Bijzondere werken belicht
Valentijn's Oud en Nieuw Oost-Indiën
Frans van der Kolff
In 2002 werd in binnen- en buitenland herdacht dat 400 jaar geleden de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) werd opgericht. Uitgeverij Van Wijnen in Franeker bracht een facsimilé-heruitgave uit van François Valentijn's 'Oud en nieuw Oost-Indiën, vervattende een naaukeurige en uitvoerige verhandelinge van Nederlands mogentheyd in die gewesten' uit 1724-1726. In dit artikel wordt aandacht besteed aan deze bijzondere 'encyclopedie van het Nederlandse koloniale rijk in het Verre Oosten', dat gedurende lange tijd als de meest uitgebreide en gezaghebbende bron op dit gebied werd beschouwd.
In de zeventiende en achttiende eeuw worden veel verslagen gepubliceerd van reizen, niet alleen geïnitieerd door de handelscompagnieën maar ook door particulieren, die verslag doen van de eigen ervaringen en indrukken die zij tijdens hun reizen hebben opgedaan. Deze reizen worden op eigen initiatief ondernomen of uitgevoerd in opdracht van rijke particulieren die een speciale interesse hebben, bijvoorbeeld voor de flora en fauna of voor de politieke situatie in een gebied. Een aantal van deze verslagen is afkomstig van predikanten die naar Oost-Indië beroepen werden, meestal in opdracht van de VOC. Een voorbeeld hiervan is het werk van François Valentijn (1666-1727). Valentijn doet niet alleen verslag van zijn eigen reiservaringen, maar verzamelt ook materiaal van anderen in een monumentaal naslagwerk.
François Valentijn werd op 17 april 1666 in Dordrecht geboren. Zijn vader was conrector van de Latijnse School. Valentijn studeerde theologie en filosofie aan de Universiteiten van Leiden en Utrecht en reisde in 1685 naar Nederlands-Indië waar hij op Oost-Java, maar vooral op Ambon, werkte als predikant en bijbelvertaler. Valentijn keerde in 1694 terug naar Nederland. Tien jaar later vertrok hij opnieuw naar Indië. Na een zware reis kwam hij op Java aan, verbleef opnieuw op Ambon, kreeg ruzie met gouverneur-generaal Van Riebeeck, en werd tenslotte naar Ternate gezonden, wat hij weigerde omdat hij altijd zeeziek was en slecht bestand was tegen de zeereizen naar de omliggende eilanden.
Valentijn verzamelde tijdens zijn verblijf in Nederlands-Indië een enorme verzameling gegevens - hoofdzakelijk gebaseerd op schriftelijke en mondelinge bronnen maar ook op eigen waarneming - over de gebieden in het Verre Oosten waar de Verenigde Oostindische Compagnie invloed had verworven.
Na zijn definitieve terugkeer in Nederland in 1714 werkte hij zijn gegevens uit tot een zeer omvangrijk encyclopedisch werk: Oud en nieuw Oost-Indiën, vervattende een naaukeurige en uitvoerige verhandelinge van Nederlands mogentheyd in die gewesten (1724-1726). Valentijn heeft het hele werk, inclusief de drukproeven nog zelf kunnen nazien. Hij overleed acht maanden na de publicatie van zijn monumentale werk, op 6 augustus 1727.
Valentijn beschreef uitvoerig de geschiedenis van de vestiging en uitbreiding van het Nederlandse gezag in de Indonesische archipel. Dankzij zijn nauwgezette plaatsbeschrijvingen, zoals van Ambon en Batavia, is veel informatie bewaard gebleven die anders waarschijnlijk niet zou zijn overgeleverd. Niet minder belangrijk zijn de talrijke afbeeldingen, portretten, kaarten en plattegronden. Met name de politieke verwikkelingen, oorlogen en handelscontracten werden door Valentijn beschreven met een volledigheid die pas in de negentiende eeuw werd overtroffen door schrijvers die meer en betere toegang hadden tot archiefstukken. François Valentijn mag dus met recht onze oudste koloniale geschiedschrijver heten.
Oud en nieuw Oost-Indiën gold gedurende meer dan een eeuw als een standaardwerk. Daarna werd er veel kritischer naar gekeken, onder meer vanwege de onevenwichtige structuur en de wisselende kwaliteit van de gebruikte bronnen.
