Thema's belicht
Ontdekkingsreizen vroeger en nu
Frans van der Kolff
Vliegende eekhoorn, dodo, jaarvogel, kasuaris en andere dieren. Uit: Joan Nieuhofs gedenkwaerdige zee en lantreize door de voornaemste landschappen van West en Oostindien. Amsterdam, 1682.
Reizen met het vooropgezette doel onbekende gebieden te leren kennen werden, al door Feniciërs, Carthagers en Grieken ondernomen. Zij stichtten vanaf de negende eeuw v. Chr. handelsnederzettingen in het Middellandse-Zeegebied en bezeilden zelfs de Britse eilanden. In ruimere zin kunnen zij behalve als handelaren en veroveraars ook als ontdekkingsreizigers worden aangemerkt. Dat geldt eveneens voor de Macedonische koning Alexander de Grote (356-323 v. Chr.), die in een tijdsbestek van slechts twaalf jaar een gebied veroverde dat zich uitstrekte van Macedonië tot aan de rivier de Indus in het tegenwoordige Pakistan. Ook de Romeinen 'ontdekten' bij de uitbreiding van hun rijk grote delen van Europa en Noord-Afrika. Vanaf omstreeks 800 n. Chr. ondernamen de Vikingen hun grote tochten over zee, waarbij zij onder onder meer IJsland en Groenland ontdekten. Buiten Scandinavië werd echter vrijwel niets over deze tochten bekend. Wel veel aandacht kregen in het dertiende eeuwse West- en Zuid-Europa de reizen van de monnik Willem van Ruysbroeck (ca.1200-na 1256) naar Mongolië, en de tochten van Marco Polo (ca. 1254-1324) naar China.
De grote periode van de ontdekkingsreizen, waarin de Portugezen en Spanjaarden het voortouw namen, begon omstreeks 1400. In de loop van de vijftiende eeuw waagden de Portugezen zich steeds verder zuidwaarts langs de kust van Afrika; in 1456 werden de Kaapverdische Eilanden ontdekt, in 1482 werd de monding van de Congo bereikt, in 1488 Kaap de Goede Hoop omzeild. In 1492 ontdekte Columbus Amerika. In 1500 was het opnieuw een Portugees, Pedro Alvares Cabral (ca. 1467-1522) die Brazilië ontdekte. Een Spaanse expeditie onder leiding van de Portugees Fernao Magalhaes stak in de jaren 1519-1522 de Grote Oceaan over en volbracht daarmee als eerste een reis om de wereld.
De personele unie tussen Portugal en Spanje tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) maakte het de Nederlanders onmogelijk specerijen in Portugal te kopen. De Spaanse koning Filips II (1527-1598) 'dwong' daarmee de Nederlanders tot de Indiëvaart. Drijvende krachten daarbij waren ook de rijke kooplieden die tussen 1580 en 1590 voor de Spaanse troepen uit Antwerpen naar de Noordelijke Nederlanden vluchtten. Hoewel de drijfveer tot deze reizen vooral van handelspolitieke aard was, is het resultaat van het zoeken naar nieuwe routes ook vanuit geografisch oogpunt zeer belangwekkend te noemen.
Vanaf het midden van de zeventiende eeuw werd wetenschappelijk onderzoek op een meer systematische wijze dan voorheen aangepakt. In deze tijd werden ook de eerste astronomische observatoria opgericht, in Parijs en in Greenwich (bij London). Publicaties, niet alleen van reisverhalen maar ook van theoretische verhandelingen over zeevaartkunde en geografie, vonden hun weg naar de lezers, waardoor de kennis van de wereld werd verruimd.
In deze periode trad weliswaar de wetenschappelijke nieuwsgierigheid naar voren als een stimulans voor onderzoek van onbekende streken, maar nog steeds werden ontdekkingsreizen in hoofdzaak gekarakteriseerd door motieven als avontuur, handel, religie en de zucht tot verovering van nieuwe gebieden met al dan niet vermeende rijkdommen.
Reis-beschryving door de Zuid-Zee van Amédée-Francois Frézier. Amsterdam, 1718.
In de tweede helft van de achttiende eeuw werden belangrijke ontdekkingen gedaan die de ontwikkelingen die in de zeventiende eeuw begonnen, versterkten en voortzetten. Isaac Newtons gravitatietheorie en de ontwikkeling van chronometer en sextant gaven de aanzet tot vervolmaking van de astronomische navigatie. De uitvinding en verdere ontwikkeling van de stoommachine door Thomas Newcome en James Watt legde mede de basis voor de Industriële Revolutie.
