![]() |
HUISMAN, Hendrik Hendicus voorzitter van de vrijdenkersvereniging De Dageraad en bestuurder van de Eerste Internationale, is geboren te Amsterdam op 21 november 1821 en aldaar overleden op 6 februari 1873. Hij was de zoon van Jan Huisman, apothekersbediende, en Jantien van 't Hoof. Huisman die een hoge rug had, kampte met een zwakke gezondheid maar had een goed stel hersens. Hij werd godsdienstonderwijzer bij de Nederlandsch Hervormde Kerk in Amsterdam en gaf kinderen catechesatieles. Naar aanleiding van de zogeheten April-beweging in 1853 schreef hij drie Geuzen-liedjes (Amsterdam 1853). Deze getuigen nog van godsdienstzin en Oranjegezindheid. Het jaar daarop echter nam hij ontslag omdat hij niet langer geloofde in wat hij moest onderwijzen. Dit schreef hij in zijn Adres aan den Eerw. Kerkeraad der Nederl. Hervormde Gemeente van Amsterdam (Amsterdam 1854). De Geuzen-liedjes en het Adres gaf Huisman zelf uit. Na zijn ontslag was Huisman op een bovenwoning in de Kerkstraat (CC 616) bij de Leidschestraat een boekwinkeltje begonnen. Dit bracht volgens F.C. Günst niet meer dan 'bittere armoede, ja! menigmaal ook broodsgebrek'. Omstreeks 1860 kreeg hij van bevriende zijde een linieermachine met knecht tot zijn beschikking, maar ook hiermee bleef het moeilijk voldoende inkomen te vinden. In 1856 sloot Huisman zich aan bij de toen opgerichte vrijdenkersvereniging De Dageraad. In 1858 was hij, na een bezoek van Johannes Ronge aan Nederland, enige tijd secretaris van de in Amsterdam opgerichte Vrije Godsdienstige Gemeente, die zich tegen het geloof afzette door zich uit te drukken in aan de tegenstander ontleende bewoordingen. Huisman, die zich in 1863 voor het materialisme uitsprak, was op openbare bijeenkomsten een gevreesd debater, wiens bijbelkennis spreekwoordelijk was. Volgens J.A. Nieuwenhuis had hij een tong 'als 'n scheermes'. 'Als Ds. Zaalberg bijv. in een fraaie rede het "ongeloof" bestreden had, wipte Huisman van zijn stoel, waarop twee dikke Staten-Bijbels lagen, ten einde hem voldoende boven de bestuurstafel te doen uitkomen, daar nam hij één dezer bijbels in handen, sloeg de plaats op, die betrekking had op de besproken kwestie, en toonde glashelder aan, onder het uitbundig gejuich der vergaderden en terwijl zijn kleine oogen bij tusschenpoozen spottend op den tegenstander gericht waren, dat de Schrift hem in het gelijk stelde!'. In 1859 werd hij secretaris van De Dageraad. Hij probeerde de vergaderingen uitvoerig te notuleren, maar zag hiervan af vanwege de 'kleingeestigheid' die ook onder vrijdenkers bestond. Met steun van de democratische, naar buiten gerichte vleugel volgde hij op 25 juni 1865 de vooral op filosofie gerichte en wat verstarde R.C. d'Ablaing van Giessenburg op als voorzitter. Deze functie bekleedde hij tot zijn dood. Binnen De Dageraad ging van Huisman een bezielende leiding uit. Hij publiceerde in het gelijknamige, door Günst uitgegeven blad, alsook in Het Stuiverblad en De Toekomst. Bij het tienjarig bestaan in 1866 sprak hij over orthodoxie en moderne richting en schreef hij met J.W. Kempff een manifest aan het Nederlandse volk. Beide teksten gaf hij als brochure uit. In augustus 1867 leidde hij een Dageraadsafvaardiging naar de algemene vergadering van de Maatschappij tot Nut van den Javaan in Arnhem. 