard en W. Banning over `Godsdienstig Socialisme' en `Het "Militarisme" der sociaal-demokratie'. 1924-1925. 1 omslag.
- 351
- Artikelen van W. Banning betreffende ethische en zedelijke vraagstukken, inzake het debat tussen W. Banning en Kees Meijer over `Socialistiese dominees in de kerk' en over `De Kerstgedachte en het Socialisme' in Het Volk . 1925-1926. 1 omslag.
- 352
- Artikelen betreffende het debat tussen W. Banning enerzijds en F. van der Goes en M. Gerhard -Brandon anderzijds naar aanleiding van het Eerste Religieus-Socialistisch Congres in Het Volk . 1927-1928. 1 omslag.
- 353
- Artikelen betreffende een debat tussen de redactie van De Tijd en W. Banning over `Religieus-Socialistische Stroomingen'. 1927-1928. 1 omslag.
- 354
- Artikelen, o.a. van W. Banning , betreffende een debat over `Katholieke sociaal-democraten' in diverse bladen naar aanleiding van een congres in Mannheim 1-5 augustus 1928. 1928. 1 omslag.
- 355
- Artikelen betreffende het debat tussen W. Banning en M.G. Warffemius te Delft in Het Volk over `Socialisme en kultuur'. [1928]. 1 omslag.
- 356
- Artikelen van W. Banning `Links-socialisten, religieus-socialisten en de Partij' in Het Volk . 1929, `Nieuw werk voor het religieus socialisme' in Kerk en Volk van 13 december 1930, `Tegen het standpunt der Wibauts' in Het Volk van 13 december 1932, `Zoo kan het huwelijk worden. Echtpaar Pothuis - Smit tegen de Wibauts' in Het Volk . [1932] en `Leninisme'. [1932]. 5 stukken.
- 357
- Kerstnummer van De Lyceumkrant. Orgaan van het Kennemer Lyceum, waaraan ook W. Banning een bijdrage leverde. [1933]. 1 katern.
- 358
- `Na vijf en twintig jaar' in Gedenkboek uitgeven ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de afdeling Amsterdam-Noord, eerder genoemd afdeling Nieuwendam-Buiksloot e.o., van de Nederlandse Vereniging tot Afschaffing van Alcoholhoudende Dranken en programma van de herdenkingsavond op 25 februari 1935. 1935. 1 katern en 1 stuk.
- 359
- Open brief `Aan de intellectueelen van Nederland' van oud-leden van de Vrijzinnig Christelijke Studenten Bond en de Vereniging Woodbrookers in Holland en pamflet van het ` Comité van Waakzaamheid van anti-nationaalsocialistische intellectuelen'. Met bijlage. 1936-1938. 3 stukken.
- 360
-
De Syllabus. Weekbericht van
de Radio-Volksuniversiteit Holland R.V.U.
1938-1939.
3 stukken.
N.B. Bevat `overzichten' van door W. Banning gehouden lezingen.
- 361
- Leidersblad van de Vrijzinnig Christelijke Jeugd Centrale . Jrg. 19, nr. 9 (mei 1941 ), waarin artikel van W. Banning `De Kerk als Gemeenschap'. 1 katern.
- 362
- Uitgave `ter herinnering aan de openbare geloofsbelijdenis van ... op zondag 29 maart 1942 in de Sint Bavo te Haarlem. 1942. 1 katern.
- 363
- Artikel `On the Political and Religious Struggle in the Netherlands' in Christianity and Crisis. A Bi-Weekly Journal of Christian Opinion. 1947. 1 stuk.
- 364
- Artikel `Protestantisme en humanisme' in Hogeschool en volk. 1947 en `Overwinningsgeloof' in Het Vrije Volk . [1951]. 2 stukken.
Publicaties over W. Banning
- 367-373
- Artikelen uit kranten en periodieken betreffende W. Banning . 1920, 1922, 1925-1926, 1928-1936, 1938-1939, 1941, 1946, 1948, 1950-1951, 1953, 1958, 1968, 1970-1971, 1976, 1983, 1988 en z.j. 6 mappen en 1 omslag.
- 374
- Artikel `Dr W. Banning ' in de rubriek `Persoonlijkheden' in Morks-Magazijn. Jrg. 35, december 1933. 1 omslag.
- 375-388
-
Besprekingen van
publicaties van
W. Banning
.
1932, 1938, 1940-1941, 1945-1947,
1950-1951, 1953-1954, 1956, 1959-1961.
9 omslagen en 5 mappen.
- 378
-
De dag van morgen. Schets
van een personalistisch socialisme. Richtpunt voor de vernieuwing van ons
volksleven.
1945-1946.
(map)
N.B. Bevat ook reacties op de benoeming van W. Banning tot buitengewoon hoogleraar in de Kerkelijke Sociologie aan de Rijksuniversiteit Leiden.
