IISH

Archief SDAP

Periode  1894-1946
Omvang   74.6 m
Raadpleging Beperkt
Stukken van de Ereraad zijn gesloten
Zie informatie over raadpleging
Beperkingen aan gebruik   Van inv. no. 1-316 mogen alleen de microfilms en niet de originelen geraadpleegd worden

Geschiedenis

Sociaal-Democratische Arbeiders Partij (SDAP). Opgericht in 1894 te Zwolle; in 1940 werd de partij op nonactief gesteld; een collaborerend deel van de aanhang ging door onder de naam Nederlandse Socialistische Werkgemeenschap; in 1945 werd de SDAP heropgericht; na de oprichting van de PvdA in 1946 werd de SDAP als functionerende partij opgeheven, maar bleef bestaan als `SDAP in liquidatie'.

Behalve het eigenlijke SDAP-archief is een aantal andere archieven aanwezig, die bij de SDAP opgenomen zijn, mede omdat de vroegere archivaris van de SDAP, mevrouw A. Adama van Scheltema, volgens het `pertinentiebeginsel' stukken uit andere archieven toevoegde: Sociaal-Democratische Kamerfractie, opgericht in 1901; de Ereraad, in 1945 ingesteld om het gedrag van de SDAP-functionarissen die in de Tweede Wereldoorlog in functie waren gebleven, te onderzoeken; Nederlandsch Comité voor Algemeen Kiesrecht; Comité voor Arbeidspensioneering en Algemeen Kiesrecht afdeling Groningen; Volkspetitionnement voor Algemeen Kiesrecht en de Sociaal-Democratische Onderwijzersvereeniging (SDOV), opgericht in 1890 met als doel propaganda van de sociaal-democratische ideeën onder onderwijzers en het vrijmaken van het onderwijs in de volksschool van alle theologische en economische dogma's; in 1908 werd de SDOV opgeheven.

Inhoud

Het SDAP-archief bestaat uit drie delen:.

De periode 1894-1918: tot ca 1912 door mevrouw Adama van Scheltema geordend, vrij veel stukken aanwezig.

De periode 1918-1940: geordend door de SDAP zelf volgens `bureau- ordening'; bij de Duitse inval in 1940 is het archiefgedeelte 1933-1940 vernietigd, waardoor uit deze periode slechts enige notulen en voornamelijk gedrukt of gestencild materiaal of materiaal dat onder andere personen of instanties berustte, aanwezig zijn.

De periode 1940-1946: uit de periode 1940-1945 zijn weinig stukken aanwezig; de stukken van de heropgerichte SDAP 1945-1946 zijn geordend volgens een code, die ook bij de PvdA in gebruik is.

Aanwezig zijn statuten en huishoudelijke reglementen, notulen van de vergaderingen van het partijbestuur 1894-1940 (vanaf 1919 onvolledig en vanaf 1937 zeer onvolledig), van het dagelijks bestuur (onvolledig) en van de Partijraad; congresstukken; correspondentie partijsecretariaat, PB, afdelingen en federaties; stukken van en over verschillende door de partij ingestelde commissies, eigen organisaties (onder meer SDVC, SDSC), verwante organisaties en organisaties waar de SDAP mede aan deelnam, onder meer Comité van actie uit SDAP/NVV, Contactcommissie SDAP/NVV, Algemene Raad uit SDAP/NVV, (ook notulen), Arbeiderskaderschool, IvAO, AJC, Bond van Sociaal-Democratische Mobilisatieclubs, De Centrale, Bond van Arbeiderszangverenigingen, VARA, de Nederlandsche Arbeiders Sportbond, de Bond van Nederlandse Arbeiderscoöperaties; stukken van en over vakverenigingen, internationale socialistische organisaties (internationale congressen, ISB, SAI, IVV), zusterpartijen in het buitenland, ook Nederlands-Indië; stukken betreffende politieke activiteiten (kiesrecht, staatspensioen, stakingen, arbeidstoestanden), kolonialisme, agrarische vraagstukken, onderwijsproblematiek, coöperaties, militarisme; stukken betreffende de landelijke pers (Het Volk) en de regionale en plaatselijke pers, de boekhandel en brochurenhandel, de drukkerijen, onder meer de Arbeiderspers, en propaganda-activiteiten; uit de periode 1940-1946 voornamelijk liquidatie-stukken van federaties en afdelingen en heroprichtingen van afdelingen; enige stukken uit de oorlogsperiode; correspondentie van H.J. Woudenberg, stukken van de Sociaal-Democratische Vereniging voor Bevrijd Nederland, verslagen van de gesprekken met M. Rost van Tonningen; ook enige stukken van commissies, correspondentie partijsecretariaat, notulen PB en DB en rapporten;

