![]() |
KRAMERS, Martina Gezina bestuurslid van vrouwenorganisaties, de Nieuw-Malthusiaanse Bond, SDAP-afdelingen en esperantistenverenigingen, is geboren te Veur (bij Leidschendam) op 24 juni 1863 en overleden te Apeldoorn op 15 oktober 1934. Zij was de dochter van Johannes Kramers, onderwijzer, en Margaretha Anna Hoogklimmer. Kramers was een bezield organisatrice met een brede maatschappelijke betrokkenheid. De vrouwenbeweging, het nieuw-malthusianisme, de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (SDAP) en de esperantisten konden lange jaren rekenen op haar inzet. Vooral Kramers talenkennis - zij las twaalf talen en sprak er acht - kwam daarbij van pas. Die kennis deed zij voor een deel op in het onderwijzersgezin waarin zij werd geboren. Haar vader was hoofd van Instituut Noorthey, een protestant-christelijke jongenskostschool, waar buitenlandse talen gedoceerd werden door 'native speakers', die intern - dus in de buurt van het gezin Kramers - logeerden. Terwijl haar broers de school regulier bezochten, heeft Kramers zelf waarschijnlijk indirect van die educatieve omgeving geprofiteerd. De progressieve opleidingsmethodes, die op Noorthey in praktijk werden gebracht, klonken door in Kramers' latere propaganda voor buurthuiswerk en onderwijsvernieuwing. Gezien haar komaf was het niet verwonderlijk dat zij, op haar vijftiende, een opleiding voor onderwijzeres ging volgen in Arnhem. Na afloop daarvan, in 1884, ging ze weer bij haar familie wonen, die inmiddels naar Rotterdam was verhuisd. Na korte tijd werkzaam te zijn geweest in het onderwijs, werd zij privé-onderwijzeres, een functie die beter te combineren was met haar vele journalistieke en secretariële werkzaamheden voor maatschappelijke organisaties en met de zorg voor haar familieleden. Haar moeder was al in 1874 overleden. Korte tijd later was haar vader gehuwd met de zus van haar moeder. Na de dood van haar vader in 1896 bleef Kramers bij haar stiefmoeder wonen tot de dood van deze in 1902. In 1918 verhuisde ze samen met haar zuster naar Apeldoorn. De Rotterdamse jaren vormden de meest productieve periode uit Kramers leven. Vanaf omstreeks 1895 was zij betrokken bij een groot aantal organisaties. Samen met Marie Rutgers-Hoitsema richtte zij in 1895 de Rotterdamse Vereeniging ter Behartiging van de Belangen der Vrouw op. Aanleiding hiertoe vormde de afwijzing van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht om behalve voor kiesrecht voor de verbetering van de maatschappelijke toestand van vrouwen te strijden. Kramers zat tussen 1895 en 1913 - meestentijds samen met Rutgers-Hoitsema - in het bestuur van de 'Behartiging'. Beide dames zaten ideologisch op één lijn. Zij stonden sympathiek ten opzichte van de sociaal-democratie maar hadden ook kritiek op de opstelling van de SDAP, vooral inzake het vrouwenkiesrecht en het recht op arbeid voor vrouwen. Dat verklaart waarschijnlijk waarom Kramers pas in 1911 lid van de SDAP werd. Overigens weerhield haar kritiek op de partij haar er niet van om vooraanstaande partijleden uit te nodigen als spreker voor de 'Behartiging'. Tevens bleef zij lid, en van 1903 tot 1919 hoofdbestuurslid, van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht. Dat ze probeerde een brug te slaan tussen deze twee bewegingen, blijkt uit haar betrokkenheid bij het Algemeen Kiesrecht-Comité, waarin onder meer sociaal-democraten en feministes vertegenwoordigd waren. Samen met Rutgers-Hoitsema was Kramers ook