- 383
- Het Communisme als politiek-sociale wereldreligie en Der Kommunismus als politisch-soziale Weltreligion. 1953-1955 en z.j.
Overige
- 389
- Religieuze brieven, uitgegeven door de Vereeniging voor Religieus en Sociaal Belang te Rotterdam. [1918-1922]. 1 map.
- 391
- Drukproeven van P.P. van Berkum, `Katholicisme - Socialisme. Sociaal en economisch politiek beschouwd' en St. Tesser, `Katholicisme - Socialisme. Naar hun geestelijke inhoud beschouwd', gepland te verschijnen in `Christendom en Socialisme in Nederland Nu'. 1940. 1 map.
- 392
- Stukken betreffende het Nationaal Congres voor Geestelijke Volksgezondheid over `Het Gezin' te Amsterdam 20-21 Mei 1940. 1 map.
- 393
-
`Beerse brieven', nrs. 4 en 5
door
L.H. Ruitenberg
. Uitgave van de Federatie van
Religieus-Socialistische Gemeenschappen.
1941.
1 omslag.
N.B. Ruitenberg was predikant in het Friese dorp Beers.
- 394
- Boodschap van `De aartsbisschop en de bisschoppen van Nederland aan de hun toevertrouwde geestelijkheid en geloovigen zaligheid in den heer'. Afschrift. 1942. 1 stuk.
- 396
- De Ploeg (`wil opwekken tot bezinning op onze naoorlogsche taak'). Januari 1945 (nummer 11). 1 stuk.
- 398
- Bulletins en andere stukken van het Persbureau der Ned. Herv. Kerk betreffende de situatie van het christendom in de moderne wereld en in het bijzonder in Oost-Europa. 1949-1951. 1 omslag.
- 400
-
Martin
Fischer
, `Die öffentliche Verantwortung des Christen heute'.
1952.
1 katern.
N.B. Met opdracht aan W. Banning.
- 401
- Rapport `Gezichtspunten omtrent maatschappelijk werk en verzuiling'. Uitgave Dr Wiardi Beckman Stichting. 1959. 1 stuk.
STUKKEN VAN H.W.J. (HAN) BANNING-SCHOEMAKER
- 406
- Aantekeningen van H.J.W. (Han) Banning -Schoemaker op het gebied van theologie en literatuur. Jaren '10. 3 katernen.
- 407
- Artikelen van `H.B.-S' `De wrede werkelikheid' en `Kinderleven' in het feuilleton `Uit het Kinderleven' in De Blijde Wereld [1930] en z.j. 2 stukken..
STUKKEN VAN ANDERE PERSONEN
- 410
-
Dictaten van J. van der Heyden.
1912-1913.
2 katernen.
N.B. Van der Heyden begon zijn studie één jaar eerder dan W. Banning .
- 411
-
Typoscript `Levensbeschouwingen
van onzen tijd'.
1916-1917.
1 map.
N.B. Volgens de oudste dochter Banning wellicht van haar vader maar beide ouders konden niet typen.
- 412
-
Typoscript `De godsleer in de
nieuwere wijsbegeerte'. c.
1916-1917.
1 map.
N.B. Idem als bij inv.nr. 411.
- 414
-
`Het ontstaan en de
Ontwikkeling van het Menschelijk Geslacht'. c.
1920.
1 katern.
N.B. Waarschijnlijk is dit dictaat niet van W. Banning of diens vrouw.
- 415
-
Dictaat/uittreksel `Sociologie
I' en `Sociologie II'.
1924-1925.
2 katernen.
N.B. Het handschrift is niet van W. Banning .
- 416
- Brieven van W. Banning en Han Banning-Schoemaker aan Bori(e) Vis (zr. D.G. Vis). 1933, 1936, 1938-1940, 1944-1946, 1951-1952, 1954-1956, 1958, 1962-1964. 1 map.
- 417
- Aantekeningen van J. Sixma tijdens door W. Banning in een werklozeninternaat te Bentveld gegeven lessen. c. 1938. 1 map.
- 419
- Brieven van tante Auk, zuster van Banning, en Nel de Bruin, de huishoudster die Banning tot het laatst verzorgde, aan Ds. J.M. van Veen en zijn vrouw na het overlijden van W. Banning . 1971. 2 stukken.
- 421
-
Stukken betreffende het
lekespel `De Moeder' van
Henriette Roland Holst
, o.a.
opgevoerd tijdens het Derde Religieus-Socialistisch congres in Nederland te
Bentveld - Haarlem 7-8 november 1931.
1931-1933.
1 map.
N.B. Stukken afkomstig van Mw. H. van Wirdum-Banning, door haar gekocht op de boekenmarkt te Rotterdam, en afkomstig uit het bezit van H.IJ. Gatsonides te Amersfoort. De heer Gatsonides was actief lid van de Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers. Zie ook het archief van de AG, inv.nr. 573.
