IISG

Bijzondere werken belicht

De executie van de freule Van Dorth tot Holthuyzen in 1799, getekend door Reinier Vinkeles

Ton Geerts

Omstreeks 1806 schonk de uitgever Johannes Allart een prent van Reinier Vinkeles aan Willem Bilderdijk. Allart schreef onder de prent: 'De WelEd. Heer Bilderdyk. Van den uitgever. Om te dienen tot een Bewijs van het opvolgen der Rechten van den Mensch in 1799.' De geciteerde regels verwijzen naar de nogal lugubere voorstelling op de gravure, namelijk de executie van de orangiste J.M.C.J. van Dorth tot Holthuyzen op het Joodse kerkhof van Winterswijk op 22 november 1799.

Zowel het proces als de executie zijn uitvoerig beschreven in Cornelis van der Aa's 'Geschiedenis van den jongst-geëindigden oorlog, tot op het sluiten van den vrede te Amiëns. Bijzonder met betrekking tot de Bataafsche Republiek'. (Amsterdam, 1806). De Bataafse Republiek was in feite een voortzetting van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Nadat de Fransen en Nederlandse patriotten in december 1794 de Republiek waren binnengevallen en stadhouder Willem V naar Engeland was gevlucht, werd in 1795 de Bataafse Republiek uitgeroepen. Er kwam een gecentraliseerde staat naar Frans model. Op 16 mei 1795 werd met Frankrijk het Haags verdrag gesloten, waardoor de Bataafse Republiek een satellietstaat van Frankrijk werd en daardoor in oorlog met Engeland raakte.

De jonge Republiek kende in de eerste jaren veel problemen. Allereerst was de grondwet van 1 mei 1798 met veel moeite totstandgekomen. Voorts kende de Republiek ook militaire problemen. Zo viel een Engels-Russisch legermacht de kuststreek van Noord-Holland binnen, terwijl in de Achterhoek een klein legertje onder aanvoering van de zoon van de ex-stadhouder het land binnenviel. Deze orangistische troepen konden echter niet veel uithalen tegen de legermacht en bewapende schutterijen van de patriotten. Voor Oranje was op het politieke toneel geen rol meer weggelegd. In Parijs werd de overwinning gevierd als een louter Franse triomf. In de steden en provincies werden collaborateurs streng gestraft.

De freule Van Dorth tot Holthuyzen werd kort na de beëindigde strijd gearresteerd wegens verraad aan het vaderland. In het door Van der Aa weergegeven proces wordt duidelijk waarvan zij werd beschuldigd. 'Dat zij op Donderdag den 5 September l.l. des morgens al zeer vroeg van den Toren op den Huize Harreveld, een Oranjevlag heeft doen uitsteken en waaijen, [...]'. 'Dat dien zelfden dag van daar te rug, te Lichtenvoorde gekomen, en aan haar Gedetineerde is verhaald, dat eenen Fredericus Reesink dood gebleven was, zij Gedetineerde daarop gezegd heeft: "o! dat is 'er nog maar een capot, daar moeten 'er meer aan, het was maar een Patriot!" [...] 'Vervolgens een Burger, die "Vivat de Republiek" riep, gedreigd: met te zeggen: "Wagt manneke wij zullen U wel krijgen", [...]'. De rechtbank veroordeelde haar 'om anderen ten Exempel, met de Kogel gestraft te worden dat 'er de dood naa volgt.'

Na haar veroordeling werd zij op een kar geplaatst en naar de executieplaats gebracht, 'alwaar reeds een hoop Zands gelegd, een Kuil in de aarde gegraven, en een Doodkist in gereedheid was'. Wat volgde werd door Reinier Vinkeles treffend weergegeven en door Van der Aa dramatisch beschreven:

'Nu gingen de geweeren los: de Doorschotene hier en daar gekwetst, doch geene der capitaale Levensdeelen getroffen zijnde, stroomde het bloed wel uit de veele toegebragte wonden, maar levend bleef zij, en worstelde dus in het zand liggende, met de angsten en smerten des doods. Fluks liepen eenigen toe: beurden de Zieltogende op, en wierpen haar in de doodkist, zekerlijk vermoedende dat zij reeds dood was. Dan, dit bleek wel draa geheel andere te zijn: daar zij dus gekwetst en doorboord, de ééne hand nog naa den Hemel uitstrekte, even als beklaagde zij zich bij de Godheid, over de mishandeling haar aangedaan, en smeekende om een spoedig uiteinde!'

Dat spoedig uiteinde volgde na een tweede geweerschot, waarna zij op dezelfde kar waarmee zij naar het executieterrein was gereden, naar het familiegraf werd gebracht.

De gebeurtenissen moeten ook Bilderdijk hebben geschokt. Als orangistisch advocaat had hij in 1795 het land moeten ontvluchten nadat hij had geweigerd de eed op het nieuwe bewind, die de verworvenheden van de Franse revolutie had erkend, af te leggen. De ironie van Allart's commentaar was zeker niet aan dovemansoren gericht.

Ton Geerts, kunsthistoricus, was van 1994-1997 als projectmedewerker verbonden aan de KNAW.

top