![]() |
BERLAGE, Hendrik Petrus met de sociaal-democratie, later met het communisme sympathiserend architect, is geboren te Amsterdam op 21 februari 1856 en overleden te Den Haag op 12 augustus 1934. Hij was de zoon van Nicolaas Willem Berlage, directeur van het bevolkingsregister, en Anna Catharina Bosscha. Op 28 juli 1887 trad hij in het huwelijk met Marie Bienfait, met wie hij drie dochters en een zoon kreeg. In het welgestelde en verlichte milieu waarin Berlage werd geboren leverde zijn wens om een opleiding tot kunstschilder te volgen aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam geen problemen op. Toen na een jaar bleek dat zijn talent daarvoor niet groot genoeg was, werd het hem mogelijk gemaakt zich op de architectuur te richten. Van 1875 tot 1878 studeerde Berlage bouwkunde aan de Eidgenössische Polytechnische Hochschule in Zürich, een opleiding met een uitstekende reputatie. Berlage onderging er een gedegen technische scholing, maar werd ook doorkneed in de esthetica van G.W.F. Hegel en andere filosofen. Hij kwam er in aanraking met de denkbeelden van de Duitse architect G. Semper, die hem zijn leven lang zouden beïnvloeden. De jaren na het behalen van het diploma bracht Berlage hoofdzakelijk reizend door, gebouwen bestuderend en schetsend. De architectuur van de vroege renaissance in Italië, waar hij in 1880-1881 verbleef, maakte een diepe indruk. In 1881 trad Berlage in dienst bij het architectenbureau van Th. Sanders in Amsterdam, vanaf 1884 was hij diens compagnon. Met Sanders was hij verantwoordelijk voor een aantal projecten in neo-renaissancistische stijl, waaronder zowel de bouw van een Volkskoffiehuis in Amsterdam als de inrichting van proeflokalen voor Lucas Bols in Amsterdam, Antwerpen, Berlijn, Bremen, Hamburg en Parijs. Sanders en Berlage namen deel aan enkele prijsvragen, onder andere voor een nieuwe Beurs in Amsterdam. In 1889 verliet Berlage het bureau van Sanders, maar kreeg als zelfstandig architect nog weinig opdrachten. Hij begon zich in woord en geschrift tegen de heersende neo-stijlen te keren en kwam tot nieuwe opvattingen, waarin de denkbeelden van Semper duidelijk doorklonken. Voor Berlage was bouwkunst geworteld in actuele maatschappelijke en technische ontwikkelingen, kwam schoonheid voort uit eerlijk materiaalgebruik en functionele decoratie en moest er weer verband komen tussen architectuur en de toegepaste kunsten. Met dergelijke opvattingen voelde hij zich thuis in de kringen rond Albert Verwey en De Kroniek van P.L. Tak. In deze generatie van Negentig kwamen de denkbeelden tot stand over de Gemeenschapskunst, waarin de kunst een dienende, maatschappelijke rol kreeg toebedeeld, en de kunstenaar gezien werd als verheven aankondiger van een nieuwe maatschappij. In deze kringen, en ook voor Berlage, was het socialisme een belangrijke inspiratiebron. In kantoorgebouwen voor de verzekeringsmaatschappijen De Algemeene en De Nederlanden van 1845 in Amsterdam en Den Haag voerde Berlage zijn nieuwe ideeën voor het eerst uit. Zijn grote doorbraak kwam in 1896, toen de radicale wethouder M.W.F. Treub hem benoemde als architect van de nieuwe Beurs in Amsterdam. In deze opdracht, die in 1903 voltooid werd, wist Berlage het grote ideaal van de Gemeenschapskunst te realiseren: een monumentaal gebouw, waarin schilderkunst, beeldhouwkunst en de decoratieve kunsten in onderlinge samenhang werden toegepast. Bij de decoratie van de Beurs schakelde Berlage vooruitstrevende kunstenaars in, zoals Verwey, A. Derkinderen, J. Mendes da Costa, J. Toorop, L. Zijl en R.N. Roland Holst. Het gebouw was in alle opzichten baanbrekend, en al werd het door het grote publiek nog niet gewaardeerd, het bezorgde hem in vooruitstrevende kringen een grote reputatie. Hoewel de Beurs voor kapitalistische doeleinden bestemd was, maakte Berlage het gebouw geschikt voor een toekomstig publiek gebruik, als de beurshandel eenmaal afgeschaft zou zijn. Net als bij de gebouwen voor de verzekeringsmaatschappijen ontwierp Berlage voor de Beurs het meubilair en de hele inrichting. Ook in dit opzicht was hij een pionier, die als een van de eersten in Nederland de ideeën