Sociaal-Democratische Kamerfractie, 1901-1940: notulen 1901-1905 (februari) en 1917-1940 (onvolledig);

SDAP Ereraad, 1945-1946: algemene stukken, correspondentie, persoonsdossiers, stukken afkomstig van de zuiveringscommissies in de gewesten, appèlzaken, uitspraken, stukken betreffende naoorlogse perszuivering, stukken van de commissie van onderzoek;

Nederlandsch Comité voor Algemeen Kiesrecht, 1899-1908: notulen 1902-1908, stukken betreffende de oprichting, landelijke organisatie, gewestelijke en plaatselijke comité's, propaganda en opheffing;

Comité voor Arbeidspensioneering en Algemeen Kiesrecht, vanaf 1900 Nederlandsch Comité voor Algemeen Kiesrecht afdeling Groningen, 1898-1908: notulen, correspondentie;

Volkspetitionnement voor Algemeen Kiesrecht, 1900-1913: correspondentie, kopieboeken, stukken betreffende vergaderingen, activiteiten in de gewesten en in de afdelingen, sprekers en propaganda; publikaties, intekenlijsten, vragenlijsten, financiële stukken e.d.; bevat ook financieel verslag kiesrechtcomité Veendam 1905;

Sociaal-Democratische Onderwijzersvereeniging (SDOV), 1893-1908: statuten, reglementen, notulen, verslagen van vergaderingen, beschrijvingsbrieven, circulaires, rapporten en correspondentie.

Ordening

Tijdens de omzwervingen in de oorlogsjaren was het SDAP-archief vermengd geraakt met een twintigtal andere Nederlandse en niet-Nederlandse archieven en documentatiecollecties. Deze moesten eerst afgesplitst worden.

Ook bevatte het archief stukken die naar hun aard eigenlijk in andere archieven thuishoorden, maar die bewust ingebracht waren door de partij-archivaris. Zij werkte, zoals in het vorige hoofdstuk al vermeld werd, volgens het pertinentiebeginsel. Ze classificeerde de stukken niet naar herkomst of bestemming maar naar inhoud. Dat bracht met zich mee dat stukken uit persoonsarchieven - vooral die van P.L. Tak, W.H. Vliegen en F.M. Wibaut - aan het partij-archief werden toegevoegd. Anderzijds bleven sommige eigenlijk tot het partij-archief behorende stukken in persoonsarchieven bewaard. Wij hebben deze stukken zoveel mogelijk op plaats van bestemming teruggebracht en fotokopieën van de stukken die van de archivaris een beschrijving hadden gekregen in het partij-archief opgenomen.

Hoewel het pertinentiebeginsel nooit als een goede methode van archiefordening beschouwd is, hebben wij toch de ordening van mw. Scheltema gehandhaafd voor de periode tot 1918. Zij heeft met haar uitvoerige beschrijvingen de stukken over 1894-ca. 1911 zo goed toegankelijk gemaakt, dat het onjuist zou zijn om ze weer uit elkaar te halen. De lijsten van mw. Scheltema en S. Waas, in deze inventaris opgenomen onder de nummers 1901-2915, zijn in fotokopie op de studiezaal in te zien. De coderingsnummers zijn opgenomen in de inventaris met een verwijzing naar de Scheltema-lijst. Bovendien is een concordans gemaakt, aan de hand waarvan men snel het met de Scheltema-codering corresponderende inventarisnummer kan opzoeken. De archiefstukken kunnen alleen via het inventarisnummer worden opgevraagd. Mw. Scheltema kwam met haar ordening en beschrijving ongeveer tot het jaar 1919. De stukken over de periode 1911 tot 1918 hebben wij in de door haar gecreëerde rubrieken ondergebracht, evenals stukken van eerder datum die niet door haar beschreven werden.