(uit:
Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in
Nederland. Deel 6. Amsterdam, 1995, pp. 16-23)
BANNING, Willem (roepnaam:
Wim), voorzitter Arbeiders Gemeenschap der Woodbrookers en medeoprichter
Nederlandse Volksbeweging en PvdA, is geboren te Makkum (Fr.) op 21 februari
1888 en overleden te Driebergen op 7 januari 1971. Hij was de zoon van Jan
Hermanus Banning, haringvisser, en Aafke Canrinus. Op 9 oktober 1915 trad hij
in het huwelijk met Henriëtta Johanna Wilhelmina Schoemaker, onderwijzeres, met
wie hij drie dochters kreeg. Dank zij de inspanningen van het hoofd van de
openbare lagere school hoefde Banning in het voorjaar van 1900 niet in de
voetsporen van zijn vader te treden en reepschieter te worden, jongste maatje
op een logger. Hij werd in staat gesteld onderwijzer te worden en bereidde zich
thuis voor op het toelatingsexamen voor de Rijksnormaalschool te Haarlem,
waarvoor hij in 1903 slaagde. Bannings entree op de kweekschool viel samen met
een hernieuwde poging om tot een landelijk blad voor kwekelingen te komen. Een
eerdere poging in 1897 onder leiding van Theo Thijssen was door de directie
verhinderd. De Kwekelingenbode vormde al spoedig het centrum van een landelijke
kwekelingenbeweging. Het idealistische en antiburgerlijke karakter van de vrije
jeugdbeweging trok Banning bijzonder aan. Vanuit Haarlem werd in 1906 ook het
initiatief genomen tot de landelijke Kweekelingen Geheelonthoudersbond (KGOB),
waarvan J. Toot voorzitter en Banning secretaris werd. Aan het eind van zijn
studie, in 1907, werd Banning gekozen tot redacteur van de Kwekelingenbode.
Nadat bekend geworden was dat Banning met anderen betrokken was bij het
opstellen van een zwartboek met klachten over docenten en directeuren van
kweekscholen brak binnen de kwekelingenbeweging een rel uit. Op het
bondscongres van maart 1908 legde Banning het redacteurschap neer. Na het
behalen van de akte aanvaardde Banning een betrekking als gouverneur van een
notariszoon in Hoorn. De Hoornse jaren (1907-1909) waren in meerdere opzichten
belangrijk voor Banning. Hij maakte er kennis met de socialistische predikant
J.Th. Tenthoff, die hem in contact bracht met de `rode dominees' rond het
tijdschrift De Blijde Wereld. Ook ontmoette hij in Hoorn zijn latere vrouw en
besloot hij er predikant te worden. Hij stond open voor socialistische ideeën
maar zijn engagement beperkte zich voorlopig nog tot de drankbestrijdersjeugd.
Samen met de drie jaar jongere Koos Vorrink speelde Banning nog geruime tijd
een prominente rol binnen de KGOB. Bannings religieuze idealisme kwam sterk tot
uiting in een rede getiteld Blijde ernst (Den Haag 1909), waarin hij zich
scherp afzette tegen het cynisme en pessimisme van een deel van zijn
generatiegenoten. In 1910 werd hij voorzitter van de mede door hem opgerichte
Bond der Jongeren, die echter niet tot wasdom kwam. Na enkele maanden in Sloten
als onderwijzer gewerkt te hebben was Banning van september 1909 tot september
1911 verbonden aan de openbare school van Nieuwendam. De twee daaropvolgende
jaren bereidde hij zich voor op het staatsexamen, financieel gesteund door de
notaris voor wie hij in Hoorn had gewerkt. In september 1913 begon hij met een
studie theologie in Leiden. De van huis uit orthodoxe Banning had zich in
vrijzinnige richting ontwikkeld en werd in Leiden vooral beïnvloed door moderne
theologen als P.D. Chantepie de la Saussaye en K.H. Roessingh.
Het vaag
omlijnde, antiburgerlijke idealisme van Banning, die zijn arbeidersafkomst
nooit verloochende, had rond 1911 plaats gemaakt voor de overtuiging dat het
geloof in God niet te verenigen was met de aanvaarding van het kapitalisme. Hij
beschouwde zich als socialist, al bleef hij voorlopig partijloos. In 1913
schreef hij een artikel in het door de socialistische predikant H.W.Ph.E. van
den Bergh van Eysinga geredigeerde blad De samenwerking, waarin het thema aan
de orde kwam waarmee Banning zich zijn hele leven zou bezighouden: de
verhouding tussen individu en gemeenschap. In het liberalisme was deze
verhouding volgens hem verstoord geraakt en het was nu de taak van het
socialisme er voor te zorgen dat individuele vrijheid en sociale gerechtigheid
de grondslagen zouden vormen van een nieuwe gemeenschap. Als zovelen werden
Banning en zijn verloofde, die in het voorjaar van 1914 was toegetreden tot de
SDAP, zwaar geschokt door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog, die in hun
ogen was veroorzaakt door het volgens hen immorele kapitalisme. Die zomer
bestudeerden zij Das Kapital van K. Marx en diverse geschriften van K. Kautsky.