Toch zijn veel onderzoekers en geïnteresseerden in de Nederlandse koloniale geschiedenis blij met de facsimilé-heruitgave door Uitgeverij Van Wijnen in Franeker van 'Valentijn'. We citeren de Leidse VOC-historicus dr. F.S. Gaastra: "Het is de eerste encyclopedie van Azië. Vóór die tijd is er geen boek verschenen dat zich hiermee kan meten, en daarna heeft het nog een hele tijd geduurd eer Azië zo uitgebreid werd beschreven. 'Valentijn' balt alle inzichten die er aan het begin van de achttiende eeuw over de VOC en Azië waren samen. Dit is een caleidoscoop van historische, aardrijkskundige en volkenkundige kennis - aangevuld met biografische informatie over de Nederlandse gouverneurs in Indië."
Met behulp van een aantal citaten en afbeeldingen uit het werk willen wij u een - gezien de beperkte ruimte uiteraard onvolledige - indruk geven van zowel Valentijns werk als van zijn gedetailleerde en vaak ook niet van humor gespeende aanpak.
'Een nieuwe wereld, bevorens noit zo gekent'
Het begin van François Valentijns Beschryving der Moluccos in deel 1 geeft in kort bestek een beeld van de problemen die Valentijn tegenkwam bij het vervaardigen van zijn werk, van zijn beschrijving van de Molukken in het bijzonder en van 'des Schryvers voornemen om dit naar vermogen te doen'.
"Daar zyn 'er veel, die van de Moluccos, en hunne Koningen geschreven hebben, maar tot nog toe zyn ons geen schryvers, die ons een net ontwerp daar af gegeven hebben, voorgekomen.
Of wy de vorige schryvers, in opzigt van ons berigt over deze vorsten en landen verbeteren, en of wy wat meer licht, dan tot nog toe andere gedaan hebben, aan luiden van opmerking geven zullen, laten wy aan 't oordeel van den bescheiden Lezer geheel en al over.
Wy zyn van voornemen dit op een wyze, die ons tot nog toe van niemant zo voorgekomen is, en zo net, als dit ons mogelyk zyn zal, te doen; terwijl wy de wereld der geleerden konnen verzekeren, dat wy haar in een nieuwe wereld, die zy bevorens noit zo gekent heeft, zullen brengen.
Indien wy dat egter zo net niet doen, als wy wel wenschten, men moet dit geenzins aan onzen yver, als waare die te laauw geweest, toeschryven, nog geenzins op eenig gebrek van onzen lust, om alles na te speuren, schuiven; maar alleen vast stellen, dat het ons aan genoegzame gelegeneit, om alles van naby, en zo als wy 't wel wenschten, te ontdekken, ontbroken heeft, 't geen zekerlyk ook de reden geweest zal zyn, dat ons ook anderen, anderzins zeer prysselyke schryvers, daar van in hunnen tydt ook al niet meer opgegeven hebben."
Valentijn vervolgt met een klacht over het ontbreken van goede kaarten: "Indien ik een nette kaart van alles, wat tot de Moluccos behoort, met een nette onderscheiding van 't gene tot het ryk van yder Moluks vorst in 't byzonder behoort, hadt kunnen bekomen, het zou my zeer aangenaam, en den Lezer zekerlyk een groot vermaak geweest zyn; dog alzo ik die noit gezien, en veel min die oit, het zy in Indiën, 't zy hier te lande, heb kunnen meester worden, hoe veel moeite ik daar toe ook aangewend heb; zullen wy ons egter met eenige stukken en brokken daar van, die ons nogtans al een redelyke bevatting van den staat en de gelegenheit der Moluccos geven zullen, moeten behelpen, ten tyde toe, dat ons eens netter Kaart aan de handt komen zal."
De 'Beschryving van Amboina'
Deel 2 bestaat uit een Beschryving van Amboina (Ambon). In vier boeken toont Valentijn de beste kaarten die hij van 'de Landvoogdy van Amboina met de elf onderhoorige Eylanden' heeft kunnen vinden en geeft hij behalve een plaatsbeschrijving een uitvoerige beschrijving van de geschiedenis, de bevolking en de flora en fauna van de eilanden.
