![]() |
ADAMA VAN SCHELTEMA, Carel Steven Carel Steven (roepnaam: Caak), socialistisch dichter en redacteur van De Socialistische Gids, is geboren te Amsterdam op 26 februari 1877 en overleden te Bergen (N.H.) op 6 mei 1924. Hij was de zoon van Frederik Adama van Scheltema, kunsthandelaar, en Hinne Lulofs. Op 24 oktober 1907 trad hij in het huwelijk met Anna Catharina Kleefstra, secretaresse, later bibliothecaresse van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. Dit huwelijk bleef kinderloos. Adama van Scheltema stamde uit een Fries adellijk geslacht, waarvan de leden al generaties lang niet meer in Friesland woonden. Van moederskant waren zijn voorvaderen Amsterdamse kooplieden. Hij was de oudste (na hem kwamen nog een broer en drie zusters) en werd vernoemd naar zijn grootvader van vaderskant. Deze was een sociaal bewogen predikant die verscheidene brochures schreef over grote figuren in de drankbestrijdersorganisatie, publikaties over de schadelijke werking van alcohol vertaalde en onder het volk evangeliseerde om de armen een alternatief voor alcoholgebruik te bieden. Van deze grootvader, die ook dichtwerken publiceerde, heeft Adama van Scheltema ongetwijfeld invloed ondergaan. Zijn vader had theologie gestudeerd maar voelde niet voor het ambt van predikant. Hij vond bevredigend werk in het wetenschappelijk boeken- en prentenantiquariaat van Frederik Muller. Hoewel hij een helder verstand had blonk Carel Adama van Scheltema niet uit op school. Door zijn gevoeligheid was hij slecht toegerust voor het praktische leven. Hij was uiterst gevoelig voor geluiden en zijn melancholie - de keuze van zijn pseudoniem is veelbetekenend - leidde soms tot slopende depressies. Carels vader achtte hem zowel voor zaken als de wetenschap ongeschikt en zag zijn andere zoon veel meer als opvolger. Carel zou dan door een universitaire studie voorbereid moeten worden op een vrij beroep. De daarvoor noodzakelijke gymnasiale vooropleiding werd een zwaar drukkende plicht voor de begaafde jongen, die thuis geen waardering vond voor het enige dat hij graag wilde en goed kon: schrijven. Hij debuteerde met schetsen in Vox Gymnasii. Tijdens de puberteit werd hij zich steeds meer bewust van zijn literaire aanleg. Hij ontdekte bij zichzelf dat hij zijn melancholie als inspiratie kon gebruiken en haar door erover te schrijven kon verdrijven. Na het gymnasium schreef hij zich in 1896 aan de Universiteit van Amsterdam in als student in de medicijnen. De studie lag hem eigenlijk niet en alleen door zijn grote wilskracht haalde hij op 5 juli 1898 zijn propaedeuse. In het studentenleven blonk hij uit in allerlei sporten. Hij nam actief deel aan het in 1898 gestichte Socialistisch Leesgezelschap. Hij hoorde hier P.J. Troelstra, H. Roland Holst, H. Gorter en F. van der Goes spreken. Tot zijn dispuut Clio behoorden behalve de vermaarde wiskundige L.E.J. Brouwer ook de socialisten H. Bolkestein, H.P.L. Wiessing, W.A. Bonger, N.W. Posthumus en H.E. van Gelder, die ook tot zijn vriendenkring gingen behoren. Hij werd senator van het Amsterdamsch Studentencorps (1898) en redacteur van het studentenblad Propria Cures (jaargang 1898-1899), waarin hij toneelkritieken en kunstbeschouwingen publiceerde. Ook ontpopte hij zich als toneelspeler. Na zijn propaedeuse staakte hij de studie en sloot zich aan bij een beroepsgezelschap, maar een jaar later zag hij in dat hij als toneelspeler mislukt was. Hij vond een betrekking bij de Amsterdamse kunsthandel Van Gogh, waar hij zou worden opgeleid tot