![]() |
MOLTMAKER, Petrus (roepnaam: Piet), voorzitter van de Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel, is geboren te Arnhem op 13 september 1882 en aldaar overleden op 16 april 1941. Hij was de zoon van Petrus Moltmaker, wachtmeester bij de rijdende artillerie, en Johanna Anna Stork. Op 28 november 1907 trad hij in het huwelijk met Ida Maria Lambermont, met wie hij vijf dochters en een zoon kreeg. Na haar overlijden op 1 juli 1929 hertrouwde hij op 3 september 1930 met Johanna Veenendaal. Dit huwelijk bleef kinderloos. Moltmaker, opgegroeid in een rooms-katholiek gezin, ging na de lagere school werken in een Utrechtse lijstenmakerij. Twee jaar later trad hij als volontair in dienst bij de Staatsspoorwegen, waar hij als administratieve kracht op het hoofdadministratiegebouw in Utrecht werkzaam was. Hij raakte al snel in de ban van J. Oudegeest en werd lid van diens Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel (NV). In 1903, het jaar van de grote spoorwegstakingen, trad hij toe tot de SDAP. Na de uiteindelijk voor de vakbonden desastreuze afloop van deze stakingen, die met massale ontslagen gepaard ging, verdween de eerste generatie NV-bestuurders geleidelijk van het toneel. Hun plaats werd ingenomen door een groep jongeren waartoe ook Moltmaker behoorde. In januari 1911 werd Oudegeest, die de bond sinds 1899 had geleid, als voorzitter van de NV opgevolgd door Henk Sneevliet. Ook Moltmaker werd in het hoofdbestuur gekozen, hij kreeg de functie van tweede voorzitter. In juli 1911 trad hij echter al weer terug, naar hij zei omdat 'zijn aanwezigheid in de Utrechtsche politieke beweging steeds meer gewenscht was'. Waarschijnlijk was de werkelijke reden dat hij niet goed uit de voeten kon met Sneevliet. Deze tegenstelling stond voor een felle richtingenstrijd binnen de NV en de vakbeweging in het algemeen over de te volgen tactiek en werd toegespitst op de vraag of NVV en SDAP ook steun zouden verlenen aan door het syndicalistische Nationaal Arbeids-Secretariaat geëntameerde stakingen. De strijd werd ook in partijpolitieke termen vertaald. De SDAP stond tegenover de in 1909 opgerichte Sociaal-Democratische Partij (SDP) van D.J. Wijnkoop. Op een algemene vergadering van de NV op 3 en 4 juli 1911 te Nijmegen attaqueerde Moltmaker in felle bewoordingen de kandidaturen van Th. Arnoldussen, voorzitter van de afdeling Utrecht van de NV, en N. Nathans, bestuurslid van de afdeling Utrecht van de SDP. Moltmaker werd beticht van een 'schunnige aanval' en verloor deze keer nog het pleit. Een jaar later was er echter veel veranderd. Tijdens de zeelieden- en havenstaking van zomer 1911 te Amsterdam en Rotterdam had Sneevliet de door de International Transport Workers' Federation (ITF) gedane oproep tot steun aan de stakers ondersteund. Het NVV steunde de Amsterdamse stakers niet. Sneevliet had bovendien zijn lidmaatschap van de SDAP opgezegd en zich aangesloten bij de SDP. Sneevliet verspeelde door deze opstelling zijn krediet bij het NVV en werd min of meer gedwongen af te treden als voorzitter van de NV. Op de algemene vergadering op 30 juni en 1 juli 1912 te Breda noemde Moltmaker Nathans, die het voor Sneevliet opnam, een leugenaar. Ook vond hij het vreemd dat de afdeling namens welke hij sprak (Utrecht) het verwijt kreeg oppositie te voeren om wille van de oppositie, terwijl juist Sneevliets 'geheele optreden in de arbeidersbeweging altijd zelf oppositie en kritiek was'. Hij kwalificeerde diens standpunten als een 'ernstig gevaar voor onze organisatie'. De kloof tussen Moltmaker en Sneevliet was onoverbrugbaar geworden en tijdens een nieuwe algemene vergadering op 20 en 21 juli te Amsterdam werd Moltmaker gekozen tot voorzitter van de NV als opvolger van Sneevliet, die zich niet herkiesbaar had gesteld voor het hoofdbestuur. Ondanks de conflictueuze start ontwikkelde Moltmaker zich volgens H.J. van Braambeek tot de 'onbetwiste leider der organisatie'. PUBLIKATIES: Behalve de genoemde: Oproep aan het Spoor- en Tramwegpersoneel in Nederland (Amsterdam 1925); De afgesprongen fusie. Overzicht van het verloop der fusie-onderhandelingen tusschen de Nederl. Vereeniging, den Neutralen Bond en den Bond van Ambtenaren, benevens van de betrekkelijke bescheiden (Utrecht 1925); Doe mee! Een woord naar binnen (Utrecht 1934); 'Een woord van afscheid aan de bestuursleden en leden der NV' in: Weekblad van de Nederlandsche Vereeniging van Spoor- en Tramwegpersoneel, 3.2.1940. LITERATUUR: H.J. van Braambeek, Van lichten en schiften (Utrecht 1936); 'Vijf en twintig jaar voorzitter' in: Weekblad van de Nederlandsche Vereeniging van Spoor-en Tramwegpersoneel, 29.5.1937; 'Onze Algemene Vergadering' in: Weekblad NV, 5.6.1937; D.B., 'Moltmaker gaat heen' in: Weekblad NV, 3.2.1940; K., 'Het afscheid van Moltmaker' in: Weekblad NV, 23.3.1940; 'Begrafenis van Moltmaker te Utrecht' in: Het Volk, 21.4.1941; G.J., 'Moltmaker heen gegaan' in: Weekblad NV, 26.4.1941; K., 'Het gedenkteken van wijlen Moltmaker onthuld' in: Weekblad NV, 25.4.1942; F. Landskroon, Crisis. Bezetting. Wederopbouw (Utrecht 1957); Ed. Polak, 'In gedachten terug naar november 1918' in: Het Parool, 8.11.1958; G. Harmsen, B. Reinalda, Voor de bevrijding van de arbeid (Nijmegen 1975); G. Harmsen, F. van Gelder, Onderweg. Uit een eeuw actie- en organisatiegeschiedenis van de Vervoersbonden (Baarn 1986). PORTRET: P. Moltmaker (omslag brochure Doe mee! Een woord naar binnen (1934), IISG Auteur: Bouwe Hijma Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 6 (1995), p. 150-153 |