IISH

Een lepel na 25 jaar trouwe dienst

Rond 2007 dook in het Lipper dorp Hagendonop een lepel op met op de achterkant van de bak de volgende tekst gegraveerd: "Brandmeester F. Schweppe op zijn 25jarige trouwe dienst bij P.W. Tichelaar Jz" en op de steel "1891".

Achterzijde en detail achterzijde van de zilveren lepel (Collectie Ziegeleimuseum Lage Nr. WIM2012/592)

Sinds deze site in 2011 in de lucht ging kwamen vele vragen los over de levens van individuele steenbakkers. Geen wonder dat de vinders van de lepel via de plaatselijke predikant in ruste, Friedrich Wehmeier, hierbij uitkwamen om nadere inlichtingen over deze F. Schweppe.

Uit de reconstructie van de levens en beroepscarrière van 921steenbakkers, blijkt dat de Lipper steenbakkers weliswaar veelvuldig van ploeg wisselden, maar dat de meesten, eenmaal brandmeester (hoofd van een ploeg) geworden, de rest van hun carrière op een en dezelfde fabriek bleven werken of hoogstens nog een of twee keer van fabrikant wisselden. Deze trouw van brandmeesters aan een fabriek is vooral bekend uit de provincie Groningen, mede dank zij de Reiseberichte (Hollandgang - pdf 1 en Hollandgang - pdf 2, met name Anhang 3 voor steenfabrieken in Groningen met eigenaars en brandmeesters) en deze lepel is daarvan het tastbare bewijs.

Op het adres waar de lepel opdook, Donop 72, had vroeger, zo was aan de vinders bekend, ene Friedrich Christoph Carl Schweppe gewoond. Inmiddels is bekend dat hij geboren is op 16 augustus 1839 als zoon van Heinrich, Hagendonop 23 en van Caroline Rieke uit Stumpenhagen. Hij legde belijdenis af op 5 juni 1854 en trouwde op 22 februari 1869 in Donop met Wilhelmine Sophie Henriette Bracht.

Zoals zoveel Lipper ging hij spoedig na zijn belijdenis stenen bakken. Voor het seizoen 1854 was hij te laat maar vanaf 1855 tot 1891 komen we hem in de bronnen tegen in de provincie Groningen, de eerste jaren als eenvoudige ploeglid, maar van 1858 tot 1865 al als vormer (2e man) en vanaf 1866 als brandmeester, d.w.z. als leider van de ploeg. Hij is dan nog geen 27 en dat is heel vroeg in vergelijking met de meeste collega’s. In het voorjaar van 1867 verkaste hij naar de steenbakkerij van Tichelaar en hij is er in ieder geval tot het seizoen 1891 gebleven. Dat betekent waarschijnlijk tot aan het einde van zijn carrière want hij was toen al 52 jaar.

De fabriek, genaamd de “Enselens” en gelegen in de buurtschap Garrelsweer in de gemeente Loppersum dateerde uit het eind van de zeventiende eeuw. In 1735 kwam zij in het bezit van de familie Tichelaar en dat zou zo blijven tot 1900. In 1969, dus na bijna drie eeuwen in bedrijf te zijn geweest, sloot zij haar poorten.

Friedrich Christoph Carl Schweppe heeft daar steeds onder een en dezelfde fabrikant gewerkt, Pieter Willems Tichelaar, geboren als zoon van Jacob Pieters Tichelaar (vandaar “Jz.” op de lepel) op 16 april 1816 in Loppersum en aldaar gestorven op 10 november 1893). Evenals zijn voorvaderen was hij grootgrondbezitter en in 1860 erfde hij de fabriek van zijn vader. Het was een voor Groningen gemiddeld bedrijf met hooguit 20 arbeiders. Fabrikanten als Tichelaar bemoeiden zich overigens niet met de dagelijkse gang van zaken. Die lieten zij volledig aan de brandmeester over. Zelf hadden zij het veel te druk met belangrijker zaken. Tichelaar was o.m. burgemeester van Loppersum van 1852 tot 1890, lid van de Provinciale Staten van Groningen en president van de Ommelander Kas. In deze laatste functie is hij afgebeeld op een foto uit 1872. Zijn huis uit die tijd bestaat nog steeds.

