![]() |
STRUIK, Thomas Antonie (roepnaam: Anton), ingenieur Autonome Industriële Kolonie Koezbas (Siberië) en een der leiders van de Communistische Partij in Nederland, is geboren te Rotterdam op 8 april 1897 en omgekomen bij het bombardement van de Cap Arcona op 3 mei 1945. Hij was de zoon van Hendrik Jan Struik, onderwijzer, en Aartje Schilperoort. Op 28 juni 1939 trad hij in het huwelijk met Geertruida Johanna (Truus) van Boxel, lerares Nederlands, met wie hij een zoon kreeg. Struik groeide op in een liberaal milieu. Zijn moeder overleed toen hij dertien jaar oud was, waarna zijn vader niet hertrouwde. Deze betrok Struik en zijn oudere broer Dirk al jong bij de verkiezingscampagne, waardoor deze ook zicht kregen op wat de Rotterdamse sociaal-democraten voorstonden. De broers sloten zich aan bij de jeugd-organisatie De Zaaier. Omstreeks 1917 werd Struik lid van de Sociaal-Democratische Partij, die in 1918 Communistische Partij in Nederland (CPN) ging heten. Tijdens zijn studententijd in Delft was hij tevens actief binnen de Bond van Revolutionair-Socialistische Studenten in Nederland. In 1919 behaalde Struik de graad van civiel-ingenieur en trad in dienst van het Centraal Normalisatiebureau in Rotterdam onder leiding van dr. ir. J. Goudriaan. Toen hij hier genoeg van had en ir. S.J. Rutgers werkkrachten zocht om in Siberië een industrieel complex tot ontwikkeling te brengen, voelde Struik hier wel voor. Van 1922 tot 1926 was hij werkzaam in de Autonome Industriële Kolonie Koezbas bij Kemerovo in Siberië. Hier bleek, dat hij niet alleen een bekwaam ingenieur was, maar ook kwaliteiten bezat op het gebied van het politieke scholingswerk. Hij gold binnen de kolonie als een bemiddelende figuur, die met alle nationaliteiten en gezindten goed kon samenwerken. In brieven uit deze periode toonde Struik zich een kritisch partij lid ten aanzien van de toen actuele 'bolsjewisering' van westerse communistische partijen. Maar overtuigd als hij was van het belang van partijdiscipline heeft hij noch in deze jaren, noch later openlijk van kritiek blijk gegeven. Toen de kolonie in 1927 in Sovjet-handen overging, verkoos Struik in de Sovjet-Unie te blijven. Hij werd aangesteld bij de bouw van de Turkestan Siberische (Turk-Sib) spoorlijn. Maar in november 1929 schreef hij aan Dirk Schermerhorn: 'eerst wil ik zien, of er geen mogelijkheid is voor bv een jaartje uit de techniek te breken om iets nuttigs te doen voor de beweging. Je weet, dat het een knagende wurm aan mijn hart is, dat ik zoo volmaakt nutteloos ben geworden voor het westen. Bovendien lijd ik aan heftige roebelovervloed, door mijn leven in de wildernis, zoodat ik graag pot zou willen inteeren en tegelijk bovengenoemde wurm dooden.' PUBLIKATIES: Behalve veel journalistieke stukken: Het vijfjarenplan als socialistisch offensief (Amsterdam 1931); Menschen en machines in de Sowjet Unie. Voordracht voor de VARA (Amsterdam 1933); Boeren uit de nood. Hoe de Russische boer de weg naar welvaart vond (Amsterdam 1936); Wie is Mussert en wat wil de NSB? Weg er mee! (Amsterdam 1936); 'Naamsverandering' in: Communisme, 1936, 309-313, herdrukt in: Cahiers over de geschiedenis van de CPN, nr. 2, februari 1979, 80-84; Loon en arbeid in Sowjet-Rusland (Amsterdam 1937); Onder valse vlag. Het trotskisme. De handlanger van het fascisme (Amsterdam 1937); Een Nederlander in Siberië. Brieven van Anton Struik (Nijmegen 1979). LITERATUUR: H. Gortzak, 'In memoriam Anton Struik. Een leven in dienst van de arbeidersklasse' in: Politiek en Cultuur, 1946, 99-101; De Waarheid marcheert (Amsterdam 1949); 'Herinnering aan Anton Struik blijvend vastgelegd' in: De Waarheid, 12.10.1953; L. van den Muijzenberg, Levensbeschrijving Anton Struik (Amsterdam z.j.); D. Struik, 'Mijn socialistiese jaren in Nederland. Herinneringen uit 1914-1924' in: Jaarboek arbeidersbeweging 1977, 191-246; J. Morriën, 'Anton Struik in het licht van z'n tijd. CPN-Nederlandse partij in strijd tegen fascisme' in: De Waarheid, 4.3.1978; W. Pelt, 'De communistische pers tussen twee wereldoorlogen' in: Cahiers over de geschiedenis van de CPN, nr. 5, 1980, 26-73; J.J. Flinterman, 'De CPN en de solidariteitsbeweging met de Spaanse republiek in Nederland (1936-1939)' in: Cahiers over de geschiedenis van de CPN, nr. 10, 1985, 9-54; A.M.F. Dessing, Het Nederlandse aandeel in de Koezbas-kolonie, 1921-1927 (doctoraalscriptie Amsterdam 1987); H. Olink, De vermoorde droom. Drie Nederlandse idealisten in Sovjet-Rusland (Amsterdam 1993); J.W. Stutje, De man die de weg wees. Leven en werk van Paul de Groot 1899-1986 (Amsterdam 2000); G. Voerman, De meridiaan van Moskou. De CPN en de Communistische Internationale (1919-1930) (Amsterdam 2001). PORTRET: T.A. Struik, uit: Een Nederlander in Siberië (Nijmegen 1979) Auteur: Agnes M.F. Dessing Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 4 (1990), p. 200-202 Laatst gewijzigd: 12-08-2002 |