In september 1914 werd ook Banning lid van de SDAP. In november 1917 werd hij
beroepen als hervormd predikant van Haarlo en Waterhoek (gemeente Borculo),
drie jaar later ging hij naar Sneek, waar hij de bekende religieus-socialist G.
Horreüs de Haas opvolgde. In de zomer van 1916 hadden Banning en zijn vrouw een
cursus gevolgd bij de Vereeniging Woodbrookers in Holland, van oorsprong een
reünistenclub van mensen die een tijd hadden doorgebracht in het Woodbrooke
Settlement van de Engelse Quakers. In het centrum van de Nederlandse
Woodbrookers in Barchem volgden gelovigen van diverse richtingen cursussen over
godsdienstige, maatschappelijke, pedagogische of culturele onderwerpen. Hier
vond Banning gelijkgestemden. Het socialisme zagen zij als een positieve macht
maar zij hadden grote bezwaren tegen de marxistische levensbeschouwing. Het
socialisme was in de ogen van Banning en de zijnen een zedelijk ideaal, gevoed
vanuit de religieuze behoefte om God te dienen. Binnen de Vereniging
Woodbrookers in Holland werd in 1919 een werkverband opgericht dat zich tot
taak stelde socialisme en religie wederzijds te doordringen. Van deze Arbeiders
Gemeenschap der Woodbrookers (AG) werd Banning voorzitter. Door zijn
activiteiten als cursusleider, spreker en schrijver, zijn contacten met zowel
de Blijde Wereld-groep als het in 1915 opgerichte Religieus-Socialistisch
Verbond en zijn centrale rol in de AG werd Banning de belangrijkste
woordvoerder van de religieus-socialisten binnen de SDAP. Niet alleen
organiseerde hij tal van bijeenkomsten en conferenties, ook trachtte hij in een
lange reeks artikelen en brochures het religieus-socialistisch gedachtengoed
uit te werken. In de inleiding bij de vertaling van E. Tollers Massa-Mensch
(Huis ter Heide 1925) noemde hij het socialisme een `kultuurscheppende
beweging'. Vijf jaar eerder al had hij een brochure geschreven onder de titel
De arbeidersbeweging als beschavingsmacht (Nieuwendam 1920). In 1926, het jaar
waarin hij toetrad tot de redactie van De Blijde Wereld, publiceerde hij zijn
eerste boek, Om de groei der gemeenschap (Arnhem 1926). Daarin zette hij zich
fel af tegen de individualistische burgerlijke cultuur, die volgens hem ook de
reformistische arbeidersbeweging had aangetast. Na het katholicisme met zijn
nadruk op de gemeenschap en het individualistische calvinisme werd het volgens
Banning nu tijd voor een synthese, waarvoor een ethisch gefundeerd en
idealistisch geformuleerd socialisme de basis kon vormen. Er was een duidelijke
verwantschap met de ideeën in H. de Mans Zur Psychologie des Sozialismus (Jena
1926), dat verscheen toen Banning de laatste hand aan zijn boek legde.
Nadat hij in 1928 het predikantsambt had neergelegd was Banning in de
gelegenheid zijn studie af te maken. In 1929 deed hij doctoraal examen en begon
hij aan een dissertatie. Aanvankelijk had hij willen promoveren op de
dialectische theologie van K. Barth en E. Brunner, maar op aanraden van zijn
promotor besloot hij onderzoek te verrichten naar de denkbeelden van Jean
Jaurès. In 1931 promoveerde hij op Jean Jaurès als denker. Nog tijdens het
schrijven van zijn proefschrift was Banning in 1929 directeur geworden van de
Vereniging Woodbrookers in Holland. De religieus-socialisten timmerden in de
jaren twintig aan de weg. Het eerste Religieus-Socialistisch Congres, dat in
oktober 1927 in Amsterdam werd georganiseerd, trok zo'n 600 belangstellenden.
Niet iedereen in de SDAP was daar even blij mee, zoals bleek uit een polemiek
die Banning na het congres in Het Volk voerde met F. van der Goes. De
partijleiding zag evenwel in de religieus-socialisten een middel om vat te
krijgen op de confessionele arbeiders en trad de groep welwillend tegemoet. In
1931 werd Banning in het partijbestuur gekozen. Hoewel hij van 1935 tot 1937
ook deel uitmaakte van het dagelijks bestuur was Banning geen beroepspoliticus.