jarenlang pleitbezorger van het nieuw-malthusianisme. Van 1899 tot 1913 zat zij in het hoofdbestuur van de Nieuw-Malthusiaanse Bond (NMB), waarbij maar weinig feministes waren aangesloten. Veel feministes zagen het door de NMB gepropageerde gebruik van anti-conceptiemiddelen als een bedreiging voor een zedelijk hoogstaande levenshouding met zelfbeheersing als norm voor beide geslachten. PUBLIKATIES: St. Coit, Buurtvereenigingen een middel tot hervorming der maatschappij (Rotterdam 1896; vertaling); 'Die Geschichte der Frauenbewegung in Holland' in: H. Lange, G. Bäumer (red.), Handbuch der Frauenbewegung. I. Teil. Die Geschichte der Frauenbewegung in den Kulturländern (Berlin 1901) 211-24; 'De inrichting van het Nederlandsch Comité voor Algemeen Kiesrecht' in: De Nieuwe Tijd, 1903, 703-7; De plaats der vrouw in maatschappij en staat (z.pl. 1908); De groei der beweging voor vrouwenkiesrecht (z. pl. 1909); 'Het huwelijk als kostwinning' in: Moederschap / seksueele ethiek (Almelo 1913) 117-20; 'Het volkspetitionnement voor grondwettelijke gelijkstelling van man en vrouw' in: De Nieuwe Tijd, 1914, 215-23; Vrouwenbeweging, vrouwenkiesrecht en grondwetsherziening. Studie voor de Rotterdamse Sociaaldemokratiese Studieklub (Rotterdam 1916); '25 jaren vrouwenkiesrechtstrijd' in: Gedenkboek bij het 25-jarig bestaan van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, 1894-1919 (Amsterdam 1919) 26-38; 'Eenige onzer pioniersters die zijn heen gegaan' in: idem, 60-4; Bijdrage aan: Gedenkboek ter gelegenheid van het vijf en twintig-jarig bestaan van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij in Nederland (Amsterdam 1919) 52; Moeten de vrouwen een eigen partij in de staat vormen? (z.pl. 1919); 'Een nieuwe bijdrage tot de beschouwing van het bevolkingsvraagstuk' in: De Socialistische Gids, 1924, 894-901; Wat wil het nieuw-malthusianisme? (Amsterdam 1925); Bijdragen aan tal van tijdschriften, waaronder De Amsterdammer, Het Gelukkig Huisgezin (orgaan van de NMB), De Gids, Ius Suffragii, Maandblad van de Vereeniging van Staatsburgeressen, Maandblad van de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht, Sociaal Weekblad en Vragen van den Dag. LITERATUUR: Vliegen, Kracht II, 263; W.H. Posthumus-van der Goot, A. de Waal (red.), Van moeder op dochter (Leiden 1948); J. Outshoorn, Vrouwenemancipatie en socialisme (Nijmegen 1973); M. Crezee, Martina G. Kramers (1863-1934). Een leven gewijd aan vrouwenemancipatie, socialisme en internationaal contact (eindverhandeling licenciaat sociale wetenschappen, Vrije Universiteit Brussel 1978); G. Nabrink, Seksuele hervorming in Nederland (Nijmegen 1978); M. Advocaat, T. Moll, J. Niekus, 'Geboortenregeling: een vrouwenzaak? Aktiviteiten van vrouwen en de vrouwenbeweging ten aanzien van geboortenbeperking' in: Jaarboek voor Vrouwengeschiedenis, 1, 1980, 111-40; B. Reinalda, Bedienden georganiseerd (Nijmegen 1981); F. Dieteren, 'Van kritisch geestverwante tot vergeten partijlid. Martina Kramers (1863-1934)' in: Rooie Vrouw, 10, 1, 1989, 6-9; M. Bosch en A. Kloosterman, 'Lieve Dr. Jacobs'. Brieven uit de Wereldbond voor Vrouwenkiesrecht, 1902-1942 (Amsterdam 1985); U. Jansz, Denken over sekse in de eerste feministische golf (Amsterdam 1990); L.J. Rupp, Worlds of women. The making of an international women's movement (Princeton 1997). PORTRET: Martina Gezina Kramers, IIAV Auteur: Fia Dieteren Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 8 (2001), p. 117-120 |