![]() |
MAZIREL, Laura Carola (roepnaam: Lau), sociaal advocate en pleitbezorgster woonwagenbewoners, is geboren te Utrecht op 29 november 1907 en overleden te Saint Martin de la Mer (Frankrijk) op 20 november 1974. Zij was de dochter van Hendrik Mazirel, spoorwegambtenaar, en Marie Elisabeth Bollinger, onderwijzeres. In 1933 ging zij een vrij huwelijk aan met Meijer Leopold Waterman, met wie zij twee zoons kreeg. Op 16 november 1950 sloot zij een notarieel huwelijk met Robert Jean Hartog, filmoperateur, met wie zij een zoon kreeg. Mazirel groeide op in het Noord-Limburgse grensdorp Gennep. Haar ouders, overtuigde pacifisten, boden daar voor en in de Eerste Wereldoorlog hulp aan landverhuizers en vluchtelingen, waarbij zij samenwerkten met de weinig orthodoxe dominee J.W. Kruyt. In 1917 verhuisde het gezin naar Utrecht waar Mazirel het stedelijk gymnasium bezocht en naast een baan als onderwijzeres in de avonduren rechten en psychologie studeerde. In 1930 studeerde zij af. In 1929 was zij na een voettocht naar Spanje vertrokken naar Amsterdam waar zij in het 'rode klooster' aan de Marco Polostraat 223 woonde, de socialistische commune van Irene Vorrink sr. Mazirel was actief in de Sociaal Democratische Studenten Club (SDSC), de SDAP en het vluchtelingenwerk dat zich als gevolg van Hitlers machtsovername na 1933 sterk uitbreidde. In 1934 sloten Mazirel en Leo Waterman ten overstaan van enkele vrienden een vrij huwelijk. Mazirel vond dat de positie van de gehuwde vrouw, gehoorzaamheidsplichtig aan haar man, niet verenigbaar was met de waardigheid van de advocatuur. Bovendien was zij van mening dat de rechten van een uit een wettig huwelijk geboren kind niet goed waren vastgelegd. Voordat Mazirel in 1937 haar eigen advocatenpraktijk begon, was zij onder meer werkzaam als juridisch adviseur bij het Medisch Opvoedkundig Bureau in Amsterdam. In haar praktijk behandelde Mazirel vluchtelingen-, familie- en vreemdelingenzaken en, zeer uitzonderlijk voor die tijd, zaken van mensen die vervolgd werden op grond van artikel 248 bis (het verbod op intieme contacten tussen personen van hetzelfde geslacht waarvan de een meerder- en de ander minderjarig is). Naast de advocatuur oefende zij het beroep van reisleidster uit. Dit bracht haar in 1937 in Parijs, waar in het kader van de Wereldtentoonstelling een groot internationaal bevolkingscongres werd gehouden. Zij bezocht de lezingen van Duitse wetenschappers die er hun plannen voor een 'rassenhygiënische sanering' van Europa presenteerden. Mazirel nam hun ideëen over de wenselijkheid van een kwalitatieve bevolkingspolitiek serieus. Naar aanleiding van berichten van vluchtelingen over 'ontluizingskampen' voor woonwagenbewoners reisde zij naar Duitsland, fotografeerde er de kampen en won informatie in bij omwonenden. Voor haar bevindingen vond zij in Nederland echter geen gehoor. Tevergeefs trachtte zij de Nederlandse overheid en joodse kerkelijke instanties te overtuigen van de noodzaak om aantekeningen over het geloof en andere persoonlijke gegevens van de persoonskaarten te verwijderen. Tijdens de bezetting zette Mazirel haar werk ten gunste van vluchtelingen en vervolgden legaal en illegaal voort. Als advocate trad zij openlijk op maar haar kantoor deed tevens dienst als dekmantel voor verzetsactiviteiten zoals het leggen van contacten, het doorgeven van boodschappen en het organiseren van onderdak voor vluchtelingen en onderduikers. Omdat zij pertinent geen wapens wilde gebruiken, pleegde zij alleen geweldloos verzet. Aanvankelijk in een netwerk van individueel opererende mensen, later in de verzetsorganisatie de Vrije Groepen Amsterdam waarbij zij samenwerkte met Robert Hartog, haar tweede man. Zij maakte gebruik van een persoonsbewijs op naam van Noortje Wijnands, kraamverpleegster, en was een van de organisatoren van de aanslag op het Amsterdamse bevolkingsregister (1943) met de bedoeling belangrijke gegevens over personen te vernietigen. Eind 1944 werd zij gearresteerd, maar vrijgelaten omdat haar dossier zou zijn zoekgeraakt. Bij het verzetswerk liep Mazirel fysieke klappen op die haar gezondheid onherstelbaar verzwakten. ARCHIEF: Advocatenarchief mr. Lau Mazirel in Nationaal Rijksarchief (Den Haag). PUBLIKATIES: 'Wet en Huwelijk' in: De Groene Amsterdammer, 1.5, 5.6, 10.7, 17.7, 7.8 en 14.8.1948; 'Het nieuwe kinderrecht' in: De Groene Amsterdammer, 11, 18 en 25.9, 2 en 9.10 en 11.12.1948; 'Woonwagenvraagstuk' in: Nieuwe Rotterdamse Courant, 26.2.1965; 'Getto's in Nederland?' in: De Nieuwe Linie, 30.7.1966; 'De wet "Nieuwe regelen ter bevordering van het maatschappelijk welzijn van de woonwagenbevolking" (Woonwagenwet)' in: Nederlands Juristenblad, 23.3.1968; 'Mensen in de fuik' in: de Volkskrant, 8.4.1970; 'Bezwaren tegen de komende volkstelling' in: Wetenschap en Samenleving, 2.2.1971; 'Vervolgung der "Zigeuner" im Dritten Reich. Vorgeschichte ab 1870 und Fortsetzung bis heute' in: Essays über Naziverbrechen, Simon Wiesenthal gewidmet (Amsterdam 1973) 124-177; Woonwagenvolk (Amsterdam 1987, samengesteld door L. de Goei); zie voor bibliografie over woonwagenbewoners: Woonwagenvolk, 115-116. LITERATUUR: J. Rogier, 'Ze hadden me gevraagd solidair te zijn', in: Vrij Nederland, 19.12.1970; M. Ruyter, 'De overheid heeft de getto's gewild' in: De Volkskrant, 17.8.1971; J. Rogier, 'Reiziger. De vrouw die niet achterom mocht kijken. In memoriam mr. Lau Mazirel' in: Vrij Nederland, 30.11.1974; J. Rogier, De geschiedschrijver des Rijks en andere socialisten (Nijmegen 1979) 88, 92-96, 103, 116, 118; 'Lau Mazirel' in: Vrouwenkrant Amsterdam, nr. 90, februari 1983, 17-19; L. de Goei 'Lau Mazirel en het woonwagenbeleid in Nederland 1900-1968' in: Lau Mazirel. Woonwagenvolk (Amsterdam 1987) 89-112; I. Cornelissen, 'Lau Mazirel' in: Vrij Nederland, 30.1.1988. PORTRET: L.C. Mazirel, op PVDA-congres 1946(?), particulier bezit Auteur: Leonie de Goei Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 5 (1992), p. 189-192 |