Wel was hij binnen het partijbestuur in de jaren 1933-1937 de belangrijkste
inspirator van het ideologisch vernieuwingsdebat. Geïnspireerd door de ideeën
van Jaurès pleitte Banning voor een socialisme dat niet-materialistisch,
niet-deterministisch, democratisch en humanistisch was. Hoewel Banning grote
waarde toekende aan de geschiedmethode en de maatschappijanalyse van Marx,
meende hij dat het marxisme als ideologie een funeste invloed op de
sociaal-democratie had gehad. De exclusieve oriëntatie op de arbeidersklasse
had volgens hem het socialisme vervreemd van andere antikapitalistische
groepen. Bovendien zorgde de louter instrumentele visie op de democratie er
mede voor dat de SDAP in de Nederlandse politiek buitenspel bleef. Deze
gebreken van de sociaal-democratie werden volgens Banning nog duidelijker door
de opmars van het fascisme. Na de Eerste Wereldoorlog was de sociaal-democratie
niet in staat geweest de in brede groepen levende onvrede en
antikapitalistische sentimenten te mobiliseren, en zij kreeg nu, in de vorm van
het fascisme, hiervoor de rekening gepresenteerd, aldus Banning. Anders dan de
meeste marxisten, voor wie het fascisme niets meer was dan de sterke arm van de
bourgeoisie, zag Banning deze partijen als een revolutionaire beweging die zich
keerde tegen de democratische, burgerlijk-kapitalistische maatschappij en die
een beroep deed op antirationalistische drijfveren. Binnen de SDAP was Banning
degene die zich het meest intensief bezighield met een analyse van het
fascisme. Hij trok de conclusie dat de partij haar koers drastisch diende te
verleggen. Banning ventileerde zijn ideeën niet alleen in boeken, brochures en
artikelen (vooral in het door hem geredigeerde blad Tijd en Taak, zoals De
Blijde Wereld sinds 1932 heette), ook in het partijbestuur deed hij zijn
invloed gelden. Hij maakte deel uit van de in april 1933 ingestelde
Herzieningscommissie. Op zijn initiatief werd eind van dat jaar de Commissie
tot vergelijkend onderzoek van politieke systemen ingesteld, die een eigen,
sociaal-democratische staatsopvatting moest formuleren. Na de publikatie van
het rapport van deze commissie, Het staatkundig stelsel der sociaal-democratie
(Amsterdam 1935), drong Banning aan op de instelling van een commissie die een
nieuw beginselprogramma zou ontwerpen. Ook in deze commissie speelde Banning
een belangrijke rol, en hoewel het beginselprogramma van 1937 een compromis was
tussen de verscheidene richtingen was de invloed van Banning en de
religieus-socialisten onmiskenbaar. Op het congres waar dit programma werd
aangenomen leed Banning overigens ook een gevoelige nederlaag, toen besloten
werd de eis tot nationale ontwapening op te geven. Banning voerde er een
emotioneel debat met partijleider J.W. Albarda. Hoewel hij daarna met de
gedachte speelde de SDAP te verlaten bleef hij lid, al was hij nauwelijks nog
actief. In het partijbestuur trad hij niet meer op de voorgrond en in 1939
stelde hij zich niet herkiesbaar. Wel werd hij redacteur van Socialisme en
Democratie, het theoretisch maandblad van de partij dat in 1939 De
Socialistische Gids opvolgde. Banning ging zich meer concentreren op zijn werk
voor de Woodbrookers, dat in de jaren dertig door zijn grote organisatietalent
alleen maar was toegenomen. Ook was hij actief in de antitotalitaire beweging
Eenheid door Democratie en bevorderde hij op tal van manieren de contacten
tussen mensen met verschillende politieke en levensbeschouwelijke
achtergronden.
Na mei 1940 verkeerde Banning even in de veronderstelling
dat hij kon doorgaan met zijn Woodbrookers-activiteiten, maar al spoedig legde
hij zijn functies neer. In september 1940 aanvaardde hij een
predikantsbenoeming in Haarlem. Kort daarop moest hij ook zijn werk voor de
School voor Maatschappelijk Werk te Amsterdam neerleggen, omdat hij weigerde de
`Ariërverklaring' te tekenen. In mei 1942 werd Banning gearresteerd en naar het
gijzelaarskamp Beekvliet te Sint-Michielsgestel gebracht. Tot december 1943 zou
hij hier verblijven, waar tal van vertegenwoordigers van de Nederlandse
maatschappelijke en intellectuele elite waren opgesloten. Banning was er zeer
actief in het geven van cursussen en lezingen en speelde een belangrijke rol
bij de discussies over het naoorlogse Nederland. Samen met W. Schermerhorn, P.
Lieftinck, J.H.A. Logeman, L. Einthoven, E.M.J.A. Sassen, H. Brugmans en later
J.E. de Quay, H. Kraemer en F.C.M. Wijffels legde hij hier het fundament voor
de enkele weken na de bevrijding opgerichte Nederlandse Volksbeweging (NVB).
