![]() |
COHEN, Jozef Alexander (roepnaam: Sandro), anarchist, later monarchist, is geboren te Leeuwarden op 27 september 1864 en overleden te Toulon (Frankrijk) op 1 november 1961. Hij was de zoon van Aron Heiman Cohen Jzn, winkelier, en Sara Jacobs. Op 15 augustus 1893 ging hij samenwonen met Elisa Germaine (Kaya) Batut, modenaaister, met wie hij op 23 maart 1918 in het huwelijk trad. Hun relatie bleef kinderloos. Op 11 november 1907 werd Cohen tot Fransman genaturaliseerd. Alles zat mee om Cohen rebels en tegendraads te maken: zijn intelligentie, een autoritaire vader, een geliefde jonggestorven moeder, zijn mislukking op de Hoogere Burgerschool en zijn vele mislukte ambachten. Een kort verblijf in Pruisen legde een stevige voedingsbodem voor een levenslange haat tegen het autoritaire Duitsland. Het sluitstuk van zijn anti-autoritaire opvoeding vormde een vijfjarig verblijf tussen 1882 en 1887 in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL). Wegens kleine vergrijpen tegen de krijgstucht - smakelijk beschreven in zijn herinneringen - bracht Cohen drie van deze vijf jaren in militaire gevangenissen door. Hij was door zijn afgebroken opleiding autodidact. In de gevangenis ging hij Multatuli lezen, waardoor hij levend Nederlands leerde schrijven. Cohen begon zijn publicitaire loopbaan in het Groninger Weekblad: radicale courant voor Nederland, in 1887 met een zevendelige serie 'Naar Indië', waarin hij een boekje opendeed over de toestanden in het koloniale leger. Cohen was toen al op en top polemist en memorialist. Hij deed een felle aanval op de regeringspropaganda voor dienstneming in het KNIL. Kort voor zijn meerderjarigheid vertrok hij uit het ouderlijk huis in Leeuwarden naar Den Haag, toen een van de politieke centra van de socialistische beweging. Hij werd er corrector van F. Domela Nieuwenhuis' blad Recht voor Allen, en spoedig ook medewerker. Cohen was nog geen vier dagen in Den Haag, toen hij de impopulaire koning Willem III - een driftige en onhandelbare Romanov, die bij uitstek autoritair was - voor gorilla uitmaakte. Dat kwam hem in november 1887 op een half jaar gevangenisstraf te staan wegens majesteitsschennis. Met Domela Nieuwenhuis, die eind augustus 1887 werd vrijgelaten, kreeg hij een bijzondere band. Domela Nieuwenhuis was geïmponeerd door het revolutionaire vuur, de onafhankelijkheid en humor van Cohen. Hun vriendschap bleef tot de dood van Domela in 1919 bestaan. Door zijn felle artikelen in Recht voor Allen, zijn opruiende toespraken in het Haagse Walhalla en de publikatie van geheime bescheiden uit zijn strafdossier maakte hij zich gehaat bij de autoriteiten. Zijn met Souvarine ondertekende artikel 'Een ontboezeming' van 23 maart 1888, een klassieke aanval op de heersende klasse, deed de emmer overlopen. Domela Nieuwenhuis gaf zijn naam prijs aan de justitie, maar waarschuwde hem eerst, zodat Cohen tijdig naar Gent kon uitwijken. Daar vond hij tijdelijk werk bij de socialistische krant Vooruit. Door toedoen van de Nederlandse regering werd Cohen uit België gezet. Hij koos voor uitzetting naar Frankrijk. ARCHIEF: Collectie J.A. Cohen in IISG (Amsterdam; vgl. M. Campfens2, 255) en Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (Den Haag). PUBLIKATIES: Behalve de genoemde: artikelen in De Amsterdammer, l'Attaque, La Contemporaine: Revue Ilustrée, Ons Eigen Tijdschrift, Eindhovensch Dagblad, l'Endehors, Entretiens Politiques et Littéraires, Le Figaro, De Groene Amsterdammer, Groninger Weekblad, Den Gulden Winckel, Haagse