![]() |
SIKKEL, Johannes Cornelis christen-pleiter voor bedrijfsorganisatie, is geboren te Utrecht op 18 november 1855 en overleden te Amsterdam op 17 augustus 1920. Hij was de zoon van Arnoldus Sikkel, keurmeester van slachtvee, en Annetta Carolina van Ellekom, winkelierster (tot haar huwelijk). Op 15 februari 1883 trad hij in het huwelijk met Christine Odink, met wie hij een dochter en vier zoons kreeg. Na haar overlijden (op 10 november 1895) hertrouwde hij op 12 augustus 1896 met haar zuster Hendrina Elisabeth Odink, met wie hij een dochter en twee zoons kreeg. De cholera-epidemie van 1866 heeft op Sikkel grote indruk gemaakt en is voor zijn verdere leven van blijvende invloed geweest. Een weerslag hiervan is te vinden in zijn onder pseudoniem geschreven roman Gelouterd (Amsterdam 1899). Hij volgde lager onderwijs op de zogenoemde tussenschool (de 'klompenschool' was gratis, de burgerschool voor de gegoede burgerij). Omdat hiervoor schoolgeld betaald moest worden, zal het zijn ouders heel wat zorg en denkwerk gegeven hebben om met hun schaarse middelen de kinderen een nette opvoeding te geven. Sikkel volgde hierna een opleiding voor onderwijzer in Utrecht en ging in april 1873 naar Voorschoten, waar hij aan een christelijke school tot hulponderwijzer was benoemd. In juli 1874 werd hij hulponderwijzer in Zeist. Een plaatselijk predikant moedigde hem aan theologie te studeren en zegde financiële steun toe. Daar hij geen gymnasium-opleiding had moest hij eerst een universitair toelatingsexamen afleggen. In mei 1876 keerde hij naar het ouderlijk huis in Utrecht terug en in oktober 1877 liet hij zich als theologisch student aan de Universiteit aldaar inschrijven. In juni 1879 legde hij het propedeutisch examen af, in februari en oktober 1881 twee onderdelen van het kandidaatsexamen. Om tot predikant van de Nederlands hervormde kerk te kunnen worden toegelaten legde hij in november 1882 voor het provinciaal kerkbestuur van Groningen het kerkelijk examen af. In februari 1883 werd hij predikant in Biezelinge en in mei 1885 in Hijlaard. Hij sloot zich aan bij de kort daarvoor opgerichte Friese gereformeerde predikantenvereniging en kwam in verzet tegen vrijzinnig-theologische opvattingen onder collega-predikanten in omliggende plaatsen en leden van zijn eigen kerkelijke gemeente. Najaar 1886 kwam hij wekelijks met een aantal gemeenteleden bijeen om hen in kennis te stellen van zijn kerkelijk-theologische inzichten. Evenals elders ontstond in januari 1887 in Hijlaard een kerkelijke scheiding (Doleantie). Met twee Friese collega-predikanten vormde hij de redactie van het Friesch Kerkblad en toonde zich daarin een vurig medestander van Abraham Kuyper. In november 1888 werd Sikkel predikant in Den Haag, in augustus 1899 in Amsterdam, zijn laatste gemeente. Nadat hij aan de redacteur van de Zuid-Hollandsche Kerkbode verzocht had aan dit nog geen jaar bestaande blad te mogen meewerken, werd hij medio januari 1890 mede-redacteur. Door zijn bekendheid als redacteur van beide kerkelijke bladen en zijn inmiddels belangrijke rol in de gereformeerde kerken (synode en zendingscongres), werd hij gevraagd als rapporteur/spreker voor het Christelijk Sociaal Congres van november 1891 te Amsterdam. Hij behandelde er de vraag welke beginselen de Bijbel stelt voor het huisgezin en zijn gezinsleden met het oog op de arbeid. In De groote toekomst en de vrouw (Rotterdam 1920) dat na zijn overlijden werd uitgegeven, heeft hij zijn op het congres uitgesproken mening betreffende het niet buitenshuis mogen werken van vrouwen bijgesteld. In januari 1894 werd Sikkel hoofdredacteur van de Zuid-Hollandsche Kerkbode, die hij in juni 1895 voortzette als Hollands Kerk-blad en in 1905 als Hollandia. Het blad verscheen tot in 1916 met veel artikelen op theologisch, kerkelijk en maatschappelijk gebied van zijn hand. Een aantal op maatschappelijk terrein is na zijn overlijden gebundeld onder de titel Het sociale vraagstuk bij het licht van Gods Woord (Amsterdam 1926). ARCHIEF: A. Sikkel (Leiden) bezit familiebijbel met genealogische aantekeningen van J.C. Sikkel en zoon D. Sikkel. PUBLIKATIES: Behalve de genoemde: De aanschouwing in het onderwijs. Paedagogische bijdrage voor de Scholen met den Bijbel (Amsterdam 1902); Het loon der werklieden (Amsterdam 1905); Het brood der kerk ook een sociale vraag (Amsterdam 1907); Hoofden van scholen en hun medeonderwijzers (onderwijzeressen) (Hilversum 1907); In heilige roeping. De leidingkwestie in de A.R. partij (Amsterdam 1916); Bibliografie in: P.L. Schram (zie onder literatuur) 343 en in J. de Haas (zie onder literatuur) 314-315. LITERATUUR: J.C. Rullmann, 'J.C.S.' in: De Reformatie, 24.9.1920; Jaarboek Gereformeerde Kerken, 1921, 300-308; T. Ferwerda, 'In Memoriam' in: Jaarverslag Sonnevanck, 1921; K. Fernhout Mz. in: Jaarboek Gereformeerde Kerken, 1921, 300-308; R. Hagoort, De Christelijk-Sociale Beweging (Hoorn 1933) 85-90; R. Hagoort, Het beginsel behouden (Amsterdam 1934) 372 e.v.; J.M. Vellinga, Talma's sociale arbeid (Hoorn 1941) 33-41; T. de Ruiter, Ds. J. C. Sikkel en de organisatie van de arbeid (Franeker 1950); P.A.J.M. Steenkamp, De gedachte der bedrijfsorganisatie in protestants-christelijke kring (Kampen 1951) 62-68; C. Veenhof, 'Wat hen dreef' in: Sonnevanck 1908-1958 (z.pl. 1958); R.H. Bremmer, Ds. J. C. Sikkel, als sociaal profeet en pionier (Groningen 1976); P.L. Schram, 'Sikkel, Johannes Cornelis' in: Biografisch lexicon voor de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme. Deel I (Kampen 1983) 342-343; J. de Haas, Gedenkt uw voorgangers. Deel II (Haarlem 1985) 310-315; P. van Beek, D.Th. Kuiper, De dolerenden van 1886 en hun nageslacht (Kampen 1990). PORTRET: J.C. Sikkel, uit: R. Hagoort, Het beginsel behouden (Amsterdam 1934) t.o. 321 Auteur: J. van der Molen Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 5 (1992), p. 256-260 |