Thema's belicht
Franz Wilhelm Junghuhn, 1809-1864: een korte biografie
Hans van der Kamp
In Duitsland, 1809-1834
Junghuhn wordt geboren op 26 oktober 1809 in Mansfeld. Dit kleine, meer dan 1000 jaar oude mijnwerkersstadje ligt op de oostelijke uitloper van het Harzgebergte. Junghuhns vader is dorpschirurgijn en barbier. Het geboortejaar van Junghuhn is lang een mysterie geweest. In de koloniale archieven is het 1812 en op zijn graf stond 1810. In 1908 wordt dit mysterie opgehelderd door G.P. Rouffaer 1). Van zijn vader moet Junghuhn medicijnen studeren, maar dit vak heeft zijn belangstelling niet. De gedwongen studiekeuze zal tot grote conflicten leiden. In september 1825 vertrekt Junghuhn naar Halle met de bedoeling zich in te laten schrijven aan de universiteit. Hij is te jong en wordt afgewezen. Op 24 april 1826 wordt hij voorlopig ingeschreven voor de medische studie, een definitieve inschrijving volgt op 1 juli 1827. Junghuhn houdt zich niet met de studie bezig maar verzamelt planten. Als zijn vader hier achter komt, zet deze zijn toelage stop en in 1829 keert Junghuhn terug in Mansfeld. Het conflict met zijn vader loopt hoog op en Junghuhn doet een mislukte poging tot zelfmoord. Door zijn moeder gesteund geeft zijn vader toestemming de medische studie in Berlijn voort te zetten. Hij staat daar ingeschreven van 1830 tot 1833. De studie is echter van korte duur. In 1831 wordt hij opgeroepen dienst te nemen als compagnieschirurg. In dezelfde periode is Junghuhn betrokken bij een duel, waarvoor hij veroordeeld wordt tot tien jaar gevangenisstraf. Op 1 januari 1832 wordt hij opgesloten in Ehrenbreitstein bij Koblenz. Hij weet op 13 september 1833 te ontsnappen en vlucht naar Frankrijk. Bij de Franse grens wordt hij voor de keuze gesteld: Terugkeren, of het vreemdelingenlegioen in. Hij kiest voor het laatste en wordt naar Algerije gezonden, voor korte duur overigens want op 31 juli 1834 vinden we hem in Parijs, waar blijkt dat zijn straf is kwijtgescholden. Hij keert terug naar Duitsland en vertrekt met de bioloog Ph. Wirtgen op een botanische excursie naar de Hunsrück. Deze excursie breekt hij af om naar Nederland te vertrekken.
In Nederland, 1834
Junghuhn wil als natuuronderzoeker werkzaam zijn in een tropisch land en neemt, om dat doel te bereiken, dienst in het Nederlandse leger. Op 24 december 1834 legt hij het examen voor Officier van gezondheid der derde klasse af, gevolgd door een aanstelling op 12 januari 1835. In juni 1835 vertrekt hij vanuit Harderwijk naar Indië. Op 13 oktober arriveert hij in Batavia.
Eerste Indische periode, 1835-1848
Ondanks het feit dat Junghuhn officier bij de medische dienst is, ontwikkelt hij zich tot één van de belangrijkste Indische natuuronderzoekers van de negentiende eeuw. Junghuhns chef en landgenoot dr. C.A. Fritze is geïnteresseerd in geologie. Junghuhn vergezeld hem op een inspectiereis naar Oost- en West-Java. Junghuhn publiceert de resultaten van deze reis in 1845 in Duitsland onder de titel Topografische und naturwissenschaftliche Reisen durch Java (AB E 4789). Fritze verzorgt het geologische gedeelte van deze uitgave. Van 10 juli 1838 tot en met oktober 1839 is Junghuhn tijdelijk werkzaam bij de Natuurkundige Commissie 2). In 1839 overlijdt Fritze, een groot verlies voor Junghuhn. Fritze wordt opgevolgd door dr. P.J. Godefroy. Deze roept Junghuhn terug naar Batavia om het examen Officier van gezondheid der tweede klasse af te leggen. In 1840 vraagt Junghuhn overplaatsing aan naar Sumatra. Hij heeft het geluk, samen met de nieuw aangestelde Gouvernements Commissaris voor Sumatra, P. Merkus, te reizen. Merkus geeft hem opdracht het onbekende binnenland van Sumatra te verkennen. In 1847 verschijnt het verslag van zijn expeditie in Duitsland onder de titel Die Battaländer auf Sumatra. In juni 1842 is hij terug in Batavia. Opnieuw reist hij naar Oost-Java. Door omstandigheden laat een vaste aanstelling bij de Natuurkundige Commissie, waarvoor hij tijdelijk van 1838-1839 werkte, lang op zich wachten. Maar op 5 mei 1845 is het dan zo ver. Van 1845 tot 1848 zet Junghuhn zijn onderzoekingen op Java voort. Op 27 augustus 1848 vertrekt hij met verlof naar Nederland.