In 1918 startte de partij-secretaris Woudenberg met een systeem van postbehandeling, dat hij zelf 'bureau-ordening' noemde. Hij lette vooral op de herkomst en de bestemming van de stukken. Ieder orgaan binnen de partij en iedere organisatie daarbuiten, waarmee de partij in geregeld contact stond, kreeg een letter/cijfercode. Betrof het stukken, bedoeld voor vergaderingen van partij-organen, dan kregen ze de code van het orgaan waarvoor ze bestemd waren. Een uitzondering op dit principe maakte hij voor de stukken betreffende politieke- propaganda- en andere acties, deze werden op onderwerp met een eigen code opgeborgen. Ook voor de periode na 1918 hebben wij de bureau-ordening en dossiervorming van de partij zelf gehandhaafd en/of hersteld. Allen hebben wij uit de dossiers 'Diverse organisaties' (O/div.) en 'Diversen secretariaat' (D/div.) een aantal stukken gelicht en ondergebracht bij de dossiers van de betreffende organisaties, voorzover deze een eigen codering hadden. Ook op het codeboekje van de secretaris is een concordans gemaakt.

Wij hebben zoveel mogelijk getracht om de volgens verschillende ordeningsprincipes ontstane rubrieken op elkaar aan te laten sluiten. Zowel de archivaris als de secretaris rangschikten de rubrieken volgens een alfabetische codering. Wij hebben deze volgorde niet gehandhaafd, maar een systematische inleiding voor het totale archief gemaakt, waarbij de bestaande rubrieken zoveel mogelijk gehandhaafd zijn. De stukken over de periode 1945-1946 zijn apart gehouden, maar op dezelfde manier ingedeeld als die over 1894-1940. De secretaris begon in mei 1945 met een nieuwe codering, gebaseerd op de principes van de oude - het was dezelfde secretaris -, maar op onderdelen verschillend. Om misverstanden te vermijden is deze niet in de concordans opgenomen.

De weinige stukken uit de bezettingstijd, die grotendeels tevoorschijn kwamen uit het archiefgedeelte 1945/46, zijn apart opgenomen (inv. nrs. 2921-2954).

De archieven van de Sociaal-Democratische Kamerclub/Kamerfractie en de Sociaal-Democratische Onderwijzersvereeniging, die door mw. Scheltema geincorporeerd waren in het SDAP-archief, zijn als 'gedeponeerde archieven' achterin de inventaris opgenomen, evenals het archief van de (zoals het Nederlandsch Comité voor Algemeen Kiesrecht, de Commissie Koloniaal Werkprogram), die strikt genomen evenmin in het SDAP-archief thuishoren, zijn opgenomen binnen de desbetreffende rubrieken van het hoofdarchief, omdat de codering ervan met die van het hoofdarchief vermengd was geraakt.

Tot slot nog een tweetal aanwijzingen voor het archiefgebruik. Vanaf 1918 werden de kopieën van uitgaande post bewaarde de secretaris dagkopieën van uitgaande post bijeengebonden in 'kopieboeken'.

Op de inkomende post werd een stempel gezet, waarin het nummer van het kopieboek en de antwoordbrief geschreven werd. Onder de inventarisnummers 496-510 kan met het betreffende kopieboek terugvinden en opvragen.

Zoals vermeld zijn de meeste stukken op onderwerp geordend. Wie historisch onderzoek doet naar een plaatselijke afdeling, zal in het afdelingsdossier vrijwel uitsluitend correspondentie aantreffen over de organisatie van die afdeling als zodanig. Stukken over plaatselijke activiteiten als 1-Mei-vieringen, propaganda en pers, verkiezingsacties en dergelijke, moeten bij de betreffende onderwerpen gezocht worden. Het register kan hierbij uitkomst bieden.

Bewerking

Inventaris gemaakt doot Henk Hondius en Margreet Schrevel in 1985

Tweede archiefvormer
Sociaal-Democratische Onderwijzersvereeniging. Nederlandsch Comité voor Algemeen Kiesrecht. Volkspetitionnement voor Algemeen Kiesrecht.
Andere fysieke vorm

81 veiligheidsfilms (2004)