Archief Gerrit Bennink
Periode
1880-1917
(1927)
Omvang
0.12 m.
Raadpleging
Vrij
Biografie
Gerrit Bennink (1858-1927) was aanvankelijk werkzaam in de textielindustrie maar raakte vanwege een fabrieksbrand ongeschikt voor het productiewerk; kwam in 1880 in contact met F. Domela Nieuwenhuis die in zijn blad `Recht voor Allen' opgeroepen had tot deelname aan een grote door hem te organiseren enquête over de toestand waarin de Nederlandse arbeiders verkeerden; gaf antwoorden voor de Twentse metaal- en textielindustrie; berichtte in zijn `Brieven uit Twenthe' in `Recht voor Allen', waardoor zijn verstandhouding met de Twentse werkgevers verslechterde, raakte zijn baantje als portier bij de Nederlandsche Katoenspinnerij in Hengelo kwijt; vertrok naar Delft waar hij dankzij J.C. van Marken werk als timmerman kreeg bij de Gist- en Spiritusfabriek; vestigde zich in 1886 als horlogemaker in Hengelo; zijn beschuldiging aan het adres van Stork, de machtigste werkgever van Hengelo, dat deze `de meest geraffineerde uitzuiger van zijn volk' was, deed hem tien dagen in de gevangenis belanden; laveerde tussen de anarchisten van Domela en de in 1894 opgerichte SDAP; als partijloze zat hij in de Hengelose gemeenteraad (1900-1913, 1919-1927), was hij wethouder van Hengelo (1919-1923) en lid van Provinciale Staten van Overijssel (1901-1919).
Inhoud
Brieven en briefkaarten van F. Domela Nieuwenhuis aan Bennink 1880-1884, 1886-1904, 1914, 1917, (1927); rede van Bennink over `Neerlands onafhankelijkheid' te Almelo 1888; verslag van discussie tussen S. van Houten en Bennink te Hengelo 1889; stukken betreffende de deelname van Bennink aan het `International Congress of Textile Workers te Manchester 1894.
Bewerking
Plaatsingslijst gemaakt door Bouwe Hijma in 2000
Inleiding
Begin 2000 kreeg het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) te Amsterdam bijna tweehonderd handgeschreven brieven in bruikleen, die de bekende socialistische en anarchistische voorman Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1846-1919) schreef aan de Twentse arbeidersvoorman Gerrit Bennink (1858-1927).
Bennink was aanvankelijk werkzaam in de textielindustrie maar door een hoge rug, wellicht als gevolg van een sprong uit een brandend fabriekspand in 1872, was hij ongeschikt voor het productiewerk en werkte hij als portier bij de Nederlandsche Katoenspinnerij in Hengelo.
In 1880 kwamen Bennink en Domela met elkaar in contact. In dat jaar had Domela in Recht voor Allen , het blad van de door hem geleide Sociaal Democratische Bond (SDB), opgeroepen tot deelname aan een grote, door hem te organiseren, enquête over de toestand waarin de Nederlandse arbeiders verkeerden. Bennink gaf antwoorden namens de arbeiders werkzaam in de metaal- en de textielindustrie. Tussen beiden ontstond een levendige correspondentie. Bennink was aanvankelijk lid van het Algemeen Nederlandsch Werkliedenverbond (ANWV) en hij wilde het programma van deze bond ook in de Twentse textielindustrie realiseren. Bennink etaleerde zijn opvattingen eerst in De Werkmansbode , het blad van de ANWV en vanaf september 1882 in zijn 'Brieven uit Twenthe', die gepubliceerd werden in Recht voor Allen .
Met name door deze 'Brieven uit Twenthe' werd Bennink's verstandhouding met de belangrijkste Hengelose werkgever Stork en met zijn eigen directeur R.A. de Monchy steeds slechter. Beiden zagen hem als socialistische onruststoker en dit leidde in februari 1883 tot zijn ontslag. Bennink radicaliseerde verder en vond slechts in Domela Nieuwenhuis en diens SDB gelijkgestemden. Door bemiddeling van Domela kreeg Bennink werk als timmerman bij de Gist- en Spiritusfabriek van J.C. van Marken in Delft. Hij bleef maar kort in Delft en vestigde zich in januari 1886 als zelfstandig horlogemaker in Hengelo. Terug in Hengelo nam hij de leiding op zich van de door talrijke ontslagen aangeslagen socialistische beweging in Twente.