kunstverkoper. Van de noodzaak door betaald werk in zijn levensonderhoud te voorzien werd hij verlost door het plotselinge overlijden van zijn vader in 1899. Hij kreeg toen de beschikking over een klein kapitaal, dat hem in staat stelde zich geheel aan de literatuur te wijden. ARCHIEF: Collectie C.S. Adama van Scheltema, Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (Den Haag). PUBLIKATIES: Behalve de genoemde: Lyriek: Uit den dool (Amsterdam 1901); Van Zon en Zomer (Amsterdam 1902, achtste druk 1929); Zingende stemmen (Rotterdam 1916, vijfde druk 1931); Gevleugelde spreuken (Rotterdam 1925); De wilgen (Utrecht, z.j.); Epiek: Levende Steden. Londen (Amsterdam 1903); Dusseldorp; of De ontmoeting van Petrus Cordatus. Een satirisch dramatisch gedicht (Amsterdam 1903); Amsterdam. Een wijsgerig leergedicht (Amsterdam 1904, tweede druk: Rotterdam 1920); Toneel: Meidroom (Rotterdam 1912, derde druk 1928); Naaktmodel (Rotterdam 1917); Brieven: Droeve snaare, vriend van mij... (Amsterdam 1984; correspondentie met L.E.J. Brouwer); bibliografie in: F. Drost, Carel Steven Adama van Scheltema (Arnhem 1952) 242-254. LITERATUUR: E. d'Oliveira, De jongere generatie (Amsterdam 1914) 198-215; In memoriam Carel Steven Adama van Scheltema (Amsterdam 1924); J.F. Ankersmit, 'In memoriam Carel Steven Adama van Scheltema' in: De Socialistische Gids, 1924, 523-534; D. de Jong jr., 'Carel Steven Adama van Scheltema' in: De Socialistische Gids, 1924, 535-540; H.P.L. Wiessing, 'C.S. Adama van Scheltema' in: Groot Nederland, 1924, september, 295-303; J.A.N. Knuttel, 'De dichter Adama van Scheltema' in: De Communistische Gids, 1924, 340-351; A. van Lottum, Gesprekken met kunstenaars: C.S. Adama van Scheltema (Blaricum 1924); J.F. Ankersmit, 'Adama van Scheltema's nagelaten dichtwerk' in: De Socialistische Gids, 1925, 28-33; M.J. Leendertse, 'Adama van Scheltema, socialistisch dichter' in: Christelijk Letterkundige Studiën (Amsterdam 1926) 219-244; H. Bolkestein, 'Levensbericht van C.S. Adarna van Scheltema' in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1926-1927, 110-128; Ter herdenking van C.S. Adama van Scheltema (Amsterdam 1929); G. Ras, 'Ter herdenking van C.S. Adama van Scheltema' in: De Socialistische Gids, 1929, 690-693; A. van Duinkerken, 'C.S. Adama van Scheltema' in: De Gids, 1934, II, 206-241, herdrukt in: Het Tweede Plan (Amsterdam 1945); P.J. Meertens, 'C.S. Adama van Scheltema' in: De Vlam, 14.5.1949; G. Stuiveling, 'Adama van Scheltema en zijn tekort' in: Steekproeven (Amsterdam 1950) 179-192; F. Drost, Carel Steven Adama van Scheltema (Arnhem 1952); H.P.L.Wiessing, Bewegend portret (1960); C. Offermans, 'C.S. van Adama van Scheltema's estetika' in: Materialistiese literatuurtheorie (Nijmegen 1973) 127-139; B. van Heerikhuizen, W.A. Bonger, socioloog en socialist (Groningen 1987); W. van Toorn, 'Er moeten nogal wat halve-garen wonen'. Schrijvers in en over Bergen (Amsterdam 1988); M.C.A. van der Heijden, 'ADAMA VAN SCHELTEMA, Carel Steven' in: BWN IV, 2-4; B. Roodnat, Annie Kleefstra en de dode vrienden (z.pl. 1995); L. Tibbe, Vier kunstdebatten omstreeks 1900 (Nijmegen 2000); M. Kemperink, Het verloren paradijs. De literatuur en de cultuur van het Nederlandse fin de siècle (Amsterdam 2001). PORTRET: C.S. Adama van Scheltema (1906), IISG LINKS: Carel Steven Adama van Scheltema in het Biografisch Portaal van Nederland Auteur: Tineke Steenmeijer-Wielenga, Ger Harmsen Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 6 (1995), p. 1-4 Laatst gewijzigd: 27-9-2005 |