IISG

Archief Maarten Rooij

Periode  1924-1986 (1987)
Omvang   0.62 m.
Raadpleging Vrij
Bewaarplaats  Persmuseum

Biografie

Maarten Rooij, geboren 17 april 1906 in Rotterdam, overleden 7 januari 1986 in Haarlem; werkzaam als advocaat in Rotterdam, alwaar hij ook leraar maatschappijleer was aan de gemeentelijke HBS ;in 1932 begon hij bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC) als secretaris van de hoofdredactie, van 1936-1940 tevens waarnemend hoofdredacteur; tijdens de Tweede wereldoorlog werkzaam in het verzekeringswezen als directeur van 'De Nederlanden van 1845' 1940-1945; in 1945 als hoofdredacteur terug bij de NRC; lid van de Persraad; Rooij hielp mee met de heroprichting van de Nederlandse Journalistenkring (NJK), een van de oprichters van de Federatie Nederlandse Journalisten (FNJ); van zowel kring als federatie werd hij de eerste (naoorlogse) voorzitter; promoveerde in 1956 aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool te Rotterdam op een proefschrift getiteld ' Het dagbladbedrijf in Nederland. Een economisch-sociaal beeld' ; hoogleraar in de leer van de communicatiemiddelen, in het bijzonder van de pers, aan de Universiteit van Amsterdam; bij deze functie hoorde het directeurschap van het Instituut voor Perswetenschap en van de Nederlandse Persbibliotheek; in 1955 bestuurslid van het Nederlands Persmuseum; betrokken bij de oprichting van de School voor de Journalistiek; lid van de Commissie Bedrijfsfonds voor de Pers, ook wel bekend als de 'Commissie-Rooij' (1971-1972).

Inhoud

Stukken betreffende zijn activiteiten, veel stukken betreffende de School voor de Journalistiek 1924-1986 (1987).

Ordening

Het archief heeft enige herordening ondergaan; het valt nu uiteen in de delen 'persoonlijk leven', 'hoofdfuncties', 'nevenfuncties' en een categorie 'overige stukken'; de 'hoofdfuncties' zijn chronologisch geordend; de 'nevenfuncties' zijn nog verder onderverdeeld, en vervolgens in chronologie geplaatst; dan restte er nog wat documentatie- en fotomateriaal; dit laatste is overgebracht naar de afdeling Beeld en Geluid van het IISG.

Bewerking

Lijst gemaakt door Stef Severt in 1995

INLEIDING

Maarten Rooij werd geboren in 1906. Hij studeerde rechten in Leiden, waar hij in 1928 het doctoraalexamen met goed gevolg aflegde. In 1934 volgde een tweede doctoraal-getuigschrift in de economie (Rotterdam). Inmiddels was Rooij werkzaam als advocaat in Rotterdam, alwaar hij ook leraar maatschappijleer was aan de gemeentelijke HBS. In 1932 begon hij zijn journalistieke carrière bij de Nieuwe Rotterdamsche Courant (NRC) . In korte tijd klom hij op tot secretaris van de hoofdredactie en vanaf 1936 was hij tevens waarnemend hoofdredacteur. Toen hoofdredacteur Swart in 1939 ziek werd, heeft Rooij korte tijd de honneurs waargenomen en als zodanig ook besprekingen gevoerd met de Duitse bezetter over de toekomst van het Nederlandse perswezen. In 1940 stapte hij op als hoofdredacteur, omdat hij deze verantwoordelijkheid gezien de oorlogsomstandigheden niet langer op zich wenste te nemen.

Nadat hij tijdens de oorlog werkzaam was geweest in het verzekeringswezen (en ondergedoken had gezeten), keerde hij in 1945 als hoofdredacteur terug bij de NRC, een afkorting die aanvankelijk, hangende het onderzoek van de perszuiveringscommissie, stond voor Nationale Rotterdamse Courant . Pas met ingang van 1 juli (?) 1947 mocht de NRC weer verschijnen onder haar oude naam. In diezelfde periode speelde Rooij zelf een belangrijke rol in de perszuiveringskwesties (èn als lid van de Persraad èn als gedaagde voor de Perszuiveringscommissie). Onderwijl hielp Rooij mee met de heroprichting van de Nederlandse Journalistenkring (NJK) en was hij een der oprichters van de Federatie Nederlandse Journalisten (FNJ), de voorloper van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ). Van zowel kring als federatie werd Rooij de eerste (naoorlogse) voorzitter.

