![]() |
BORGESIUS, Hendrik (bekend als: Goeman Borgesius), actief in de liberale coöperatieve beweging en de neutrale drankbestrijding en als minister van Binnenlandse Zaken initiator van sociale wetgeving, is geboren te Schildwolde (provincie Gr.) op 11 januari 1847 en overleden te Den Haag op 18 januari 1917. Hij was de zoon van Jacobus Borgesius, arts, en Grietje Elizabeth Dijkhuizen. Op 4 februari 1869 trad hij in het huwelijk met Johanna Bouwina Cannegieter, met wie hij een dochter en vier zoons kreeg. Borgesius voegde Goeman aan zijn achternaam toe ter onderscheiding van de vele naamgenoten in de provincie Groningen. Borgesius was een nuchtere en praktische politicus zonder uiterlijk vertoon en zonder veel aandacht voor zijn verschijning. Het stempel van zijn afkomst uit een gevestigde, maar zeker niet patricische familie uit de Groningse burgerij bleef zichtbaar. Na de Latijnse school te Ootmarsum, waarvan vooral het barbaarse regime hem bijbleef, studeerde hij vanaf 1864 te Groningen. Hij begon daar met theologie, maar stapte snel over naar rechten. Hij bleef overigens een overtuigde vrijzinnig protestant, die de maatschappelijk bevoorrechten op hun christelijke burgerplicht wees. Na zijn promotie op stellingen in 1868 werd hij leraar staatswetenschappen aan de Hoogere Burger School, eerst in Sneek en later in Arnhem. Ondertussen schreef hij voor liberale dagbladen. In 1871 werd hij hoofdredacteur van het links-liberale Haagse dagblad Het Vaderland, dat pas enkele jaren bestond en waarvan de vooruitzichten nog onzeker waren. Borgesius werkte er met plezier en succes tot hij in 1877 ontslag nam op verzoek van de directie, die van het dagblad niet rechtstreeks een spreekbuis van een politicus wilde maken. In dat jaar werd hij namelijk door de invloed van zijn leermeester, de Groningse hoogleraar in de rechten en vooraanstaande liberaal B.D.H. Tellegen, voor het district Winschoten gekozen in de Tweede Kamer. Hij zou er, door uiteenlopende districten gekozen, tot 1917 zitting in hebben. Hij was een fel anticlericale liberaal die het neutrale staatsonderwijs verdedigde, maar hij kreeg vooral naam door zijn bemoeienis met de sociale kwestie. Vanaf 1870 was hij betrokken bij het Comité ter bespreking der Sociale Quaestie en hij behoorde tot de redactie van de links-liberale Vragen des Tijds, waarin hij een reeks van artikelen schreef over de sociale problematiek, onder meer 'Stoommachines en volkswelvaart' (1876), 'De sociaaldemocratie' (1878), 'Open brief aan Mr. J. baron D'Aulnis de Bourouill' (1878), 'Drank-prostitutie' (1879), 'Kapitaal en arbeid' (1880), 'De school in den strijd tegen drankmisbruik' (1896) en 'De Liberale Unie en de aanstaande verkiezingen' (1897). In de Kamer nam hij het initiatief tot de grote enquête van 1887 naar de arbeidsomstandigheden in de industrie. Hij was ondervoorzitter van de commissie die de ondervragingen leidde. De kroon op zijn werk zette hij met het ministerschap van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Pierson-Goeman Borgesius (1897-1901), toen de Kamer zijn Leerplicht-, Gezondheids- en Woningwet aannam. In 1905 formeerde hij nog het liberale kabinet-De Meester, waarin hij echter zelf geen zitting nam, en van 1913 tot zijn dood in 1917 was hij voorzitter van de Tweede Kamer. PUBLIKATIES: Schulze-Delitzsch en zijne crediet-vereenigingen (Arnhem 1872); Over coöperatieve voorschotvereenigingen (Utrecht 1873); De rechtspersoonlijkheid der coöperatieve vereenigingen (Utrecht 1874); De coöperatiewet en hare toepassing (Den Haag 1877); Wet tot regeling van den kleinhandel in sterken drank en tot beteugeling van openbare dronkenschap (Sneek 1881); Drankbestrijding en drankwet. Een woord tot het Nederlandsche volk (Haarlem 1882); De Nederlandsche drankwet (Sneek 1885); De beteekenis van den verkiezingsstrijd (Den Haag 1886); (met anderen) Het maatschappelijk vraagstuk beschouwd uit het oogpunt van het godsdienstig-zedelijk leven (Amsterdam 1887); De arbeidswet (Sneek 1889); De belasting op bedrijfs- en andere inkomsten. Wet van 2 oct. 1893 (Haarlem 1893); (met anderen) Het vraagstuk der armverzorging, in opdracht van de Maatschappij tot Nut van het Algemeen (Amsterdam 1895); De veiligheidswet (Den Haag 1896); De Nederlandsche arbeids- en fabriekswetten (Sneek 1897); De nieuwe drankwet (Sneek 1905); De nieuwe armenwet (Sneek 1912). LITERATUUR: F. Netscher, Parlementaire portretten en schetsen (Amsterdam 1889) 103-112; F. Netscher, 'Karakterschets. Mr. H. Goeman Borgesius' in: De Hollandsche Revue, 3 (1898) 174-187; H. van der Mandere, 'Mr. Hendrik Goeman Borgesius' in: Mannen en vrouwen van beteekenis in onze dagen, 42 (1912), nr. 6-7, 1-128; P. Rink, 'Mr. Dr. Hendrik Goeman Borgesius 11 januari 1847-18 januari 1917' in: Groningsche Volksalmanak, 1918, 165-170; G.J. Otten, De ontwikkeling der verbruikscoöperatie in Nederland (Amsterdam 1924); E.L.J. van den Abeelen, Geschiedenis van de Verbruiks-Coöperatie in Nederland tussen de jaren 1860 en 1880 (Amsterdam 1947); Bymholt, Geschiedenis; G. Taal, Liberalen en radicalen in Nederland, 1872-1901 (Den Haag 1980); G. Taal, 'Borgesius, Hendrik Goeman' in: BWN II, 49-51; S. Stuurman, Wacht op onze daden. Het liberalisme en de vernieuwing van de Nederlandse staat (Amsterdam 1992); M. Braun, De prijs van liefde. De eerste feministische golf, het huwelijksrecht en de vaderlandse geschiedenis (Amsterdam 1992); H. te Velde, 'H. Goeman Borgesius (1847-1917)' in: G.A. van der List, P.G.C. van Schie (red.), Van Thorbecke tot Telders. Hoofdpersonen uit de geschiedenis van het Nederlandse liberalisme vóór 1940 (Assen 1993) 89-98; S. Dudink, Deugdzaam liberalisme. Sociaal-liberalisme in Nederland 1870-1901 (Amsterdam 1997). PORTRET: Hendrik Borgesius, IISG Auteur: Henk te Velde Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 7 (1998), p. 17-20 Laatst gewijzigd: 05-02-2003 |