1867 was voor de vereniging evenwel een slecht jaar, omdat het blad ophield te bestaan en een groep leden zich afscheidde als De Humaniteit. De geschiedenis van de vrijdenkerij werd een 'brokkelig relaas'. Op 12 september 1869 zat Huisman het congres tot stichting van een Nederlandse Vrijdenkersbond voor. Hoewel op dit eerste landelijke congres van vrijdenkers meer dan tweehonderd mensen aanwezig waren en er nog twee bijeenkomsten volgden, werd het met deze bond niets. Het overlijden van Huisman in 1873 bracht De Dageraad aan de rand van de ondergang. Pas na drie jaar kwam er weer leven in. PUBLIKATIES: (Philoverax) De geest des christendoms in het godsbestuur (Amsterdam 1862); Orthodoxie en moderne richting. Openingsrede, gehouden in 'Diligentia' op zondag 4 Nov. 1866, in de vereeniging 'de Dageraad' (Amsterdam 1866); (met J.W. Kempff) Manifest aan het Nederlandsche volk van de vereeniging 'De Dageraad', bij gelegenheid van haar tienjarig bestaan op den 4den October 1866 (Amsterdam 1866); Open brief aan Broeder H. Zeeman, Meester Vrijmetselaar en Redenaar in de Loge La Charité te Amsterdam, naar aanleiding zijner onbroederlijke philippica, geplaatst in het Maçonniek Weekblad van 20 Mei 1867 (Amsterdam 1867); 'Eene maçonnieke philippica' in: De Dageraad, nr. 24, 1867, 353-76; (Philoverax) Des verstokten Ninevieten. Open zendbrief aan Dr. Jona C. Zaalberg, christelijk modern profeet en godgeleerde (Amsterdam 1869). LITERATUUR: Het Vrije Volk (Antwerpen), 16.2.1873; J. Rademacher, 'De democratie in Nederland' in: De Vrije Gedachte, nr. 4, 1873, 270; J. Rademacher, 'De arbeiders-beweging in Nederland' in: De Tolk van den Vooruitgang, 1874, 265-79; F.C. Günst, De onafhankelijke vrjmetselaars-loge Post Nubila Lux te Amsterdam (Amsterdam 1884) 178-80; F. Domela Nieuwenhuis in: H. Gerhard, Verzamelde en nagelaten opstellen. Deel I (Amsterdam 1887) II; Bymholt, Geschiedenis, 30, 51, 56, 119, 121; De Dageraad. Geschiedenis, herinneringen en beschouwingen, 1856-1906 (Amsterdam 1906) 14, 16, 20, 22-3; O. Noordenbos, Het atheïsme in Nederland in de negentiende eeuw (Rotterdam 1931) 43, 110; J.A. Nieuwenhuis, Een halve eeuw onder socialisten (Zeist 1933) 17-8, 22; Bevrijdend denken (Amsterdam 1956) 49; P.J. Meertens, 'Huisman (Hendrik Hendricus)' in: Mededelingenblad, nr. 24, november 1963, 6-8; Multatuli, Volledige Werken. Deel XI (Amsterdam 1977) 793-4; J.J. Giele, De eerste internationale in Nederland (Nijmegen 1973) 65-8, 141, 175, 239, 256; M. Schouten, De socialen zijn in aantogt (Amsterdam 1976) 88-9, 91, 97, 116; E. Francken, 'Een kromme kreupele katechiseermeester. Een serie documenten'. 2 afl. in: Over Multatuli, nr. 6, 1980, 20-53; nr. 7, 1980, 6-36; T. Haan, 'Een principieel debat over Multatuli in De Dageraad (1867)' in: M. Campfens, M. Schrevel, F. Tichelman (red.), Op een beteren weg (Amsterdam 1985) 39-59; A. Jongstra, De multatulianen (Amsterdam 1985); Ch. Keijsper (red.), K. ter Laan's Multatuli encyclopedie (Den Haag 1995) 211-2; D. Bos, Waarachtige volksvrienden. De vroege socialistische beweging in Amsterdam 1848-1894 (Amsterdam 2001). PORTRET: Hendrik Hendicus Huisman, uit: Ch. Keijsper (red.), K. ter Laan's Multatuli encyclopedie (Den Haag 1995) Auteur: P.J. Meertens, Bob Reinalda Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 8 (2001), p. 92-95 Laatst gewijzigd: 10-02-2003 |