Rooij koesterde daarnaast wetenschappelijke ambities. In 1956 promoveerde hij cum laude aan de Nederlandsche Economische Hoogeschool te Rotterdam op een proefschrift getiteld 'Het dagbladbedrijf in Nederland. Een economisch-sociaal beeld'. Het jaar daarop werd hij benoemd tot hoogleraar in de leer van de communicatiemiddelen, in het bijzonder van de pers, aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Bij deze functie hoorde het directeurschap van het Instituut voor Perswetenschappen en van de Nederlandse Persbibliotheek. In 1955 was hij reeds toegetreden tot het bestuur van het Nederlands Persmuseum. Verder was Rooij betrokken bij de oprichting van de Utrechtse School voor de Journalistiek (in ?), en maakte men gebruik van zijn deskundigheid in tal van commissies, waarvan de Commissie Bedrijfsfonds voor de Pers, begin jaren '70, misschien wel de belangrijkste was. In 1971 legde hij zijn hoogleraarschap neer. Ook daarna bleef Rooij de ontwikkelingen in de Nederlandse pers echter nauwlettend volgen, tot zijn dood in 1986.

Vrijwel al de hierboven opgesomde activiteiten van Rooij vinden hun neerslag in dit archief, waarbij de stukken rond de School voor de Journalistiek een relatief groot bestanddeel vormen.

Het 0.63 m. grote archief werd in 1992 overgedragen aan het Nederlands Persmuseum door mevrouw A.M. Wiarda-Rooij.

Inventaris


Persoonlijk leven

1
Correspondentie en andere stukken betreffende de militaire staat van dienst van M. Rooij.   1924, 1926, 1931-1940, 1945-1947.  1 omslag.

Hoofdfuncties

2
Stukken betreffende de aanstelling van M. Rooij als leraar staatsinrichting aan de gemeentelijke HBS te Rotterdam en de hieruit voortvloeiende pensioenrechten.   1929-1933.  1 omslag.
3
Correspondentie, circulaires en andere stukken betreffende het (hoofd-)redacteurschap / secretariaat van de NRC.   1931-1940.  1 omslag.
NB. Bevat akte van benoeming van M. Rooij tot algemeen procuratiehouder van N.V. Nieuwe Rotterdamsche Courant (1939) en het jaarverslag van de NRC over 1939.
4
 Correspondentie, circulaires en beleidsnotities betreffende het vertrek van M. Rooij bij de NRC.   1940.  1 omslag.
5-6
Correspondentie, kennisgevingen en andere stukken betreffende de oriëntatie op, aanvaarding van en uitoefening van een nieuwe betrekking.   1940-1945, 1950.  2 omslagen.
5
Octrooiraad. 1940.
6
' N.V. Assurantie-Maatschappij "De Nederlanden ', van 1845'. 1940-1945, 1950.
7
 Correspondentie, beleidsnota's, aantekeningen en andere stukken betreffende het uitoefenen van de functie van hoofdredacteur van de NRC.   1945-1957.  1 omslag.
8
Stukken betreffende de benoeming van M. Rooij tot gewoon hoogleraar in de leer van de communicatie-middelen, in het bijzonder van de pers, en zijn salariëring en pensioenrechten.   1957-1971.  1 omslag.
NB. Bevat briefwisseling met Han Lammers inzake geruchten over het vermeend foute oorlogsverleden van de vader van Lammers (1964).

Vertegenwoordiging van journalisten

9
Stukken betreffende het overleg van Nederlandse persvertegenwoordigingen (i.c. de NJK) met de Duitse bezetter, dan wel met de Raad van Voorlichting der Nederlandsche pers.   1940-1941.  1 omslag.
N.B. Hieraan in 2010 toegevoegd: 'Verslag van de conferentie bij den heer Hushahn op 9 Aug. 1940' .
10
Stukken betreffende de (mogelijke) voordracht van M. Rooij voor een bijzondere leerstoel in de journalistiek aan de UvA - Instituut voor Perswetenschappen , en hiermee samenhangend zijn vertrek als voorzitter van de FNJ/NJK.   1951.  1 omslag.

Perszuivering

11
Verslagen, correspondentie en andere stukken betreffende het lidmaatschap van M. Rooij van de Persraad.   1945-1947.  1 omslag.
12
Verweerschrift van M. Rooij voor de Commissie voor de Perszuivering naar zijn activiteiten tijdens de oorlog en 'certificaten van geen bezwaar', uitgegeven aan Rooij door diezelfde commissie.   1946-1947.  3 stukken.

