![]() |
HEIJERMANS, Ida Sarah gematigd feministisch, met de sociaal-democratie sympathiserend publiciste op het terrein van opvoeding en onderwijs, is geboren te Rotterdam op 9 december 1861 en overleden te Amsterdam op 8 april 1943. Zij was de dochter van Herman Heijermans, redacteur van de Nieuwe Rotterdamsche Courant, en Matilda Moses Spiers. Louis Heijermans, Herman Heijermans en Marie Heijermans waren broers en zus van haar. Heijermans was de vijfde in een gezin met tien kinderen, waar de eindjes met moeite aan elkaar werden geknoopt. Na haar opleiding op de middelbare meisjesschool behaalde zij door zelfstudie in één jaar de onderwijzersakte en werd vervolgens in 1884 benoemd aan de Industrieschool voor meisjes in haar geboorteplaats Rotterdam. Op deze school, waaraan zij tot haar pensionering in 1927 verbonden bleef, doceerde zij algemene ontwikkeling, Frans en opvoedkunde (voor aanstaande leraressen). Daarnaast was zij gedurende een reeks van jaren als parttime lerares verbonden aan de meisjesvakschool in Den Haag. Hoewel Heijermans een bekwaam docente was, die op de Rotterdamse Industrieschool met enthousiasme onderwijsvernieuwingen - zoals het Daltonsysteem - initieerde, had zij vooral aanleg op publicitair vlak. Evenals de door haar zo geliefde broer (de toneelschrijver Herman Heijermans) had zij vaders schrijversbloed geërfd. Tussen 1900 en de opheffing in 1922 was zij hoofdredactrice van het tijdschrift De Vrouw, waarin zij talloze artikelen publiceerde over uiteenlopende aspecten van opvoeding en onderwijs. Over dezelfde onderwerpen schreef zij in periodieken als De Gids, De Tijd, Het Kind, De Vrouw, De Proletarische Vrouw en Volksontwikkeling. Een aantal van deze artikelen werd later gebundeld en in boekvorm uitgegeven, zoals Uit de ervaring (Rotterdam 1905) en Meisjesopvoeding, Paedagogische vlugschriften voor ouders en opvoeders (serie 1 nr. 3, Baarn 1909). Daarnaast begaf zij zich op het terrein van de belletrie en de journalistiek in het algemeen. Zo schreef zij verhalen en sprookjes voor de jeugd (Prins Peter bij voorbeeld) en werkte als journaliste voor de Nieuwe Rotterdamsche Courant. Heijermans' pedagogische opvattingen vertoonden een sterke verwantschap met de pedagogische vernieuwingsbeweging uit haar tijd, de Reformpedagogiek. Geïnspireerd werd zij vooral door M. Montessori, G. Kerschensteiner, J. Ligthart en F.W. Foerster. In haar pedagogiek stond de optimale ontplooiing van het kind centraal. Voor het bereiken hiervan kende zij in de opvoeding een grote rol toe aan de moeder. Ook was zij van mening dat de schoolopvoeding, door het aankweken van gemeenschapszin, een belangrijke bijdrage kon leveren aan een betere samenleving. Haar lidmaatschap van de SDAP dient in dit licht te worden bezien. Zij nam rond 1900 deel aan een partij-congres over de invoering van de leerplicht, maar heeft zich daarna niet meer als sociaal-democratische pedagoge gemanifesteerd. Een expliciet socialistische opvoeding wees zij van de hand. Kinderen moesten volgens haar worden opgevoed tot zedelijke mensen. Het partij-kiezen zou dan vanzelf wel komen. Zij beëindigde haar lidmaatschap in 1913, naar zij later schreef uit teleurstelling over de nationalistische houding van de Duitse socialisten. Bij haar pedagogische publikaties maakte Heijermans vaak gebruik van wat zij omschreef als de 'ervaringsopvoedkunde'. Zij ging meestal uit van haar persoonlijke ervaring en van de opvoedingspraktijk, ook als het om meer theoretische beschouwingen ging. ARCHIEF: Collectie Ida Heijermans (H 6132) in het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (Den Haag). PUBLIKATIES: Behalve de al genoemde: 'De positie der vrouw bij het onderwijs in Nederland' in: Verslag van het Onderwijscongres tijdens de Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid (Amsterdam 1898) 194-226; Kinderen, scholen en wetten. Drie beschouwingen: De positie der vrouw bij het onderwijs; School en huisgezin; Na den leerplicht (Amsterdam 1899); 'Opvoeding en onderwijs der vrouw' in: C.M. Werker-Beaujon, C. Wichmann, W.H.M. Werker (red.), De Vrouw, de vrouwenbeweging en het vrouwenvraagstuk (Amsterdam 1914) 685-696; 'Paedagogische balans' in: De Vrouw, 1920, 2, 3, 9-11, 25, 26, 34-36, 56-58, 68-71, 81-83, 79-99, 139-141, 168-170; 1921, 131, 132, 141, 150, 151, 201, 202; 'Uit een groot gezin. Aan de nagedachtenis van onze ouders en van Herman' in: Het Kind, 1934, 157-259, 290-292, 321-324, 353-357, 385-388, 417-421, 434-536, 553-556, 587-589; 'Het lichtende voorbeeld van Sjoukje Troelstra' in: Het Kind, 1939, 45. LITERATUUR: E.J. Belinfante, 'Ida Heyermans' in: Valcoogh. Maandblad voor opvoeding en onderwijs, 1929, 3-7; J.H. Gunning Wz., 'Ida Heijermans 1866-1936' in: Paedagogische Studiën, 1936, 289-290; S. Lugten-Reys, 'Ida Heijermans 9 Dec. 1866 - 9 Dec. 1936' in: Het Kind, 1936, 721-723; D.L. Daalder, Wormcruyt met suycker (Amsterdam 1950); Hermine Heijermans, Mijn vader Herman Heijermans (Amsterdam 1973); M. van Essen, 'letje Kooistra en Ida Heijermans. Kennis en kunne bij vrouwelijke pedagogen' in: Negende jaarboek voor vrouwengeschiedenis (Nijmegen 1988) 120-146; M. van Essen, 'I.S. Heijermans (1866-1943) "het allerbeste vrouwenwerk" in: M. van Essen, M. Lunenberg (red.), Vrouwelijke pedagogen in Nederland (Nijkerk 1991) 77-90; N. Bakker, Kind en karakter. Nederlandse pedagogen over opvoeding in het gezin 1845-1925 (Amsterdam 1995); M. Grever, B. Waaldijk, Feministische openbaarheid. De Nationale Tentoonstelling van Vrouwenarbeid in 1898 (Amsterdam 1998). PORTRET: I.S. Heijermans, Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum (Den Haag) Auteur: Mineke van Essen Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 5 (1992), p. 111-114 Laatst gewijzigd: 09-11-2007 |