In de beschrijving van de stad Ambon worden enkele bijzondere gebouwen besproken. Hieronder François Valentijns beschrijving van de markt:
"De passar, of Markt, die zich bewesten het Casteel, omtrent het strand vertoont, is een schoon gebouw. Het rust in de lengte op 19, en in de breedte op 6 steilen, is 139 voeten lang, alzo ider styl 10 voeten van malkanderen staat, 60 breed: Het dak 30 voeten hoog, met pannen gedekt is, en men kan 'er van alle kanten inkomen. Het is van binnen ordentelyk gevloert, welke vloer gestadig door de Passarmeester, of Opziender van de markt, die 'er omtrent woond, schoon gehouden word. Zy is van binnen van een moye hooge verdieping, en zeer lucht.
De Amboineesche, en andre Vrouwlieden, komen daar dagelyks hare hoenderen, groente, vrugten, en ook de visschers aan de eene kant hun visch, verkoopen, en hoe groot ook de zelve is, zoo loopt zy dagelyks vol, en grimmelt van allerley menschen. Het geeft een schoon sieraad aan de Stad, en is in 't beste deel des zelfs, met een schoon uytzicht op de Reede, geleegen, zo dat ik kan zeggen, noit zoo fraejen markt, zo wel gelegen en zoo ruym, na evenmatigheid van de marktlieden, gezien te hebben."
Valentijn was niet vies van een sappig verhaal. Hij vervolgt zijn stadsbeschrijving met het volgende relaas over een 'seldsaam geval van een misdadiger, drie maal op een voormiddag gehangen':
"Het oud Hospitaal of Siekenhuis, dat aan 't eynde van de Borgerstraat, digt by de rivier Way Tomo staat, is mede een fraey steene gebouw, dat 90 voeten breed, en 24 voeten, behalven het dak, hoog is. Het plagt bevoorens tot een Siekenhuis te dienen, waar toe het een schoone gelegenheid was; maar zedert 'er een schoon nieuw Hospitaal gemaakt is, zo dient het benedendeel nu tot een woonhuys voor den Chirurgyn, en 't bovendeel tot de Raadkamer van Justitie, van den Landraad, de Weeskamer, en van de Commissarissen der Huwelyks-zaaken. Het is ook zeer bequaam voor de Rechters, om uyt die bovenvensters te leggen, wanneer 'er imand gerecht zal werden, alzo daar een steene schavot met een hegte galg, en gerichtspalen 'er tegen over aan de andre zyde van de weg staan: ik zegde een hegte galg, om dat ik aan de voorige een deugniet heb zien ophangen, die zeer gevallig driemaal gehangen wierd.
De beul met hem na die galg, die zeer zwak en van hout was, geklommen zynde, storte met de misdadiger, zoals hy hem van de ladder stiet, met galg en al, van boven neder, dat wel eenig ongemak zou hebben konnen geven, zo de troep soldaten, die by zulk een geval altyd rontom het schavot in een kring geposteert is, zig niet wel gesloten had. De Scherprechter, die een wakker keerel, en niet verlegen was, maakte den misdadige, op ordre van den Fiscaal, ten eerste los, bracht hem weer op 't schavot, en hing hem aan een van de paalen daar ontrent; dog door 't breken van de lyn, quam hy ten tweedemaal beneden. Hy meende daar mede vry te zyn, en de borst wist niet, hoe hy 't nu hebben zou; dog, in gevolge van zyn vonnis, moest hy hangen, tot 'er de dood na volgde, waar op dan de beul hem de derde maal zo wel en zeker ophing, dat hy een inwooner van de lucht bleef."
De verschillende functies die het gebouw in de loop van de tijd had vormden de inspiratie tot het volgende gedicht, dat Valentijn zonder verder commentaar in zijn beschrijving heeft opgenomen:
"Als Ambon's land's-bestier Heer Vlaming toevertrouwt
En aanbevoolen wierd, zo ben ik eerst gebouwt,
Gelyk ook, in de tyd van Heer de Vicq's beleyd,
Ik zeer verbeterd ben, en groot'lyks uytgebreyd.
Maar die my heeft voltoyd, en alles bygezet,
Is Ambon's Gouverneur, Heer Balthazar Cojett."
Valentijn toont veel belangstelling en vaak verwondering voor het uiterlijk, de zeden en de gewoonten van de Ambonezen. Hij toont zich in zijn uitlatingen duidelijk een kind van zijn tijd. Enkele treffende citaten:
'Gedagten wegens Tovery'
"Zoo ras hunne kinderen maar iets scheelt, zyn ze betoovert, en schoon zy, als wy 'er ontrent zyn, dat niet zeggen durven, zoo legt dit nogtans in de grond zoo by hen, zelfs in de beste."