School voor de Journalistiek

13-14
Stukken betreffende de voorbereiding van de oprichting van de School voor de Journalistiek.   1910, 1947, 1954, 1956.  2 omslagen.
13
Commissie Vakopleiding (NJK). 1954, 1956.
14
Rapporten betreffende de opleiding tot journalist. 1910, 1947, 1954.
NB. Bevat:       
-  'Verslag van de commissie tot het instellen van een onderzoek naar de beste opleiding voor den journalist' (september 1910);
-  'Katholieke journalisten-opleiding. Rapport van een commissie, ingesteld door de Katholieke Nederlandse Journalistenkring' (1947);       
-  'De vakopleiding voor de journalistiek. Rapport van een commissie, ingesteld door het bestuur van de Nederlandse Journalisten-Kring' (december 1954).
15-23
Stukken betreffende de School voor de Journalistiek.   1961-1970.  9 mappen.
15
Oktober 1961 - februari 1965.
16
Maart 1965 - december 1965.
17
Januari - juni 1966.
18
Juli 1966 - december 1967.     
19
Januari - juni 1968.
20
Juli 1968 - juni 1969.
21
Juli - december 1969.
22
Januari - maart 1970. 2 omslagen
NB. Bevat: conflict M. Schneider - H. Niemantsverdriet (jan. 1970).     
23
April - september 1970.
24
Rapporten en krantjes van de School voor de Journalistiek.   1968-1970.  1 map.
NB. Bevat:     
- 'Een steen op je maag' (1968);     
- 'GRrrOM' (maart 1969);     
- 'Kennis is macht' (20 juni 1969);     
- 'Nederlands studentenprotest' (januari 1970).

Adviesfuncties

25-27
Notulen, correspondentie en andere stukken betreffende adviescommissies, waarvan M. Rooij deel uitmaakte.   1952-1975.  3 mappen.
25
 Adviescommissie geschil Algemeen Nederlandsch Persbureau (ANP) - Nederlandse Radio-Unie (NRU).   1951, 1953, 1955-1957.
26
Opheffing Regionale Dagbladpers (RDP).           1967-1968.
NB. Rooij was als vertrouwensman bij de liquidatie betrokken.
27
 Commissie Bedrijfsfonds voor de Pers. 1971-1972.
28-29
Stukken betreffende de overname van Hilarius' Courantenbedrijf (uitgever van het Dagblad van het Oosten ) door Uitgeversmaatschappij Van der Loeff (uitgeefster o.a. van Tubantia ). 1966, 1973-1975.  2 mappen.
NB. Rooij was als vertrouwensman bij de overname betrokken.
28
Notulen, nota's, correspondentie en andere stukken. 1966, 1973-1975.
29
Knipsels. 1974-1975.

Overige onderwerpen

30
Uitnodigingen, toegangsbewijzen en andere stukken betreffende het bijwonen van staatsaangelegenheden (met name bezoek Churchill, doop Christina, inhuldiging Juliana, soevereiniteitsoverdracht Indonesië).   1946-1950.  1 omslag.
31-34
Correspondentie betreffende de geschiedenis van de NRC met enkele historici en betrokkenen van de krant. Met bijlagen en andere stukken.   1971-1977, 1979-1984, 1987.  1 map en 3 omslagen.
31
Redactionele situatie bij de NRC in 1940 (correspondent: prof. dr. L. de Jong , RIOD).      1971-1973.
32
Ontslag van Van Blankenstein in 1936 (correspondent: drs. P. van Hees , RUU).      1972-1977, 1987.
33
Redactioneel beleid van de NRC ten tijde van de oorlog, onder hoofdredacteur mr. J. Huijts (correspondenten: D.J. Cannegieter , RUL en hoofdredacteur Huijts ). 1979-1983.
34
Wedervaren van de NRC in de jaren '30 (correspondent: drs. F. van Vree , RUL). 1983-1984.
35
Overige stukken.   1935-1936, 1949, 1952.  1 omslag.
NB. Bevat stukken betreffende de benoeming van M. Rooij Sr. tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau (1935).

Documentatie

36
Krantenartikelen en ander documentatie-materiaal betreffende de NRC .   1936, 1940-1941, 1955.  1 omslag.
37
Enkele artikelen van de hand van M. Rooij.   1951-1952, 1956-1957, 1959.  1 omslag.
38
Artikelen en knipsels over M. Rooij.   1956-1957, 1962-1963, 1971.  1 omslag.

Aanvulling 2008

39
Correspondentie tussen J. Huijts, L. de Jong en M. Rooij betreffende de Nieuwe Rotterdamse Courant ( NRC ), het hoofdredacteurschap van Huijts tijdens de Tweede Wereldoorlog en de perszuivering na de bevrijding.   1946, 1949, 1952, 1965-1968, 1970, 1972-1973.  1 map.
40
Typoscript 'Bewegingsvrijheid in de pers by verdrukking der persvrijheid' door J. Huijts.   Z.j.  1 pak.
41
Correspondentie.   1971.  1 omslag.

Aanvulling 2011

42
Brief d.d. 6 januari 1964 van Prof. mr. dr. M. Rooij in zijn functie als directeur van het Instituut voor Perswetenschap aan de Universiteit van Amsterdam aan Mejuffrouw T. Leeuwenkamp te Schagen waarin hij haar omstandig wijst op de lange weg die een vrouw moet gaan om een plek te veroveren in de Nederlandse journalistiek.   1964.  1 omslag.