Tijdens de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog hadden de meeste Europese landen andere zaken aan hun hoofd dan grote expeditiereizen en pas na 1815, toen de Napoleontische oorlogen ten einde waren, kwam de weg vrij voor het op grotere schaal hervatten van wetenschappelijke ontdekkingstochten. De aarde was immers nog lang niet uitputtend onderzocht. Van grote delen van kusten en eilanden moest de exacte ligging nog worden bepaald, de kaarten moesten veel nauwkeuriger worden opgenomen, de bevolking van die gebieden, de mineralogie, de geologie, plant- en dierkunde moesten systematisch worden bestudeerd. Een langere periode van vrede gaf de grote zeemachten van Europa en van Amerika de mogelijkheid een rol te spelen in de (wetenschappelijke) exploratie van de aarde. Zo kwam in de negentiendede eeuw weer een aantal belangrijke expeditites op gang, zoals die van Charles Darwin (1809-1882) naar de Galapagos Eilanden, die de basis zou vormen voor de evolutietheorie.
Afbeelding uit de Atlas Ichthyologique des Indes Orientales Neerlandaises van P. Bleeker (1862).
Zee en lantreijse ... naar en van Javas Oost Cust [Autograaf; verslag van de inspectietocht van gouverneur-generaal Gustaaf Willem van Imhoff naar de oostkust van Java van 24 maart tot 9 juni 1746].
In de negentiende eeuw vergrootten nieuwe technieken de reikwijdte van explorerende wetenschappers. De voordelen van stoomkracht bleken op de reis van het Britse korvet met stoomvermogen van 1200 pk HMS Challenger, dat vanaf 1872 in duizend dagen rondom de wereld voer. Onder bevel van kapitein-ter-zee George Nares waren er twintig officieren, tweehonderd man en zes wetenschappers van de Royal Society en de Universiteit van Edinburgh onder leiding van professor Wyville Thomson en Sir John Murray aan boord. Diepzeelodingen, meting van zeestromingen, het vissen op voorheen onbereikbare diepten, allemaal (beter) mogelijk dankzij stoomlieren, openden een wereld die tot dan toe net zo onbekend was als de Stille Oceaan voor de middeleeuwer in Europa. Door de stoommachine kon het korvet verder in Antarctica doordringen dan enig schip daarvoor, kon het de Straat Magalhaes relatief makkelijk bevaren en kwam het (ook niet onbelangrijk) zonder ongelukken weer thuis. De reis van HMS Challenger kan worden gekenmerkt als een van de eerste moderne onderzoeksreizen. Veel letterlijk grensverleggende tochten zouden volgen.
Deze reizen markeerden de overgang van de grote ontdekkingsreizen naar nog onbekende streken, naar expedities met een hoofdzakelijk wetenschappelijk karakter. Zowel in geografische als in natuur- en sociaalwetenschappelijke zin vulden deze expedities de laatste 'witte plekken' op de kaart gedurende de negentiende eeuw vrijwel volledig in. Een markante uitzondering hierbij was het ontoegankelijke Antarctica. Het Zuidpoolgebied zou pas in de twintigste eeuw uitgebreid worden geëxploreerd.
Met name na de Eerste Wereldoorlog groeide het besef van de voordelen van internationalisering. Verbeteringen in communicatie en transport vergrootten de mogelijkheden tot internationale samenwerking. De International Council of Scientific Unions en de Unesco (de United Nations Educational, Scientific and Cultural Organisation) fungeerden als - gedeeltelijke - financiers en als centra voor coördinatie en uitwisseling van wetenschappelijke informatie. Eén van de belangrijkste voorbeelden van internationale samenwerking was het International Geophysical Year. Tussen 1 juli 1957 en 31 december 1959 vond een systematische bestudering van de aarde en haar omgeving plaats, uitgevoerd door onderzoekers uit meer dan zeventig landen. Daarnaast moet het Zuidpoolverdrag worden genoemd. Door het 'uitstellen' van territoriale claims in Antarctica werd wetenschappelijk onderzoek in internationaal verband in dit gebied sterk bevorderd.
Verslagen van de reizen van James Cook (1728-1779). Van Cook kan worden gezegd dat hij, op vreedzame wijze, meer dan wie ook veranderingen op de wereldkaart van zijn tijd heeft aangebracht.
In onze tijd is de ontdekking van de aarde, althans in geografische zin, vrijwel voltooid. Ook in natuur- en sociaalwetenschappelijke zin is onze kennis enorm vergroot. Dat betekent echter niet, dat nu een eind is gekomen aan wetenschappelijke ontdekkingstochten. Tegenwoordig gaan expedities niet zozeer naar onbekende streken, maar trachten zij onbekende fenomenen op te helderen en samenhangen in systemen aan te tonen.
Geraadpleegde literatuur:
- The discoverers / D.J. Boorstin. - New York, 1983
- Reistogten om den aardkloot: de ontdekking van de wereld door kooplui en geleerden / Peter W. Klein, Tom. W.J. Pieters, Frans W. van der Kolff. - Amsterdam : Bibliotheek KNAW, 1995. - 72 p.
- Onbekende zeeën / E. Taillemite. - Houten, 1993. - 160 p. : ill.
- Ontmoetingen en misverstanden met Nederlanders op reis / G.J.D. Wildeman. In: De Boekerij, Jg.1, No. 1 (1996).