![]() |
WITTERT, Everardus Bonifacius François Frederik baron heer van Hoogland, Emiclaer, Langenoorth en Bloemendaal, voorman van katholieke sociale beweging binnen de Algemeene Bond van R.K. Rijkskieskringorganisaties en voorzitter van de Vereeniging van Raden van Arbeid, is geboren te Den Haag op 2 april 1875 en overleden te Apeldoorn op 24 december 1959. Hij was de zoon van Fredrik Adriaan Petrus baron Wittert, landeigenaar, en Augusta Carolina Maria Hubertina van Beerenbroek (naamswijziging op 4 september 1919 in Van Beerenbroeck). Op 6 april 1904 trad hij in het huwelijk met Christina Helena barones Snouckaert van Schauburg, met wie hij vier zoons kreeg. Dit huwelijk werd ontbonden op 10 november 1921. Op 5 februari 1927 hertrouwde hij met Maria Elisabeth van Ekeren, met wie hij een zoon kreeg. Familienaam bij vonnis van de arrondissementsrechtbank te Den Haag van 25 maart 1904 gewijzigd in Wittert van Hoogland. Wittert van Hoogland stamt uit een katholiek adellijk geslacht, dat in 1776 door keizerin Maria Theresia van Oostenrijk tot baron werd verheven. Hij bezocht het gymnasium Haganum en het bijzondere gymnasium Katwijk en studeerde rechten in Leiden. Na zijn promotie op 16 februari 1904 begon hij zijn loopbaan als adjunct-commies bij het Ministerie van Waterstaat. In januari 1906 werd hij commies-griffier van de Eerste Kamer. Hier had hij nauw contact met de parlementaire politiek van zijn tijd en deed zich kennen als een aanhanger van de katholieke sociale beweging. Hij stelde zijn aristocratisch idealisme tegenover het 'materialisme' van de fabrikanten. Volgens hem was 'de katholieke adel' verplicht naar de 'verheffing van het volk' te streven. Achter de schermen droeg hij bij aan de confessionele sociale wetgeving van 1909 tot 1913: de Invaliditeitswet en de Ziektewet. Als actief lid van de Algemeene Bond van R.K. Rijkskieskringorganisaties pleitte hij voor algemeen kiesrecht en een democratische bondsorganisatie. In 1918 werd hij secretaris. Als 'de rode baron' stelde hij zich duidelijk op tegen de werkgeverskringen in zijn partij. Socialist was hij echter niet, al pleitte hij voor incidentele regeringscoalities tussen de katholieken en de SDAP. Democratie was voor hem belangenbehartiging voor de arbeiders, geen arbeidersregering. Op 17 november 1918 leidde hij de katholieke meeting tegen de revolutie in de Houtrusthallen (Den Haag). Hij was echter warm voorstander van medezeggenschap van arbeiders in de bedrijfsraden. Hij gaf zijn griffierschap in de Eerste Kamer prijs voor het voorzitterschap van de Raad van Arbeid in Den Haag. Op 18 oktober 1921 viel hem met algemene stemmen het voorzitterschap van de Vereeniging van Raden van Arbeid toe. Vanaf 13 april 1920 was hij lid van de Eerste Kamer, waar hij bij droeg aan de totstandkoming van de Ongevallenwet van 1921. ARCHIEF: E.B.F.F. Wittert van Hoogland in Nationaal Rijksarchief, Tweede Afdeling (Den Haag); Familiearchief Wittert van Hoogland in Centraal Bureau voor Genealogie (Den Haag). PUBLIKATIES: Politieke redevoeringen ('s-Gravenhage 1926); De parlementaire geschiedenis der sociale verzekering, 1890-1940, 2 delen (Haarlem 1940); Bijzonderheden uit het leven van mr. E.B.F.F. Wittert van Hoogland (Amsterdam 1941). LITERATUUR: M.D. Bogaarts, Het verbond 'St. Michaël' (doctoraalscriptie Nijmegen 1967, aanwezig in Nationaal Rijksarchief); P.L. Gerritse, Van arbeid en groei. Uit de geschiedenis van de Vereeniging van Raden van Arbeid (z.pl. 1940); J.A.A. Bervoets, 'De levensloop van E.B.F.F. Wittert van Hoogland' in: Verslag Rijksarchiefschool 1970-1971, 45-51; J.A.A. Bervoets in: BWN I, 662-663. PORTRET: E.B.F.F. Wittert, Nationaal Rijksarchief (Den Haag) Auteur: J.A.A. Bervoets Oorspronkelijk gepubliceerd in: BWSA 2 (1987), p. 185-187 |