"Onder deze Inlanders [op Ambon] vint men ook een zoort van menschen, die men Kakkerlakken noemt. Zy zyn byna zo blank als een Hollander, hoewel het een en ander afschuwelyk vaal, of doodbleekagtig blank op zig zelven is; voor al als men hen van naby siet. Zy hebben zeer geel, en als gezengt hair; veel groote sproeten op de handen, en in het aansicht, en zyn schubbig, ruw en rimpelig van vel, by dag stiksiende,ja byna half blind ...", aldus Valentijns meedogenloze beschrijving van albino's.
'Aard der Amboineesen'
Net zo meedogenloos is Valentijns kijk op de volksaard van de inwoners van Ambon: "Wat nu den Aart der Amboineesen betreft, zy zyn luy, en traag, en de vrouwen moeten onder hen by na alles doen, latende zig van de zelve als Heeren dienen. [...] Men geeft aan 't land de schult, dat 'er niet veel valt; maar de reden is, dat het niet wel gebruikt, en bebouwt word; en de inlander te vadsig is is, om 't zyne daar toe te doen."
Om zijn gelijk te bewijzen, legde Valentijn in de tuin achter zijn huis op Ambon een wijngaard aan, die inderdaad overvloedig vrucht droeg. Hij beschrijft zijn succesvolle aanplant, eindigend met de stelling, "Indien nu de Amboineesen, of andre, het daar op aan leiden om de Druif voort te zetten, wat zou 'er in de weg zyn dat men hier niet overvloed van schoonen wyn zou hebben, dat hen zekerlyk grote winsten geven zou."
De tropische flora
"Wat voor Chineesche Radys men hier heeft, kan men ten naasten by aan deze zien, die wy op No. CXXII vertoonen. Door de bank zyn zy van grootte als een komkommer, of Piessang-Vrugt, en byzonder goed en scherp van smaak, leverende, met een Hoen gekookt, een lekkere schootel eten uit [...].
De Boenga-Boelan, of de Maanbloem, een fraay Slinger-Gewasch, vertoonen wy op No. CXXIII. Zy geeft aan een byzondere steel een fraaye klokagtige Bloem, en aan yder der byzondere ranken maar een blad, en dat wel zoo, dat de steel, waar aan de bloem komt, zich gemeenelyk midden in, tusschen de twee andere steelen, waaraan de bladeren zyn, vertoond.
Men heeft hier ook een Gewasch de Bangaysche Castanie, waar van wy een afteekening op No. CXXIV geven.
De Ramboetan, en hare Vrugt, de Caffers-Vrugt genaamd, valt zeer gemeen op Batavia, en is hier al mede van daar gebragt. wy vertoonen die op No. CXXV [...]."
Het 'Boeroneesch Zeewyf'
François Valentijn leeft in een tijd waarin de wetenschap zich kritischer begon op te stellen tegenover de fabeldieren en andere wonderen der natuur uit reisbeschrijvingen. Toch liet ook Valentijn zich wel eens misleiden door ogenschijnlijk betrouwbaar ogende verslagen van waarnemingen, zoals in zijn Verhandeling der Waterdieren in deel 3 van Oud en nieuw Oost-Indiën. Daarin doet Valentijn verslag 'van de WaterDieren, en wat zich in Zee al opdoet'. Hij deelt de verhandeling op merkwaardige wijze in. Hij onderscheidt 'Zeemenschen, Gemeene [= gewone] Visschen, Ongemeene Visschen, Zeehoorenkens en Schelpen en Zeeboomen, Zeebloemen en 't geene daar verder toe behoord'.
Valentijn geeft een uitvoerige verhandeling van de 'Zee-Menschen' en voegt in zijn boek zelfs een afbeelding toe, al geeft hij wel aan op gezag van anderen te moeten spreken omdat hij het 'Boeroneesch Zeewyf' niet zelf heeft waargenomen. We vervolgen met de oorspronkelijke tekst van het relaas: "Een van de verwonderensweerdigste zaken, hier in Amboina vallende, zyn de Zee-Menschen, ofwel de Meirmannen, en Meirminnen, zoo die in 't gemein genaamd werden. [...] Het is een zekere zaak, en die men weerdig gekeurd heeft in het Dag-Register van de E: Maatschappy aan te teekenen, die alhier Ao. 1653 voorgevallen, en die van den Luitenant Frans Male (van andre ook wel Frans Smallen genaamd) terwyl hy met zyn volk op een togt gegaan was, om den vyand afbreuk te doen, gezien is.
