IISG

Collecties belicht

Kennis in afleveringen: inleiding

Frans van der Kolff

vitrine In 1999 organiseerde de Akademiebibliotheek de tentoonstelling Kennis in Afleveringen: een kleine geschiedenis van het wetenschappelijke tijdschrift. Kennis in Afleveringen belicht in vogelvlucht de geboorte, de ontwikkeling en de bloei van het wetenschappelijke tijdschrift, vanaf haar oorsprong in de zeventiende eeuw tot op heden.

Een kleine geschiedenis van het wetenschappelijke tijdschrift (pdf, 71 pp, 1,2 Mb)
Tijdlijn

Le Journal des scavans Philosophical transactions
Waarom een tentoonstelling over het wetenschappelijke tijdschrift? Daarvoor zijn verschillende aanleidingen. Op de eerste plaats beschikt de Akademiebibliotheek over een grote collectie wetenschappelijke tijdschriften, die sinds de oprichting van de Akademie in 1808 is verzameld. Een bijzonder kenmerk aan deze collectie is dat een aanzienlijk deel ervan niet door aankoop is verworven maar bijeengebracht via ruilovereenkomsten, afgesloten met zusteracademies en andere wetenschappelijke organisaties over de gehele wereld. In ruil voor publicaties van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen zonden andere organisaties hun uitgaven naar de Akademiebibliotheek. Deze combinatie van beschikbaarheid van ruilmateriaal èn een bibliotheek die het ruilen van publicaties actief ter hand heeft genomen, heeft ertoe geleid, dat de collectie veel materiaal bevat dat, althans binnen onze landsgrenzen, alleen bij de Akademiebibliotheek te vinden is.

Dr. Gaspard de Jong in gesprek met prof.dr. Joan Hemels

Dr. Gaspard de Jong in gesprek met prof.dr. Joan Hemels

Naast tijdschriften werd door de Akademiebibliotheek uiteraard ook ander materiaal als bijvoorbeeld boeken, rapporten en verslagen verzameld, aanvankelijk met het idee een universele verzameling van literatuur op alle gebieden van wetenschap bijeen te brengen. Al in de vorige eeuw werd duidelijk dat dat idee, of beter gezegd, dat ideaal van een universele collectie, niet haalbaar was. In de jaren twintig van deze eeuw moest de organisatie, door financiële nood daartoe gedwongen, keuzes maken. Het principe van het verzamelen van alle soorten documenten werd losgelaten.

Eén van de tentoonstellingsvitrines

Dit gebeurde ten gunste van de aanschaf van tijdschriften die in de toenmalige visie, méér dan andere documenttypen, het communicatiemedium vormden waarmee wetenschapsbeoefenaren op de hoogte konden blijven van nieuwe ontwikkelingen op hun terrein, waarmee zij collega's op de hoogte konden brengen van de resultaten van hun onderzoek en waarin zij met elkaar in debat konden gaan. Door het zwaartepunt bij het opbouwen van de collectie te leggen bij het verwerven van tijdschriften trachtte het Akademiebestuur en de bibliotheekleiding de wetenschappelijke waarde van de verzamelingen op een zo hoog mogelijk peil te houden. Deze, althans voor de Akademiebibliotheek toch wel historische beslissing, nu vijf en zeventig jaar geleden, is een tweede aanleiding voor het organiseren van Kennis in Afleveringen geweest.

Een derde aanleiding is te vinden in de titel van deze expositie. Kennis in Afleveringen is, letterlijk gezien, een steeds terugkerend kenmerk in de ontwikkelingsgeschiedenis van het wetenschappelijke tijdschrift. Gedurende deze hele periode is het tijdschrift te definiëren als drukwerk in boekvorm, waarvan bij doorgaans regelmatige tussenpozen afleveringen verschenen met bijdragen van verschillende schrijvers, hetzij op een bepaald gebied, hetzij over vraagstukken die zich over meerdere terreinen uitstrekken. Vanaf het ontstaan in het midden van de zeventiende eeuw uit een groeiende communicatiebehoefte, via een differentiatie naar vakgebieden vanaf de achttiende eeuw, de enorme groei in omvang van de literatuur, tot de steeds verder gaande specialisatie in en internationalisering van de wetenschap in onze twintigste eeuw is deze verschijningsvorm van het wetenschappelijke tijdschrift in zekere zin een constante.

Hoofd Edita Yola de Lusenet in gesprek met Peter Doorn, directeur DANS

Hoofd Edita Yola de Lusenet in gesprek met Peter Doorn, directeur DANS

Onder invloed van de ontwikkelingen die de communicatie- en informatietechnologie in onze tijd doormaakt is het voortbestaan van het tijdschrift, althans omschreven volgens de zojuist gegeven definitie, niet vanzelfsprekend meer. Aan de horizon doemen, geïnspireerd door nieuwe technische mogelijkheden, andere vormen op waarin behalve van drukwerk ook geen sprake meer is van afleveringen. Tekst-, geluids-, beeld- en databestanden zullen in de opinie van sommigen dan één elektronisch geheel vormen, dat zich steeds uitbreidt. En er zijn nog veel meer vormen mogelijk. Blijft de verspreiding van kennis, via het medium van het tijdschrift, in afleveringen plaatsvinden? Vorm, inhoud en distributie van het wetenschappelijke tijdschrift bevinden zich in een veranderingsproces dat zich op dit moment zo snel en in zoveel richtingen voltrekt, dat het vrijwel onmogelijk is om enige serieuze voorspelling te doen over de toekomstige ontwikkelingen. Ook het antwoord op de vraag in hoeverre de rol van de 'spelers' op het terrein van de wetenschappelijke communicatie: de wetenschapsbeoefenaren, de uitgevers en de bibliotheken, zal verschuiven of wijzigen ligt in de toekomst verborgen. Zullen wetenschapsbeoefenaren voor een deel buiten de commerciële uitgevers om hun werk bekend maken? Zullen uitgevers er in slagen hun producten qua kwaliteit, snelheid en prijs aantrekkelijk te houden? Blijven bibliotheken een rol spelen in de nieuwe infrastructuur die voor de verspreiding van wetenschappelijke kennis wordt geschapen? Alleen de tijd zal het ons kunnen leren.

top