van W. Morris en de zijnen toepaste. In 1900 richtte hij met J. van den Bosch en anderen de firma 't Binnenhuis op, die lange tijd een toonaangevende rol speelde in de woninginrichting. ARCHIEF: Archief H.P. Berlage in Nederlands Architectuurinstituut Rotterdam). PUBLIKATIES: Keuze: 'Bouwkunst en Impressionisme' in: Architectura, 1894, 93-95, 98-100, 105-106, 109-110; Over stijl in bouw- en meubelkunst (Amsterdam 1904); Studies over bouwkunst, stijl en samenleving (Rotterdam 1910); Beschouwingen over bouwkunst en hare ontwikkeling (Rotterdam 1911); Een drietal lezingen in Amerika gehouden (Rotterdam 1912); Schoonheid in samenleving (Rotterdam 1919); Inleiding tot de kennis van de ontwikkeling der toegepaste kunst. Een cultuurstudie van deze tijd (Rotterdam 1923); 'Een Russische Kultuur' in: Kultuur en wetenschap in het nieuwe Rusland (z.pl. 1929) 9-10; Mijn Indische reis. Gedachten over cultuur en kunst (Rotterdam 1931); 'Bouwkunst en socialisme' in: Socialisme, Kunst, Levensbeschouwing (Arnhem 1932) 55-77; 'Kunst en broederschap' in: Broederschap in de levenspraktijk (Den Haag 1933) 35-54; Het wezen der bouwkunst en haar geschiedenis (Haarlem 1934). Bibliografie in: S. Polano, Hendrik Petrus Berlage. Opera Completa (Milano 1987). LITERATUUR: 'Ons nieuwe gebouw' in: Weekblad van den ANDB, 22.9.1899; K. van Bruggen, 'Het gebouw van den A.N.D.B.' in: Het Volk, 28.5.1900; H. Polak, 'Ons nieuwe gebouw' in: Weekblad van den ANDB, 20.7.1900; E.R., De nieuwe Beurs te Amsterdam en de proletariërs (Amsterdam 1903); 'De Arbeiderskoöperatie "Voorwaarts" te Rotterdam' in: Zondagsblad van het Volk, 17.4.1904; H. Polak, 'Ons bondsgebouw' in: Weekblad van den ANDB, 9.5.1913; Dr. H.P. Berlage en zijn werk (Rotterdam 1916); R.N. Roland Holst, 'Het Bondsgebouw en zijn plaats in de architectuur' in: Weekblad van den ANDB, 18.11.1919; R.N. Roland Holst, 'Bouwmeester Berlage en zijn verhouding tot de beeldhouw- en schilderkunst' in: Over kunst en kunstenaars. Beschouwingen en herdenkingen (Amsterdam 1923); Dr. H.P. Berlage. Bouwmeester (Rotterdam 1925); J. Havelaar, Dr. H.P. Berlage (Amsterdam 1927); C. Veth, 'In memoriam Dr. H.P. Berlage' in: De Socialistische Gids, 1934, 629; J. en A. Romein, 'Hendrik Petrus Berlage. Bouwmeester der Beurs' in: Erflaters van onze beschaving (Amsterdam 1940) IV, 276-307; P. Singelenberg, H.P. Berlage. Idea and Style. The Quest for Modern Architecture (Utrecht 1972); H.P. Berlage 1856-1934. Een bouwmeester en zijn tijd (Bussum 1975); A.W. Reinink, Amsterdam en de Beurs van Berlage. Reacties van tijdgenoten (Den Haag 1975); P. Singelenberg, M. Bock, K. Broos, H.P Berlage, bouwmeester 1856-1934 (Den Haag 1975); J. Kroes, Het paleis aan de laan. De geschiedenis van het bondsgebouw van de A.N.D.B. (Amsterdam 1979); J.H. von Santen, 'Berlage, Hendrik Petrus' in: BWN I, 47-50; M. Bock, Anfänge einer neuen Architektur (Den Haag 1983); E. Fiorin, P. Cimarosti (red.), Disegni. Tekeningen. Hendrik Petrus Berlage (Venezia 1986); S. Polano, Hendrik Petrus Berlage. Opera Completa (Milano 1987); T. Ledoux, Berlage als boekbandontwerper, illustrator en typograaf (Wageningen 1988); M. van der Heijden, De burcht van Berlage (Amsterdam 1991); Berlage in Amsterdam (Amsterdam 1992); Plan Zuid van Berlage (Amsterdam 1992); J. Derwig, J. van der Werf, Beurs van Berlage (Amsterdam 1994); M. Martin, C. Wagenaar (red.), Berlage en Groningen. Uitbreidingsplan: vervolg of vernieuwing (Groningen 1994); M. Bock e.a., De inrichting van de Beurs van Berlage. Geschiedenis en behoud (Zwolle 1996); P. Singelenberg, Het Haags Gemeentemuseum van H.P. Berlage (Den Haag 1996); T.M. Eliens, H. P. Berlage (1856-1934). Ontwerpen voor het interieur (Zwolle 1998); J. van Es, D. Valentijn (red.), Het laatste meesterwerk van Hendrik Petrus Berlage. De geschiedenis en restauratie van het gemeentemuseum Den Haag (Zwolle 2000); M. van der Heijden, De Burcht. Het bondsgebouw van H.P. Berlage, R.N. Roland Holst en de ANDB (Amsterdam 20012). PORTRET: H.P. Berlage, IISG Auteur: Marien van der Heijden Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 6 (1995), p. 26-30 Laatst gewijzigd: 05-02-2003 |