IISH

Archief Nederlandsch Economisch-Historisch Archief (Amsterdam)

Periode (1908-) 1914-1985 (-2005)
Omvang   39 m.
Raadpleging Beperkt
Toestemming vereist voor stukken vanaf 1975 van het NEHA
Zie informatie over raadpleging

Geschiedenis

Opgericht in 1914 met het doel de economische geschiedenis van Nederland te bevorderen.

Inhoud

Het eigen archief van het NEHA (1908-) 1914-1985 (-2005).

Ordening

Verantwoording van de inventarisatie van het archief van het NEHA

Begin 1988 is een aanvang gemaakt met de inventarisatie van het Verenigingsarchief van het NEHA. Allereerst zal ik enige aandacht besteden aan de staat waarin het archief werd aangetroffen. Het archief bevond zich in een aantal kasten en kisten, verspreid door het gebouw van de Economisch-Historische Bibliotheek (EHB) aan de Herengracht te Amsterdam. Deze spreiding binnen een gebouw was echter al een vorm van concentratie vergeleken met de situatie zoals die tussen 1932 en 1974 bestond. Immers in 1932 gingen de deuren open van de EHB in Amsterdam, terwijl de verzameling bedrijfsarchieven in het gebouw aan de Laan Copes van Cattenburch en enkele wisselende opslagruimtes in 's-Gravenhage bleef.

Deze splitsing tussen de Amsterdamse en de Haagse poot van het NEHA, die ook in de vorming en bewaring van het Verenigingsarchief tot uitdrukking kwam, duurde voort tot in de jaren zeventig. Na de verkoop van het pand aan de Laan Copes van Cattenburch in 1974, waartoe was overgegaan nadat de decentralisatie van de verzameling bedrijfsarchieven haar beslag had gekregen, werd het Verenigingsarchief van het NEHA bijeengebracht in Amsterdam.

Het archief maakte de indruk niet geïnventariseerd te zijn. Toch waren hiertoe blijkbaar in het verleden enige pogingen ondernomen. Het jaarverslag van de directeur van het NEHA over 1969 meldt dat 'het archief van de vereniging zelf weer in orde' werd gebracht en dat een 'naam- en onderwerpenindex werd gemaakt'. In het maandoverzicht over december 1969 staat dat een adjunct-archiviste 'de inventarisering van het archief voltooide' en dat 'alle in- en uitgaande stukken overzichtelijk staan opgesteld'.(1)

Tien jaar later constateerde de conservator in een nota dat rond 1970 een inventarisatie heeft plaatsgevonden maar dat de 'inventaris die toen vervaardigd lijkt te zijn, echter nergens aanwezig(2)'. Ook tijdens de recente inventarisatie is deze inventaris niet gevonden. Het lijkt waarschijnlijk dat deze inventaris nooit heeft bestaan en dat de inventarisatiewerkzaamheden van rond 1969 voornamelijk betrekking hebben gehad op het indiceren van de correspondentie uit de jaren 1914-1969.

Niet alleen over de inventarisatie van het archief in het verleden bestaat onduidelijkheid, dit geldt ook voor de mate van volledigheid. In 1979 constateerde de conservator 'Van het bestuurs- en directeursarchief over de periode 1914-1969 zijn voornamelijk vernietigbare stukken over. De werkelijk belangrijke stukken ontbreken(3). Dit lijkt mij bij nader inzien mee te vallen. Allerlei blijkbaar verdwenen gewaande stukken zijn op de een of andere wijze weer boven water gekomen. Notulen van de bestuurs- en ledenvergaderingen, correspondentie, de essentiële gedeelten van de financiële administratie en verantwoording en de ledenadministratie zijn bewaard gebleven, terwijl bijvoorbeeld ook de stukken die betrekking hebben op de initiatieven van H.G.A. Elink Schuurman en N.W. Posthumus die leidden tot de oprichting van het NEHA, zijn teruggevonden.

Zoals te verwachten op grond van het bovenvermelde, was van een nude ordening van het archief niet echt sprake. Een ordening was eigenlijk alleen aangebracht bij de algemene correspondentie tot en met 1974. Deze was chronologisch geordend met een scheiding tussen de ingekomen stukken en de minuten van de uitgaande brieven. Deze ordening is intact gelaten. De vorming van het NEHA-archief begint feitelijk in 1913, een jaar voor de officiële oprichting in 1914, terwijl er enkele stukken van Elink Schuurman uit 1908 in het archief aanwezig zijn die betrekking hebben op het in het buitenland totstandkomen van 'Wirtschaftsarchive'.

Besloten is om bij deze inventarisatie van het statische archief van het NEHA het jaar 1985 als eindpunt in de tijd te kiezen. De meest recente stukken zijn immers nog geregeld nodig bij de dagelijkse secretariaatswerkzaamheden. De grens tussen statisch en dynamisch archief ligt derhalve in 1985, het jaar waarin per 1 juli J.H. van Stuijvenberg als directeur terugtrad en per diezelfde datum E.J. Fischer zijn entree maakte als directeur ad-interim.

De omvang van het archief bedroeg bij het begin van de inventarisatie circa 15 meter. Besloten werd tot een beperkte, niet te tijdrovende schoning van het archief over te gaan. Dit had tot gevolg dat circa 5 meter archief voor vernietiging in aanmerking kwam, overwegend financiële administratie. Het huidige NEHA-archief bedraagt derhalve circa 10 meter.

Het NEHA-archief is begin 1989 in nieuwe mappen en dozen verpakt zodat het, nu eindelijk goed geordend en een hanteerbaar geheel vormend, een voorlopig laatste rustplaats kan vinden in een van de magazijnen van het gebouw aan de Cruquiusweg waarin het NEHA samen met het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis in het voorjaar van 1989 zijn intrek heeft genomen.

Noten

1 NEHA-archief 223 Maandoverzicht 1-12-1969, 1.
2 NEHA-archief 385 J.P.A. Louman, De beheerstaak van de conservator, 1979
3 Ibidem.

Het NEHA-archief tot en met 1985 is geordend. In 2010 is een kleine aanvulling op het archief, bestaande uit stukken van vóór 1986, beschreven. Het NEHA-archief uit de jaren na 1985 is ongeordend.

Bewerking

Inventaris gemaakt door Bouwe Hijma in 1989, van de aanvullingen 2010 eveneens door Bouwe Hijma

Toegang

Inventaris, gepubliceerd in De Vereeniging het Ned Economisch- Historisch Archief 1914-1989, red. Fischer e.a. (Amsterdam, 1989)