In augustus 1886 richtte Bennink een afdeling Hengelo van de SDB op, waarvan hij voorzitter werd. Voorjaar 1887 raakte Bennink betrokken in het 'uitzuigersproces'. Naar aanleiding van het dwarsbomen door autoriteiten en logementhouders van het SDB-congres in Hengelo tijdens de kerstdagen van 1886 had hij de fabrikant Stork 'de meest geraffineerde uitzuiger van zijn volk' genoemd en dit kwam hem op tien dagen gevangenisstraf te staan. In 1889 sprak Bennink tijdens een nationale manifestatie voor de Arbeidswet in Den Haag over de 'slavenkolonie Twenthe'. In 1891 was Bennink één van de oprichters van het Twentse SDB-weekblad Recht door Zee . Bennink kon Domela echter niet volgen in diens wending naar het anarchisme. Toen in 1894 een parlementair georiënteerde vleugel zich afscheidde van de SDB en de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP) oprichtte, kon hij geen keus maken. Hij wilde zijn geestelijk vader niet definitief afvallen maar voelde in wezen meer voor de parlementaire weg en zag wel heil in het algemeen kiesrecht. Resultaat was dat hij voortaan partijloos bleef. Als partijloze zat hij in de Hengelose gemeenteraad (1900-1913 en 1919-1927), was hij van 1919 tot 1923 wethouder en van 1901 tot 1919 lid van Provinciale Staten. Zijn hart lag bij Domela en niet bij SDAP voormannen als W.H. Vliegen. In 1916 voldeed Bennink met genoegen aan het verzoek van Domela's vrienden om bij diens zeventigste verjaardag een bijdrage aan het op initiatief van een Comité tot Huldiging verschenen Gedenkboek te leveren.
Op het IISG was een klein aantal stukken aanwezig, afkomstig uit de nalatenschap van Gerrit Bennink. Deze stukken zijn nu in deze lijst samengebracht met de brieven van Domela Nieuwenhuis.De brieven en briefkaarten van Domela aan Bennink hebben in deze plaatsingslijst de nrs. 1-4 gekregen. Een annex bij de plaatsingslijst bevat een specificatie van de datering van de brieven en briefkaarten.
Er zijn slechts vijf brieven van Bennink aan Domela bewaard gebleven. Deze zijn geschreven tussen 21 november en 25 december 1880 en gepubliceerd in de in 1978 verschenen dissertatie van J.M. Welcker Heren en arbeiders in de vroege Nederlandse arbeidersbeweging 1870-1914 . Amsterdam: Van Gennep, 1978.
Voor meer biografische gegevens over Bennink kan men terecht bij:
Ger Harmsen, 'Bennink, Gerrit' in: Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland deel 7. Amsterdam: Stichting beheer IISG, 1998. pp. 10-13.
A.L.A. Wevers, 'Bennink, Gerrit (1858-1927)' in: Overijsselse biografieën deel 1. Amsterdam/Meppel: Boom, 1990. pp. 17-20.
Plaatsingslijst
Aantal niet gedateerde brieven en andere documenten: 18
- 1-4
-
Brieven en
briefkaarten van F. Domela Nieuwenhuis aan G. Bennink.
1880-1884,
1886-1904, 1914, 1917, (1927) en z.j.
4 mappen..
N.B. Tussen deze brieven en briefkaarten bevinden zich enkele brieven die niet door Domela zijn geschreven. Zie hiervoor de specificatie in de annex bij deze plaatsingslijst (nrs. 68, 98, 108).
- 5
- Verslag van een door G. Bennink in het lokaal 'De overwinning' te Almelo gehouden rede over 'Neerlands onafhankelijkheid' in de Almelosche Courant van 16 december 1888. 1 stuk.
- 6
- Verslag van een door de 'Hengeloosche liberale kiesvereeniging' uitgeschreven vergadering waarbij Mr. S. Van Houten als spreker optrad en G. Bennink met hem in debat ging, in de Provinciale Overijsselsche en Zwolsche Courant van 21 februari 1889. 1 stuk.
- 7
- Deelnemerskaart van G. Bennink aan het International Congress of Textile Workers op 24 juli 1894 en volgende dagen in de Memorial Hall te Manchester. Met bijlage. 1894. 2 stukken.
