Archief Raad voor de Journalistiek
Periode
1968-1993, 1996
Omvang
4.85
m.
Raadpleging
Beperkt
Toestemming
vereist van de NVJ
Zie informatie over raadpleging
Geschiedenis
Opgericht in 1962 als opvolger van de Raad van Tucht met als doelstelling het beoordelen van journalistieke gedragingen; de RvJ kon geen sancties opleggen; ontwikkelingen in de wijze van beoordeling van de journalistiek leidde in 1982 tot nieuwe reglementen en opname in een nieuwe stichting.
Inhoud
Correspondentie 1969-1878; dossiers betreffende door de Raad voor de Journalistiek behandelde gevallen 1968-1980, 1982-1993; verslagen van een enquête over de werkwijze van de RvJ 1996.
Bewerking
Plaatsingslijst (inv.nrs. 1-19) gemaakt door Henk Hondius in 1991
Plaatsingslijst aanvulling 1998 (inv.nrs. 20-42) gemaakt door Wim Leendertse in 1998
INLEIDING
De georganiseerde
journalistiek in Nederland heeft een belangrijk aandeel gehad in de oprichting
van de
Raad voor De Journalistiek
in 1962, als opvolger
van de Raad van Tucht. Doelstelling van de
Raad voor de
Journalistiek
is het beoordelen van journalistieke gedragingen.
Hoewel er na de Tweede Wereldoorlog in het kader van de
International
Federation of Journalists (IFJ)
een geschreven erecode voor de pers
tot stand kwam, is er in Nederland nooit zoiets als een eigen erecode van de
grond gekomen. Bovendien heeft de IFJ-code weinig betekenis voor de
jurisprudentie van de
Raad voor de Journalistiek
.
De
Raad is niet gerechtigd sancties aan de pers en/of individuele journalisten op
te leggen. In oorsprong is het een 'raad van opinie`. Formeel hanteert de Raad
als kriterium of een gewraakte gedraging 'schadelijk is voor de waardigheid van
de stand der Nederlandse journalisten`. In de loop van de jaren zeventig werd
een nieuwe toetssteen ontwikkeld, namelijk of de gedraging 'gelet op de eisen
van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is`.
Dit kriterium is ontleend aan een rapport van de Commissie
Raad voor
de Journalistiek
in 1972.
Deze commissie stelde verder
voor het draagvlak van de Raad te vergroten door inschakeling van
(werkgevers-)organisaties als de
Nederlandse Dagblad Pers
(NDP)
en de omroepen. Dat zou de (morele) plicht moeten inhouden om
uitspraken van de Raad in de desbetreffende media te openbaren, hetgeen tot
dusver slechts geschiedde in het periodiek van de
Nederlandse
Vereniging van Journalisten (NVJ)
De Journalist
.
Ook werd voorgesteld om een vertrouwensman (ombudsman) aan de Raad te verbinden
om een meer tijdige bemiddeling mogelijk te maken. Al deze voorstellen werden
in 1978 door de
NVJ
aanvaard en in 1980 in bespreking
gebracht met de voorgestelde partners. Toen hierover op de meeste punten tot
overeenstemming was gekomen, werd in 1982 de
Raad voor de
Journalistiek
door de NVJ in handen gelegd van een nieuw opgerichte
stichting, met een nieuw reglement en nieuwe statuten.
Het archief,
afkomstig van de secretarissen mevrouw Mr.
K. Helder
en
mevrouw Mr.
M.P. Galama-Kuipers
, arriveerde in 1989 op het
IISG
, samen met een aanvulling op het archief van de
Federatie van Nederlandse Journalisten (FNJ)
, het archief
van de
Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ)
,
stukken van de Sectie Freelance Journalisten, de Sectie Tijdschriftjournalisten
en stukken afkomstig van het bestuurslid
Wim Klinkenberg
.
Besloten werd om het archief van de
Raad voor de
Journalistiek
van de rest af te zonderen en het niet in de van
bovengenoemde archieven gemaakte plaatsingslijst als annex op te nemen en te
beschrijven, omdat het hierbij gaat om een zelfstandige en onafhankelijke
instantie. Bovendien zijn deze archiefstukken niet door de NVJ gearchiveerd,
terwijl dat tot 1968 bij de FNJ wel het geval was.
Het archief van de
Raad voor de Journalistiek
beslaat 2.4 strekkende meters
en bevindt zich in goede staat.
LIJST
- 1
- Algemene correspondentie. 1969-1975, 1977-1979 ; beslissingen. 1977-1979 ; niet-behandelde klachten. 1977-1978. 1 doos.
- 2-19
-
Dossiers van al dan niet door de
Raad behandelde gevallen, per jaar op alfabetische volgorde
geordend.
18 dozen.
N.B: soms vindt de uitspraak pas na een jaar plaats, in zo'n geval is gekozen voor het jaar waarin de oorzaak van de klacht ontstaat. 1968-1980.
Plaatsingslijst aanvulling 1998
Deze aanvulling op het archief van de
Raad
voor de Journalistiek
is in 1998 overgedragen aan het
Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis
. Het
bevat de dossiers van bij de Raad aanhangig gemaakte klachten over de periode
1982-1993.
De omvang van de aanvulling is 2.36 m.