Dit politiek en levensbeschouwelijk zeer heterogeen gezelschap vond elkaar in
een programma dat streefde naar doorbreking van de vooroorlogse partijpolitieke
verzuiling, sociaal-economische modernisering en terugkeer tot de zedelijke
normen van christendom en humanisme. In 1943 schreef Banning het na de
bevrijding gepubliceerde boek De dag van morgen. Schets van een personalistisch
socialisme, richtpunt voor de vernieuwing van ons volksleven (Amsterdam 1945).
Hoewel het begrip `personalisme' afkomstig was van denkers rond het Franse
tijdschrift Esprit, wier ideeën in Sint-Michielsgestel werden geïntroduceerd
door Brugmans, was hier sprake van een verdere ontwikkeling van de denkbeelden
die Banning al vóór de oorlog had ontwikkeld, onder meer onder invloed van het
werk van M. Buber. Uit De dag van morgen bleek dat Bannings aanvankelijk vrij
optimistische visie op de maatschappelijke ontwikkelingen had plaatsgemaakt
voor een zeker cultuurpessimisme. Het socialisme dat Banning nu voorstond leek
sterk op hem zelf: sober, dienstbaar, strevend naar zedelijke en culturele
verheffing, democratisch én elitair. Ook zijn religieuze opvatting had zich
ontwikkeld en wel van een algemeen-religieus bewustzijn naar sterk
christocentrische denkbeelden, al bleef hij zich rekenen tot de vrijzinnige
stroming binnen het protestantisme. Na zijn vrijlating bleef Banning betrokken
bij plannen voor de vernieuwing van het politieke bestel. Tijdens de
oorlogsjaren had hij zich eveneens ingezet voor een vernieuwing binnen de
Nederlands Hervormde Kerk. Samen met H. Kraemer en K.H.E. Gravemeyer trof hij
voorbereidingen voor het in 1945 opgerichte instituut Kerk en Wereld te
Driebergen, waarin hij een grote rol zou spelen. Als voorzitter van de
`politieke studiecommissie' van de NVB speelde Banning ook een grote rol bij de
fusie van SDAP, Vrijzinnig Democratische Bond en Christelijk-Democratische
Unie, die samen met enkele andere groeperingen op 9 februari 1946 de Partij van
de Arbeid vormden. Banning hield de openingstoespraak van het
oprichtingscongres. Hij verklaarde dat de nieuwe partij gereed stond `om aan de
wil van het Nederlandse volk tot politieke vernieuwing, tot een omzetting der
maatschappij in democratisch-socialistische richting, gestalte te geven en
daarmee een waarlijk nieuw begin in ons politieke leven in te luiden.' Dit
optimisme bleek ongegrond: van de door Banning verwachte doorbraak kwam niet
veel terecht. Ook binnen de PvdA zelf kwam de doorbraak, die vorm moest krijgen
in de samensmelting van de verschillende ideologische tradities, niet echt tot
stand, ondanks de inzet van Banning, in de jaren veertig en vijftig de
belangrijkste ideoloog van de PvdA. Hij was redacteur van Socialisme en
Democratie, drukte een zwaar stempel op de beginselprogramma's van 1947 en
1959, was voorzitter van tal van commissies en publiceerde veel, waaronder het
officiële verweer tegen het bisschoppelijk Mandement van 1954. Maar Bannings
opvattingen correspondeerden niet altijd met het officiële partijstandpunt. Dat
Banning zich eind jaren dertig had neergelegd bij het loslaten van de
ontwapeningseis wilde niet zeggen dat zijn denkbeelden hieromtrent gewijzigd
waren. Hij aanvaardde, zij het niet onvoorwaardelijk, de Noord-Atlantische
Verdrags-Organisatie, maar hij verzette zich tegen het pathos waarmee sommige
socialisten pleitten voor een sterke defensie.
Banning mocht dan in deze
jaren de voornaamste PvdA-ideoloog zijn, tegelijkertijd nam de belangstelling
voor ideologie binnen de sociaal-democratie sterk af. De nadruk op de
praktische regeringspoltiek, het algemeen gebrek aan belangstelling voor
ideologieën, het mislukken van de doorbraak en de na de jaren vijftig snel
inzettende opheffing van de traditionele zuilen waren er de oorzaken van dat de
opvattingen van Banning al spoedig als gedateerd werden beschouwd. Zijn
principiële en gefundeerde kritiek op het marxisme, zijn felle afwijzing van
het communisme, zijn voorkeur voor overleg en dialoog, zijn brave levenswandel
en zijn ernstige levensbesef spraken de generatie die in de jaren zestig
politiek bewust werd niet meer aan. Na zijn zeventigste verjaardag in 1958
legde Banning veel van zijn functies, zoals het hoogleraarschap kerkelijke
sociologie aan de universiteit van Leiden, neer. De laatste tien jaren voor
zijn dood, waarin hij door ziekte steeds geïsoleerder raakte, en de eerste
vijftien jaren daarna genoot Banning vrijwel alleen nog aanzien in kringen van
Woodbrookers en in die van historici, politicologen en sociologen die zich
verdiepten in de ideologische en politieke debatten uit de jaren 1920-1960.
