![]() |
KUIJKHOF, Johannes Gerardus van secretaris-penningmeester van de SDAP, is geboren te Rotterdam op 14 februari 1864 en overleden te Amsterdam op 25 juni 1921. Hij was de zoon van Johannes Gevert van Kuijkhof, letterzetter, en Catharina Maria Gertruda Inhulsen. Op 28 mei 1890 trouwde hij met Lucia Josephina Koedijk, met wie hij een dochter en een zoon kreeg. Van Kuijkhof was als sociaal-democratisch onderwijzer actief in de SDAP en de Bond van Nederlandsche Onderwijzers (BNO). In 1897, tijdens zijn lidmaatschap van het hoofdbestuur van de BNO, botsten beide hoedanigheden toen de SDAP Van Kuijkhof kandidaat stelde voor de Tweede Kamerverkiezingen in het district Amsterdam V. In datzelfde district stond - met steun van de BNO - ook de radicaal Th.M. Ketelaar, eveneens hoofdbestuurder, kandidaat. Ketelaar werd verkozen, maar Van Kuijkhofs tegenkandidatuur kostte hem zijn plaats in het hoofdbestuur. In 1898 was de afdeling Rotterdam van de SDAP aan de beurt het dagelijks bestuur van de partij te kiezen. Met algemene stemmen koos deze Van Kuijkhof tot secretaris. Toen de SDAP in mei 1900 een bezoldigd secretaris-penningmeester aanstelde, verkoos zij Van Kuijkhof boven de tegenkandidaten J. Oudegeest en W.P.G. Helsdingen. Voor deze functie gaf Van Kuijkhof zijn vaste en beter betaalde baan op. Bovendien liep hij er zijn benoeming tot schoolhoofd door mis. In hetzelfde jaar verhuisde hij naar Amsterdam, waar zijn adres in De Genestetstraat jarenlang ook dat van het partijsecretariaat zou zijn. Als secretaris-penningmeester vormde Van Kuijkhof een centrale figuur die met iedereen contact had. Hij toonde weinig emoties en drong zich niet op de voorgrond. Hij woonde de bestuursvergaderingen bij maar werd niet als lid beschouwd. Het woord voerde hij doorgaans slechts over administratieve of financiële zaken, waarvoor de politici in het bestuur niet altijd evenveel belangstelling toonden. Als hij een opinie uitte, was die vaak gericht op herstel of behoud van goede onderlinge verhoudingen binnen de partij. Het administratieve werk groeide met de omvang van de partij mee. In 1906 werd de brochurehandel verzelfstandigd en in 1912 kwam naast Van Kuijkhof een tweede bezoldigde partijsecretaris, J.W. Matthijsen. Op diens aandrang verdeelden zij vanaf 1917 de taken: Matthijsen werd secretaris, Van Kuijkhof penningmeester. ARCHIEF: Archief J.G. van Kuijkhof in IISG (Amsterdam; vgl. Campfens2, 292). PUBLIKATIES: Rapport au Congrès International de Copenhague sur la situation de la démocratie socialiste néerlandaise et sur les événements qui s'y ont produits pendant les années 1907-1910 (Amsterdam 1910). LITERATUUR: Vliegen, Kracht I, 437-439; J. Loopuit, 'In memoriam J.G. van Kuijkhof' in: De Socialistische Gids, 1921, 738-739; Het Volk, 25, 27, 28, 29.6.1921. PORTRET: J.G. van Kuijkhof, uit: Vliegen, Kracht II, 555; H. Buiting, Richtingen- en partijstrijd in de SDAP. Het ontstaan van de Sociaal-Democratische Partij in Nederland (SDP) (Amsterdam 1989); B. van Dongen, Revolutie of integratie (Amsterdam 1992); P. Hofland, Leden van de Raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941 (Amsterdam 1998); J. de Roos, Besturen als kunst. Lokale sociaal-democraten 100 jaar verenigd (Amsterdam 2002) Auteur: Lex Heerma van Voss Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 4 (1990), p. 117-118 Laatst gewijzigd: 05-02-2003 |