![]() |
BOT, Lambertus Johannes (roepnaam: Bertus), anarchist en voorzitter van de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging en van het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond, is geboren te Amsterdam op 28 mei 1897 en overleden te Den Haag op 6 december 1988. Hij was de zoon van Lambertus Johannes Bot, smid, later directeur van een coöperatieve bakkerij, en Johanna Maria Cornelia Westenhout. Op 15 maart 1923 trad hij in het huwelijk met Johanna Wilhelmina Vrijburg, met wie hij een dochter en een zoon kreeg. Bot, wiens vader anarchistische sympathieën had, kon goed leren, maar er was geen geld om hem naar de kweekschool te laten gaan. Op zijn dertiende werd hij leerling-smid, maar zijn baas sloeg hem omdat hij te opstandig was. Met zijn broer ging hij toen mee de bouw in om het timmervak te leren. Hij werd lid van Bewust Streven, de timmerliedenvereniging die aangesloten was bij het Nationaal Arbeids Secretariaat. Het binnenkomen van vluchtelingen uit Antwerpen tijdens de Eerste Wereldoorlog maakte diepe indruk op hem. Hierdoor werd hij actief antimilitarist. In 1917 sloot hij zich aanbij de Internationale Anti-Militaristische Vereeniging (IAMV), waar hij persoonlijk kennis maakte met de oude F. Domela Nieuwenhuis. In de IAMV werd hij al snel lid van het Landelijk Comité (LC), in 1921 secretaris en een jaar later voorzitter. In 1923 kwam hij als gesalarieerde bij de IAMV in dienst. Omdat het weekloon van twintig gulden te weinig was om van te leven richtte hij de verzendboekhandel L.J. Bot op. Eind 1923 besloot de IAMV geen gesalarieerde meer in dienst te houden, zodat Bot zijn functie verloor. Wel werd hij weer bestuurslid. Later beschouwde hij de tijd in de IAMV als de gelukkigste in zijn leven: 'Het was eigenlijk een grote vriendenclub.' Onder invloed van de Russische revolutie was Bot samen met zijn broer Jaap, die als architect een vooraanstaande rol in de kunstenaarsbeweging zou spelen, lid geworden van de Communistische Partij in Nederland (CPN). Maar toen J. Brommert, CPN-partijbestuurslid en voormalig LC-lid, de pas gekozen IAMV-secretaris Bot kwam vertellen hoe hij namens de CPN in het bestuur van de IAMV moest opereren vond deze dat cellenbouw en zegde hij zijn lidmaatschap op. In de IAMV ontmoette Bot vele inspirerende figuren, zoals N.J.C. Schermerhorn, A. Müller Lehning, A.A. de Jong en B. de Ligt. Als activist voor de IAMV kwam hij verscheidene keren in aanvaring met een groepje ultranationalistische 'actualisten', die hem ook fysiek mishandelden. Namens de IAMV werd Bot in 1923 penningmeester van het Revolutionair Comité tegen de Vlootwet. Ook van het in 1921 opgezette Internationaal Anti-Militaristisch Bureau tegen Oorlog en Reactie (IAMB) was hij penningmeester. Tevens vertegenwoordigde hij de IAMV in de Nooit-Meer-Oorlog Federatie, een initiatief van de Nederlandse afdeling van de Internationale Vrouwenbond voor Vrede en Vrijheid. Bij het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog in 1936 riepen IAMB en het in 1923 opgerichte Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond (NSV) gezamenlijk op tot steun aan de Spaanse arbeiders. Het LC van de IAMV verzette zich tegen de ondersteuning van de Republikeinen met wapens. Bot en zijn vriend A.A. de Jong, die achter de gewapende strijd van hun geestverwanten in Spanje stonden, probeerden te verhinderen dat ook het IAMB voor het geweldloze standpunt koos. Toen dat niet lukte legden zij hun bestuursfuncties in het IAMB neer. Bot verhuisde in 1924 naar Den Haag omdat de aannemers in Amsterdam hem vanwege zijn leidende rol bij stakingen op een zwarte lijst hadden gezet. Maar in Den Haag werd hij na enige tijd met hetzelfde probleem geconfronteerd. Daarom begon hij in 1929 een timmerbedrijf en samen met zijn vrouw een sigarenzaak. Dat hij nu zelfstandig ondernemer was bleek geen probleem bij zijn activiteiten binnen de NSV, bij de oprichting waarvan hij naar eigen zeggen betrokken was. In 1935 werd hij zelfs voorzitter, al gebruikte hij daarbij wel het pseudoniem J. Lambo om zijn bedrijf niet te schaden. De NSV werd in 1940 door de bezetter verboden. Of Bot tijdens de Duitse bezetting aan illegale activiteiten heeft deelgenomen is niet bekend. Wel heeft hij hulp verleend aan enkele joodse onderduikers, waarvan er twee bij hem thuis werden gearresteerd. ARCHIEF: Enkele documenten bij J. Bot (Zoetermeer); map Bot (met autobiografische notities) in archief PSP IISG (Amsterdam). PUBLIKATIES: Keuze (behalve de genoemde): 'De Vlootwet' in: (red.) Internationale Anti-Militaristisch Jaarboek 1924, 42; 'Indonesia onder hollandse terreur' in: (red.) Internationale Anti-Militaristisch Jaarboek 1928, 29-31; 'Drie eeuwen onderdrukking; 25 jaar: "Indië los van Holland" in: L.J. Bot, A.A. de Jong, A. Müller-Lehning (red.), De wapens neder, herdenkingsnummer 1929, 30-33. LITERATUUR: Het Vaderland, 26.5.1962; Haagsche Courant, 1.6.1962; V. Bultsma, E. van der Tuin, Het Nederlandsch Syndicalistisch Vakverbond 1923-1940 (Amsterdam 1980); M. Schouten, Voor de oorlog. Herinneringen aan de jaren '30 (Amsterdam 1982) 64-65; P. Denekamp, J. Hofman, 'Een oude anarchist' in: Bevrijding, 7.3.1984; P. Denekamp, J. Hofman, 'Bertus Bot. Nog altijd een volgeling van Domela Nieuwenhuis' in: Onstuimig maar geduldig. Interviews en biografische schetsen uit de geschiedenis van de PSP (Amsterdam 1987) 71-77; J.L. van der Pauw, De actualisten. De kinderjaren van het georganiseerde fascisme in Nederland 1923-1924 (Amsterdam 1987); Bevrijding, 1989, januari; P. Denekamp, 'Leo van den Muyzenberg (1914-1985): Bellamyaan, dus socialist' in: BNA, 1994, nr. 36, 29-3 9. PORTRET: L.J. Bot (foto Bob Bronshoff), uit: Onstuimig maar geduldig. Interviews en biografische schetsen uit de geschiedenis van de PSP (Amsterdam 1987) Auteur: Paul Denekamp Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 6 (1995), p. 31-33 |