- 8
- Brief van J. Rot van Het Volksdagblad aan G. Bennink d.d. 22 december 1903 betreffende de plaatsing van een door Bennink ingezonden stuk. 1903 1 stuk.
ANNEX
Specificatie van de datering van de brieven en briefkaarten van F. Domela Nieuwenhuis aan G. Bennink
| 1. | 21 november 1880 |
| 2. | 27 december 1880 |
| 3. | 6 januari 1881 |
| 4. | 16 februari 1881 |
| 5. | 19 maart 1881 |
| 6. | 1 mei 1881 |
| 7. | 27 juni 1881 |
| 8. | 4 oktober 1881 |
| 9. | 7 oktober 1881 |
| 10. | 22 november 1881 |
| 11. | 24 december 1881 |
| 12. | 14 januari 1882 |
| 13. | 1 februari 1882 |
| 14. | 6 februari 1882 |
| 15. | 28 februari 1882 |
| 16. | 11 maart 1882 |
| 17. | 15 april 1882 |
| 18. | 5 juni 1882 |
| 19. | 15 juni 1882 |
| 20. | 11 augustus 1882 |
| 21. | 3 september 1882 |
| 22. | 25 september 1882 |
| 23. | 9 november 1882 |
| 24. | 20 november 1882 |
| 25. | 30 november 1882 |
| 26. | 27 december 1882 |
| 27. | 30 december 1882 |
| 28. | 28 januari 1883 |
| 29. | 19 februari 1883 |
| 30. | 24 februari 1883 |
| 31. | 27 februari 1883 |
| 32. | 6 maart 1883 |
| 33. | 14 maart 1883 |
| 34. | 28 maart 1883 |
| 35. | 2 mei 1883 |
| 36. | 24 mei 1883 |
| 37. | 8 juni 1883 |
| 38. | 11 juni 1883 |
| 39. | 20 juni 1883 |
| 40. | 24 juli 1883 |
| 41. | 9 augustus 1883 |
| 42. | 22 augustus 1883 |
| 43. | - augustus 1883 |
| 44. | 8 september 1883 |
| 45. | 8 oktober 1883 |
| 46. | 22 oktober 1883 |
| 47. | 14 december 1883 |
| 48. | 10 januari 1884 |
| 49. | 15 maart 1884 |
| 50. | 29 maart 1884 |
| 51. | 29 april 1884 |
| 52. | 7 mei 1884 |
| 53. | 26 mei 1884 |
| 54. | 4 juni 1884 |
| 55. | 26 juli 1884 |
| 56. | 8 april 1886 |
| 57. | 10 april 1886 |
| 58. | 23 april 1886 |
| 59. | 31 mei 1886 |
| 60. | 1 juli 1886 |
| 61. | 2 juli 1886 |
| 62. | 6 juli 1886 |
| 63. | 31 juli 1886 |
| 64. | 2 september 1886 |
| 65. | 8 september 1886 |
| 66. | 11 november 1886 |
| 67. | 14 maart 1887 |
| 68. | 1 juni 1887 (Brief van G. Bennink aan zijn vrouw, geschreven tijdens zijn tiendaags verblijf in het Huis van Bewaring tevens Strafgevangenis te Almeloo, datering poststempel) |
| 69. | 26 november 1887 |
| 70. | 12 januari 1888 |
| 71. | 23 januari 1888 |
| 72. | 26 januari 1888 |
| 73. | 9 februari 1888 |
| 74. | 29 februari 1888 |
| 75. | 27 maart 1888 |
| 76. | 17 april 1888 |
| 77. | 25 april 1888 |
| 78. | 26 april 1888 |
| 79. | 7 mei 1888 |
| 80. | 18 mei 1888 |
| 81. | 19 mei 1888 |
| 82. | 23 mei 1888 |
| 83. | 25 mei 1888 |
| 84. | 31 mei 1888 |
| 85. | 6 juni 1888 |
| 86. | 20 juni 1888 |
| 87. | 27 juni 1888 |
| 88. | 13 augustus 1888 |
| 89. | 14 september 1888 |
| 90. | 28 september 1888 |
| 91. | 9 november 1888 |
| 92. | 1 december 1888 |
| 93. | Jaarwisseling 1888/1889 |
| 94. | 17 januari 1889 |
| 95. | 18 januari 1889 |
| 96. | 8 maart 1889 |
| 97. | 25 maart 1889 |