Rond zijn honderdste geboortedag, in 1988, was sprake van een hernieuwde
belangstelling voor Bannings denkbeelden, die ook in PvdA-rapporten als
Schuivende panelen (1987) en Bewogen beweging (1988) aanwijsbaar was.
ARCHIEF: Archief W. Banning in IISG (Amsterdam; vgl. Campfens², 244).
PUBLIKATIES: Keuze (behalve de genoemde): `Socialisme en persoonlijkheid' in:
De Samenwerking, 1913, nr. 5; Sociale idealen in een religieuze
levensbeschouwing (Nieuwendam 1919); Ons werk (Amsterdam 1919); In dienst van
het ideaal (Enschede z.j.); Drie preken (Sneek 1923); Het regeringsjubileum
(Enschede 1923); Socialisties levensgevoel (Enschede 1924); Om de gemeenschap
(Enschede z.j.); Religieus socialisme (Enschede z.j.); Religieus-Socialistische
Vragen I (Arnhem 1924); Van strijd en vertrouwen (Amsterdam 1928); Over `De
proletarische levensbeschouwing' (Arnhem 1929); Jaurès als denker (Arnhem
1931); De achtergrond der jeugdbeweging (Utrecht 1931); Het
nationaal-socialisme (Arnhem 1932); `Jeugd en socialisme' in: De Socialistische
Gids, 1932, 519-530; `Hoe hebben wij de Duitse gebeurtenissen te verstaan?' in:
De Socialistische Gids, 1933, 669-679; `Het sociale ideaal' in: Midden in de
wereld (Assen 1933) 44-75; Een nieuwe wil. Een nieuwe wereld (Amsterdam 1933);
Voor wijde horizonnen (Amsterdam 1933); Recht op van lijf, recht op van ziel
Waarom wij het fascisme bestrijden (Amsterdam z.j.); Marx... en verder (Arnhem
1933); Geloof en arbeid (Amsterdam 1935); `De toekomst der Europese cultuur en
de democratie' in: De nieuwe maatschappij en de democratie (Arnhem 1935) 1-23;
Ons woord, onze taak, onze plaats (Amsterdam 1935); Wat dunkt u van de mens
(Assen 1936); Hedendaagse sociale bewegingen Achtergronden en beginselen
(Arnhem 1938); Politiek en geloof (z.pl. 1938); En toch... na september 1938
(Rotterdam 1938); Politiek en moraal (Zeist z.j.); Een weg opwaarts. De nieuwe
oorlog, de nieuwe vrede (Arnhem 1940); In verbondenheid. Een woord tot vrienden
en makkers, bekende en onbekende, aan het einde van het oorlogsjaar 1940 (Zeist
1940); Jongeren van Holland, weest solidair (Rotterdam 1940); (met W.
Schermerhorn) Voor het voetlicht. Openingsrede voor de Nederlandse
Volksbeweging (Amsterdam 1945); `Een nieuwe bladzijde' in: Socialisme en
Democratie, 1946, 18-21; Hier: de Partij van de Arbeid (Amsterdam 1946); `Het
ideologisch probleem van het socialisme' in: Socialisme en Democratie, 1946,
161-165; Evangelie en klassenstrijd (Den Haag 1946); (met G.E. van Walsum, J.J.
Buskes, J.H. Scheps) Kan een christen lid zijn van de Partij van de Arbeid?
(Amsterdam 1947); `De geestelijke achtergronden van het socialisme' in:
Socialisme en Democratie, 1948, 577-584; Het vraagstuk van de arbeid (Amsterdam
1949); (red.) Hedendaagse waardering van Karl Marx (Amsterdam 1950); Het
communisme als politiek-sociale wereldreligie (Arnhem 1951); (met J. Barents)
Socialistische documenten (Amsterdam 1952); Moderne maatschappijproblemen
(Haarlem 1953-1960; 2 delen); (red.) Handboek pastorale sociologie (Den Haag
1953-1962; 7 delen); Ons socialisme. De Partij van de Arbeid in Nederland. Een
verweer en appèl naar aanleiding van het Mandement 1954 en de daarop gevolgde
discussies (Amsterdam 1954); Terugblik op leven en strijd van althans een deel
der generatie die idealistisch-jong was aan het begin der twintigste eeuw
toegelicht aan de ontwikkelingsgang van één hunner (Amsterdam 1958); Machten en
mensen (Haarlem 1959); `Het beginselprogram 1959' in: Socialisme en Democratie,
1960, 204-210; Karl Marx. Leven, leer en betekenis (Utrecht 1960); Om mens en
menselijkheid in maatschappij en politiek (Amsterdam 1960); Confrontatie van
Oost en West (Utrecht 1965); bibliografie in H. Zunneberg, Willem Banning
1888-1971 (Utrecht 1978).
