Behoud van collecties
Vermissingen en misverstanden
Frans van der Kolff
Diefstal
Een van de niet denkbeeldige gevaren die bibliotheken met waardevolle historische collecties bedreigen is diefstal. Krantenkoppen, zoals enkele jaren geleden in de Nederlandse dagbladen verschenen, als "Voor miljoenen guldens aan zeldzame boeken ontvreemd" en "Meestervervalser licht bibliotheken op" illustreren het verhaal van een man die met slimme dieventrucs en knappe vervalsingen poogde een oudedagsreserve op te bouwen. Minstens twaalf bibliotheken zijn daarvan het slachtoffer geworden... Gelukkig is de Akademiebibliotheek tot op heden verschoond gebleven van diefstal, althans van een dergelijke omvang.
Laconiek
Desondanks is de Akademiebibliotheek in het verleden toch niet altijd even voorzichtig met haar historische bezit omgegaan. Daarvan getuigt bijvoorbeeld het citaat uit de Algemeene konst- en Letterbode 1) van vrijdag 27 mei 1853 waarin de toenmalige secretaris van de Akademie, professor Willem Vrolik, op nogal laconieke wijze een verzoek doet tot terugzending van uit de bibliotheek geleende of vermiste werken.
Het zou interessant zijn om te weten wat de respons op deze oproep is geweest. Zeker is dat een aantal werken (gelukkig) is geretourneerd, omdat zij zich nu nog in de collectie bevinden.
Consternatie rond een misverstand
In oktober 1936 ontstond grote consternatie in de Bibliotheek, toen de door professor Duyvendak te leen gevraagde kostbare Atlas van Blaeu zoek bleek te zijn. De Groote atlas, oft wereltbeschryving, in welcke 't aard-ryck, de zee, en hemel wordt vertoont en beschreven, gepubliceerd in 15 delen te Amsterdam in 1663, wordt in de bibliotheekcatalogus omschreven als een keurig exemplaar, met land-, zee-, hemel- en wapenkaarten, afbeeldingen van instrumenten, enz., versierd met goud en kleuren, in perkamenten banden, verguld op snede. Het gealarmeerde Akademiebestuur verzoekt de bibliothecaris met spoed de zaak te onderzoeken. De heer Oostendorp, bibliotheekbediende, die de heer Duyvendak te woord staat, is reeds 33 jaar bij de Akademie in dienst, maar kan zich niet herinneren de vijftien grote delen ooit gezien te hebben. Wel weet Oostendorp, dat er jaren eerder naar de atlas is gezocht, maar het resultaat van deze zoekactie is hem onbekend. De bibliothecaris, de heer Spanier, stelt zijn door het Akademiebestuur verordonneerde onderzoek in en komt op 24 oktober 1936 tot de conclusie dat de hele zaak op een misverstand berust: "Een ingesteld onderzoek heeft uitgewezen, dat de vijftien deelen van Blaeu op 5 december 1860 door jonkheer J.P. Six ter bewaring in de Boekerij der Akademie werden gedeponeerd (waarvan bewijsstuk in het archief aanwezig) 2). Het werk is in den catalogus der Akademie (1868) opgenomen, onder vermelding (in potlood) van de herkomst. In het jaar 1928 werd de geheele collectie door de firma Fred. Muller te Amsterdam geveild. Genoemde firma heeft mij dit telefonisch bevestigd, zonder evenwel, uit een zakelijk oogpunt, den naam van den kooper te willen noemen", zo berichtte een (ongetwijfeld opgeluchte) bibliothecaris aan zijn bestuur 3).
Het vermelden van Blaeu's atlas in de gedrukte catalogus - terwijl slechts in één exemplaar werd aangetekend dat het een in bewaarstelling betreft - heeft nog tot in de jaren zeventig tot misverstanden bij gebruikers en medewerkers van de Akademieibliotheek geleid. Voorvallen uit de geschiedenis van de bibliotheek, zoals hier geschetst, onderstrepen nog eens het nut en de noodzaak van registratie en beveiliging van waardevolle collecties.
Noten
- Algemeene Konst- en Letterbode, 1853, no. 21, p.322-323
- Afschrift van de verklaring van prof. dr. W. Vrolik, algemeen secretaris van de Koninklijke Akademie van Wetenschappen, inzake het in bewaring geven aan de Bibliotheek van Blaeu's Aardrijkskundigen Atlas door jhr. J.P. Six, 5 december 1860 (Aanwezig in het Akademiearchief, ondergebracht in het Rijksarchief in Noord-Holland te Haarlem)
- Afschrift van het Rapport in zake het niet in de Bibliotheek der Akademie aanwezig zijn van: J. Blaeu. Groote Atlas ... (etc.), 24 oktober 1936. (Aanwezig in het Akademie-archief, ondergebracht in het Rijksarchief in Noord-Holland te Haarlem)