| 98. | 20 april 1889 (brief van C.J. Schuitemaker te Den Haag aan Bennink) |
| 99. | 29 juni 1889 |
| --. | 21 augustus 1889 (lege envelop, datering poststempel) |
| 100. | 11 september 1889 |
| 101. | 8 februari 1890 |
| 102. | 1 april 1890 |
| 103. | 9 mei 1890 |
| 104. | 22 mei 1890 |
| 105. | 30 juni 1890 |
| 106. | 12 juli 1890 |
| 107. | 18 juli 1890 |
| 108. | 1 en 11 augustus 1890 (deze twee brieven zijn niet van Domela, maar staan vol verwijten aan het adres van Domela, handtekening is onleesbaar, maar waarschijnlijk is de afzender Cornelis Crol) |
| 109. | 10 oktober 1890 |
| 110. | 29 januari 1891 |
| 111. | 6 maart 1891 |
| 112. | 13 maart 1891 |
| 113. | 1 oktober 1891 |
| 114. | 16 oktober 1891 (+ envelop) |
| 115. | 6 december 1891 |
| 116. | 18 maart 1892 |
| 117. | 22 maart 1892 |
| 118. | 25 maart 1892 |
| 119. | 22 april 1892 |
| 120. | 19 september 1893 |
| 121. | 30 december 1893 |
| 122. | 30 januari 1894 |
| 123. | 25 juni 1894 |
| 124. | 4 juli 1894 |
| 125. | 11 juli 1894 |
| 126. | 21 september 1894 (datering poststempel) |
| 127. | 29 december 1894 |
| 128. | 6 januari 1895 (lege envelop, datering poststempel) |
| 129. | 12 februari 1895 |
| 130. | 13 maart 1895 |
| 131. | 11 juli 1895 |
| 132. | 15 januari 1896 |
| 133. | 7 februari 1896 |
| 134. | 19 april 1896 |
| 135. | 15 mei 1896 |
| 136. | 16 mei 1896 |
| 137. | 3 juni 1896 |
| 138. | 13 februari 1897 |
| 139. | 31 maart 1897 |
| 140. | 14 mei 1897 |
| 141. | 2 juni 1897 |
| 142. | 19 augustus 1897 |
| 143. | 12 januari 1898 |
| 144. | 25 januari 1898 |
| 145. | 28 maart 1898 |
| 146. | 14 mei 1898 |
| 147. | 9 juli 1898 |
| 148. | 26 september 1898 |
| 149. | 28 oktober 1898 |
| 150. | 20 september 1899 |
| 151. | 3 februari 1900 |
| 152. | 1 juni 1901 |
| 153. | 1 juli 1901 |
| 154. | 6 januari 1902 |
| 155. | 10 februari 1902 |
| 156. | 14 februari 1902 |
| 157. | 25 maart 1902 |
| 158. | 17 april 1902 |
| 159. | 27 mei 1902 |
| 160. | 8 juli 1902 |
| 161. | 18 juli 1902 |
| 162. | 25 november 1902 |
| 163. | 10 december 1902 |
| 164. | 17 december 1902 |
| 165. | 24 december 1902 |
| 166. | 29 december 1902 |
| 167. | 1 januari 1903 |
| 168. | 4 januari 1903 |
| 169. | 8 januari 1903 |
| 170. | 16 januari 1903 |
| 171. | 20 januari 1903 |
| 172. | 20 februari 1903 |
| 173. | 21 februari 1903 |
| 174. | 27 februari 1903 |
| 175. | 21 mei 1903 |
| 176. | 8 augustus 1903 |
| 177. | 29 januari 1904 |
| 178. | 11 maart 1904 |
| 179. | 22 juli 1914 (brief van Domela bij het overlijden van Bennink's echtgenote) |
| 180. | 5 juli 1917 (brief van Domela bij het overlijden van één van Bennink's kinderen) |
| 181. | 27 juli 1917 (briefkaart van Domela aan een dochter van Bennink) |
| 182. | 18/19 januari 1927 (briefkaart van B. Domela Nieuwenhuis aan de kinderen Bennink bij het overlijden van Gerrit Bennink) |