LITERATUUR: H.G. Cannegieter, `Dr W. Banning'
in: Morks-Magazijn, 1933, nr. 12, 617-625; H. Verwey-Jonker, `Vijf en twintig
jaar socialistische theorie' in: Ir. J.W. Albarda (Amsterdam 1938), 330-348;
H.J. Wilzen, A. van Biemen, Samen op weg (Amsterdam 1953); H.M. Ruitenbeek, Het
ontstaan van de Partij van de Arbeid (Amsterdam 1955); J. Lindeboom,
Geschiedenis van de Barchem-beweging 1908-1958 (Barchem 1958); J.M. den Uyl,
`Banning 70 jaar' in: Socialisme en Democratie, 1958, 81-83; Interview met
Bibeb in: Vrij Nederland, 22.2.1958; G.J. Harmsen, Blauwe en rode jeugd (Assen
1961); J.J. Buskes, Vier vrienden (Apeldoorn 1971); Terugblik en perspectief.
Willem Banning 1888-1971 (Baarn 1972); H.F. Cohen, Om de vernieuwing van het
socialisme (Leiden 1974); J. Bank, Opkomst en ondergang van de Nederlandse
Volksbeweging (Deventer 1978); H. Zunneberg, Willem Banning (1888-1971)
(Utrecht 1978); M. de Keizer, De gijzelaars van Sint Michielsgestel (Alphen aan
den Rijn 1979); J. Rogier, Een zondagskind in de politiek en andere christenen
(Nijmegen 1980); H.E.S. Woldring, D.Th. Kuiper, Reformatorische
maatschappijkritiek (Kampen 1980); M. Gastelaars, Een geregeld leven (Amsterdam
1985); C.H. Wiedijk, Koos Vorrink (Groningen 1986); C. Huijsen, Socialisme als
opdracht (Baarn 1986); J.Th.J. van den Berg, `Bannings rol in de
sociaal-democratie' in: Tijd en Taak, 15.5.1987; R. Hartmans, `Het socialisme
van Willem Banning. Bij de honderdste geboortedag van een "vergeten"
ideoloog' in: Socialisme en Democratie, 1988, 8-14; `Tussen verstarring en
vervlakking, een portret van Willem Banning', Barchembladen, 1988, nr. 18,
213-217; R. Hartmans, `1988: Banning redivivus?' in: Socialisme en Democratie,
1988, 190-192; D. Pels, `Willem Banning: voor en tegen' in: Het negende
jaarboek voor het democratisch socialisme (Amsterdam 1988) 134-170; H. van
Wirdum-Banning, Willem Banning 1888-1971 (Amersfoort 1988); M.B. ter Borg
(red.), Banning als denker (Utrecht 1988); E. Jonker, De sociologische
verleiding (Groningen 1988); P.J. Knegtmans, Socialisme en democratie
(Amsterdam 1989); H. de Liagre Böhl, `Banning en de PvdA' in: Tijd en Taak,
11.3.1989; R. Hartmans, `Het fascisme en de vernieuwing van het socialisme. De
SDAP in de jaren dertig' in: Socialisme en Democratie, 1989, 170-177; B.
Mulder, `Willem Banning - volksopvoeder tussen vrijzinnigheid en orthodoxie'
in: Socialisme en Democratie, 1989, 335-340; E. Jonker, `Een halve eeuw
heroriëntatie: vijftig jaar "Socialisme en Democratie"' in:
Socialisme en Democratie, 1989, jubileumnummer; R. Hartmans, `Klassieken: W.
Bannings Jaurès als denker' in: Socialisme en Democratie, 1990, 118-119; R.
Hartmans, `De wederopstanding van Willem Banning. Een ethisch reveil voor de
sociaal-democratie?' in: De Groene Amsterdammer, 13.6.1990; M. van der Linde,
De Horst 1945-1990 (Driebergen 1991); R. Hartmans, `Van "wetenschappelijk
socialisme" naar wetenschap en socialisme. De ideologische heroriëntering
van de SDAP in de jaren dertig' in: Het twaalfde jaarboek voor het democratisch
socialisme (Amsterdam 1991) 17-46; H. de Liagre Böhl, `Willem Banning in de
Partij van de Arbeid: een verloren strijd om de doorbraak' in: Het twaalfde
jaarboek voor het democratisch socialisme (Amsterdam 1991) 47-81; M. van der
Linde (red.), Willem Banning en De Horst (Driebergen 1992); G. Harmsen,
Herfsttijloos (Nijmegen 1993); F. Rovers, Voor recht en vrijheid (Amsterdam
1994).
Rob Hartmans