Deze Luitenant nu, niet verre van Assahoedi, in de Bogt van Hennetelo op Hoewamobel zynde, heeft by klaaren dag, nevens alle het Volk, dat hy by zich had, twee Zee-Menschen, de eene wat grooter, als de andre, nevens malkanderen swemmende gezien, waarom hy en de zynen de zelve voor een Zee-Man, en een Zee-Wyf, of voor een Zeepaar gehouden hebben.
Ten bewyze nu; dat hy die klaar en wel onderscheiden gezien heeft, getuigd hy verder dit navolgende: Dat het hair van hare hoofden pas over de nek slingerde, en dat het tusschen den groenen en gryzen van verwe was, hoedanigen glans van hair, of Zeewier, (dat hy niet wel onderscheiden kon) hy ook op der zelver borsten vernam. Zy waren verder van handen, armen, bovenlyf en leden, even eens als een ander mensch; dog 't onderdeel liep, na oogenschyn, onder spits af. Deze zyn zes weken daar na wederom op de zelve plaats van hem, en meer als vyftig getuigen, by klaaren dag gezien.
Indien een verhaal ter wereld geloof verdiend, zoo is het dit, daar geen een, maar twee Zee-Menschen, op een en de zelven tyd, van zoo veel ooggetuigen,zoo onderscheiden, en zoo lang daar na nog eens van een en die zelve Lieden gezien werden, en die daar van, zonder daar by in het minste belang te hebben, alleen een eenvoudige en oprechte getuigenis na waarheid geven.
Wil de styfkoppige Wereld dit niet gelooven, daar legt weinig aangelegen, alzoo weinig, als of zy ook niet gelooven wilder, dat 'er een Romen, Constantinopel, Alcairo, of diergelyken Steden, in de Wereld zyn, alleen maar daarom, om dat zy die niet gezien hebben, hoewel die daarom niet nalten 'er te zyn. En daarom bekreunen wy ons aan zulke Lieden zeer weinig, latende dezelve hun gevoelen vry, terwyl wy ook die zelve vryheid aan ons zelven behouden."
François Valentijn heeft in zijn Oud en Nieuw Oost-Indiën niet alleen feiten vermeld die hem welgevallig waren. Zijn boek behandelt de activiteiten van de Nederlanders op Java, Sumatra, de Molukken, Banda, Timor, Celebes en Bali, maar ook in China, Cambodja en Siam, India, Ceylon, Perzië en elders. In een tijd dat de VOC nog alles geheim hield, geeft Valentijn alle verhalen en verslagen door die hem ter ore zijn gekomen of die hij gelezen heeft. Dat alles maakt Oud en Nieuw Oost-Indiën voor lange tijd tot het meest omvangrijke en gezaghebbende boek over het Nederlandse koloniale rijk in het Verre Oosten.
Noot:
In de citaten in dit artikel zijn interpunctie en cursivering van Valentijn ongewijzigd overgenomen.
Bronnen:
Reistogten om den Aardkloot: De ontdekking van de wereld door kooplui en geleerden / Peter W. Klein, Tom W.J. Pieters en Frans W. van der Kolff. - Amsterdam: Bibliotheek KNAW, 1995
De Nederlandse en Vlaamse auteurs / G.J. van Bork & P.J. Verkruijsse (red.). - Amsterdam : De Haan, 1985
'Oud en Nieuw Oostindien': VOC-bijbel na drie eeuwen weer uitgebracht / Harko Hielkema. - In: Trouw, 16 januari 2002
Biographisch woordenboek der Nederlanden / A.J. van der Aa. - Haarlem, 1876. - dl. 11
Asia in the eyes of Europe: Sixteenth through Eighteenth centuries / Donald F. Lach. - Chicago, 1991. - 45 p.
Goed gezien: tien eeuwen wetenschap in handschrift en druk. V, De dierenwereld / P.F.J. Obbema en L.B.Holthuis. - 2001 http://bc.leidenuniv.nl/goedgezien/default.htm
Heel veel internet links naar websites over de Verenigde Oostindische Compagnie vindt u op http://www.londoh.com/voc_links.htm
Zie ook: Oprichting, organisatie en ondergang van de VOC - Gerrit Knaap