In Nederland, 1848-1855
In Nederland werkt Junghuhn de resultaten van dertien jaar onderzoek uit en publiceert hij tussen 1850 en 1854 zijn belangrijkste werk, Java, deszelfs gedaante, bekleeding en inwendige structuur. De eerste druk verschijnt bij P.N. van Kampen te Amsterdam tussen 1850 en 1854; de tweede bij C.W. Mieling te den Haag tussen 1853 en 1854. Dit grote werk - 4 delen of 13 afleveringen - heeft een bewogen publicatiegeschiedenis. De drukker is niet berekend op zijn taak en een gedeelte van de publicatie wordt zelfs vernietigd. Junghuhn zelf spreekt van een "Grenzeloze verwarring". Waarschijnlijk als enige heeft de Bibliotheek KNAW dit werk in de vorm van de dertien losse afleveringen (AB E 4790), uitgegeven door P.N. van Kampen te Amsterdam. De door J.K. Hasskarl verzorgde Duitse vertaling kwam uit tussen 1852 en 1854, bij de Arnoldische Buchhandlung te Leipzig. Naast de genoemde wetenschappelijke werken schrijft Junghuhn ook zijn Licht en Schaduwbeelden. Een ander minder bekend werk is Het schaap onder de wolven. Beide geschriften worden in 1854 anoniem uitgegeven bij C. Hazenberg te Leiden. Is Licht- en Schaduwbeelden een protest tegen kerkelijke dogma's, zo is Het schaap onder de wolven een satirisch werk waarin hij de draak steekt met zijn collegae-wetenschappers. In opdracht van de Minister van Koloniën F. Pahud tekent Junghuhn in 1855 een kaart, schaal 1:350.000, van heel Java.
Op 23 januari 1850 trouwt Junghuhn met Louisa Koch te Leiden. Tijdens zijn verblijf in Nederland stijgt zijn roem en wordt hij benoemd tot lid van vele vooraanstaande wetenschappelijke genootschappen. Op 31 augustus 1853 krijgt hij de Nederlandse nationaliteit. Hij ontvangt vele onderscheidingen in Nederland, Duitsland en zelfs Rusland. Als Junghuhn in 1855 terugkeert naar Indië is hij een beroemd en gerespecteerd man.
Tweede Indische periode, 1855-1864
Op 27 juni 1855 wordt Junghuhn aangesteld als inspecteur voor het natuurkundig onderzoek op Java. Op 18 juli vertrekken hij en zijn vrouw met het schip de "Minister Pahud" naar Indië, waar zij op 7 december aankomen.
In de botanische tuin te Leiden worden kinaplanten 3) uit zaad opgekweekt. Junghuhn neemt een aantal van deze kwekelingen mee naar Indië. Op 6 juli 1857 wordt Junghuhn tijdelijk belast met het toezicht op de Gouvernements Kina-Cultures. Deze aanstelling wordt op 23 februari 1858 omgezet in een definitieve. Hij zal tot zijn dood in 1864 het beheer over de kina-tuinen voeren. Daarbij baseert Junghuhn zijn aanpak op de werken van Alexander von Humbolt en Bonpland. Alexander von Humbolt heeft de kina-boom van Zuid-Amerika uitvoerig omschreven, niet alleen qua uiterlijk maar ook ten aanzien van de hoogte waarop en de omgeving waarin het gewas voorkomt. Zo trof Von Humbolt de kina-boom in het oerbos aan. Junghuhns kennis van Java en de informatie uit de werken van Von Humbolt doen hem besluiten de planten over te brengen naar hoger gelegen bergterrein. Ook plant hij de kina niet in het open veld maar in bos, waaruit de ondergroei is verwijderd. Deze methode is niet succesvol, ondervindt veel kritiek en wordt na Junghuhns dood meteen verlaten.
In de ochtend van 24 april 1864 overlijdt Junghuhn aan een leverabces. Hij ligt begraven bij Lembang. Zijn grafmonument is ontworpen door vriend en huisarts dr. I. Groneman. Later neemt het gouvernement het onderhoud van het graf over en verricht diverse opknapbeurten. Het grafmonument is laatstelijk in 1993 gerestaureerd. Het Goethe-Instituut te Bandung heeft in een hoek van haar bibliotheek een permanente tentoonstelling van Junghuhns werken ingericht. In Nederland wordt aan Franz Wilhelm Junghuhn herinnerd door een straat naar hem te vernoemen in Rijswijk. Mansfeld heeft de steen, die bij de Junghuhn-herdenking in 1910 aan zijn geboortehuis is bevestigd bewaard en de straat waar dit huis stond omgedoopt in Junghuhn-Strasse.
Noten:
- Tijdschrift van het Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap, jg. 1908, p. 1409-1411
- De Natuurkundige Commissie (1816-1850) is opgericht ter bevordering van het natuurkundig onderzoek in Indië; de leden werden in Nederland benoemd.
- De oorspronkelijk uit Zuid-Amerika afkomstige kina-boom wordt voor het eerst in 1852 in Indië ingevoerd. Uit de bast wordt kinine gewonnen.