Post, Mandril, Mercure de France, Morgenrood, De Nieuwe Eeuw, De Nieuwe Gids, Nieuws van den Dag voor Nederlandsch-Indië, De Paradox, Het Parool, Le Père Peinard, Recht voor Allen, La Révolte, La Revue Anarchiste, La Revue Blanche, La Revue Bleue, La Revue d'Evolution, La Société Nouvelle, Soerabajasch-Handelsblad, De Telegraaf, Le Temps, The Torch of Anarchy, Vooruit en Vrij Nederland; verder: De Zaak Alexander Cohen Hankes Drielsma - Plemp van Duiveland (Amsterdam 1912); Taal en Stijl van een eere-doctor in de Nederlandsche belletrie (Eindhoven 1959); Geschriften van een andersdenkende. Bloemlezing uit zijn werk samengesteld en ingeleid door Max Nord (Amsterdam z.j.); Uiterst links. Journalistiek werk 1887-1896, bezorgd door Ronald Spoor (Amsterdam 1980); Uiterst rechts. Journalistiek werk 1906-1920, bezorgd door Max Nord (Amsterdam 1981); Brieven 1888-1961, bezorgd door Ronald Spoor (Amsterdam 1997). LITERATUUR: 'Alexander Cohen' in: Morgenrood, nr. 3, 1894; Bymholt, Geschiedenis, 470-471, 494-495; 'Enquête over de behandeling van politieke misdadigers in Nederlandsche gevangenissen. Inlichtingen van den heer Alexander Cohen' in: De Jonge Gids 1897/1898, 699-702; 'Alexander Cohen' in: De Hollandsche Revue, 1921, 952-962; Barbarossa in: De Groene Amsterdammer, 10.9.1932; P.J. Molenaar, 'Een opstandige' in: Stemmen des Tijds, 1937, 480-487; W. van Ravesteyn, 'Onafhankelijke journalistieke herinneringen' in: De Stem, 1937, 1088-1091; M. ter Braak, 'De nonconformist' in: Verzameld werk. Deel VI (Amsterdam 1950) 357-363; J. Greshoff, 'Quack, Zilcken, Cohen' in: Verzameld werk: Grensgebied (Amsterdam 1950) 167-173; S. Carmiggelt, 'Kronkel' in: Het Parool, 1.6.1954; R.J. Zoethout, 'Alexander Cohen negentig jaar' in: De Groene Amsterdammer, 25.9.1954; J. Gans, 'Alexander Cohen negentig jaar' in: Haagse Post, 2.10.1954; Het Parool, 5.9.1957 met correctie door P.J. Meertens in: Mededelingenblad, nr. 18, december 1960, 13; V. van Vriesland, 'Een ophakker' in: Onderzoek en vertoog. Deel 1 (Amsterdam 1958) 375-377; H.P .L. Wiessing, Bewegend portret. Levensherinneringen (Amsterdam 1960)218-226, 371-373; Nieuwe Rotterdamse Courant, 2.11.1961; J.J. Kalma, 'Jozef Alexander Cohen (1864-1961). Ta fryheit roppen' in: Dit wienen ek Friezen. Deel 4 (Leeuwarden 1971) 114-119; Sj. de Vrij, 'Alexander Cohen: een nonconformist bij de gratie gods' in: De Gelderlander, 14.11.1973; R. Spoor, 'Ter Braak en Alexander Cohen: voorkeur voor het egotisme' in: Tirade, 1974, 104-113; E. Kummer, R. Spoor, 'Vijf brieven van Alexander Cohen' in: Tirade, januari 1976, 2-25 (aan F. Domela Nieuwenhuis); E. Kummer, 'Alexander Cohen als anarchist' in: Maatstaf, augustus-september 1976, 123-133; R. Spoor, 'Alexander Cohen in Londen en Den Haag' in: Maatstaf, 1983, 70-80; M. van Amerongen, 'Alexander Cohen, Fransman uit overtuiging' in: De Peperklip, juni 1985, 6-7; R. Spoor, 'De gevangenisbrieven van Alexander Cohen' in: M. Campfens, M. Schrevel, F. Tichelman (red.), Op een beteren weg (Amsterdam 1985) 126-139; R. Spoor, 'De burger en de bohémien. Alexander Cohen en Ferdinand Domela Nieuwenhuis (1887-1919)' in: De As, nr. 89, januari-maart 1990; D. Bos, Waarachtige volksvrienden. De vroege socialistische beweging in Amsterdam 1848-1894 (Amsterdam 2001); P. Hagen, Journalisten in Nederland 1850-2000 (Amsterdam 2002) 236-243. PORTRET: J.A. Cohen, in Den Haag 1899, heliogravure van Jan Aarts, IISG Auteur: Ronald Spoor Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 4 (1990), p. 29-33 Laatst gewijzigd: 05-08-2002 |