Het bestuur van de Ommelander Kas in 1872, met in het midden de voorzitter P.W. Tichelaar, geheel rechts zit H.W. Wierda uit Winsum, ook een steenfabrikant met Lipper in dienst (Collectie RHC Groninger Archieven 1785-16132).

Tjassensheerd in Garrelsweer (Loppersum), de woning van P.W. Tichelaar. Het nieuwe voorhuis werd in 1874 voor de oudere boerderij gezet. Links resten van de steenfabriek, zoals in 2012 nog aanwezig (Collectie Historische Kring Garrelsweer).

Wat voor een man Friedrich Christoph Carl Schweppe was, is achteraf moeilijk vast te stellen. Uit een verslag van Sauerländer uit 1885 komt hij naar voren als "ein prächtiger, christlich gesinnter, überaus gefälliger Mensch" en over zijn werkgever lezen wij: "Das Mittagessen wurde danach auch mir wie meinen Vorgängern in feiner, liebenswürdiger Weise von seinem Ziegelherrn, dem mit Recht in den Berichten der Reiseprediger viel genannten Herrn Bürgermeister Tichelaar, geboten und dankbar angenommen. Dieser macht den Eindruck eines Holländers von altem, gutem Schrot und Korn, denn Gottesfurcht und Gewissenhaftigkeit verliehen ihm ein Achtung gebietendes, charaktervolles Gepräge." (zie Gladen u.a. 2007 II, 862).

We weten verder dat ook een jongere en een oudere broer van hem in Groningen steenbakker waren en ook de jongere werd al op jonge leeftijd brandmeester. Misschien dat de drie broers er voordeel van hadden dat hun vader Heinrich Schweppe uit Hagendonop ook steenbakker en sinds 1854 brandmeester was geweest, steeds in de provincie Groningen voor zover wij kunnen nagaan. In de seizoenen 1852 en 1855 werkte Heinrich Friedrich Christoph, en in 1856-1859 en 1863-1865 Friedrich Christoph Carl onder Heinrich. In 1866-1869 werkte Heinrich August onder zijn broer Friedrich. De werkrelaties tussen de Schweppes waren dus heel nauw. (PDF van gegevens van de vier Schweppes en de samenstelling van de ploegen waarin Heinrich senior en Friedrich Christoph Carl werkzaam waren voor zover onze gegevens strekken)

Op 22 februari 1869, hij was toen 30 jaar oud en al enige jaren brandmeester, trouwde Friedrich Christoph Carl Schweppe in zijn geboorteplaats met Wilhelmine Sophie Henriette Bracht. De meeste Lipper trouwden overigens in de winter wanneer zij een paar maanden thuis waren. Of Friedrich Christoph Carl Schweppe na 1891 nog naar Groningen is gegaan weten we niet. Hij kan toen ook definitief teruggekeerd zijn naar Hagendonop om daar fulltime te werken op zijn boerenbedrijf (Colonat Nr. 23), waarvoor zijn vrouw tot dan toe de zorg zal hebben gehad. In 1927 is hij overleden.

Misschien weten wij ook hoe hij er op zijn oude dag uit zag. In het huis naast dat waar de lepel werd gevonden wordt een foto bewaard, in 1925 gemaakt van de buurman van nr. 70A. Dat was Heinrich Friedrich Deppe (1858-1932), die ook steenbakker is geweest. De onbekende man naast hem zou onze jubilaris kunnen zijn. Ook van hun huizen is een foto bewaard.

Heinrich Friedrich Deppe (1858-1932) rond 1925. Links naast hem wellicht zijn oudere buurman Friedrich Christoph Carl Schweppe (1839-1927) (Collectie Wilhelm Deppe Sr., Donop).

De huizen van Heinrich Friedrich Deppe (1858-1932) (vooraan) en van zijn buurman Friedrich Christoph Carl Schweppe (1839-1927) rond 1910 (Collectie Wilhelm Deppe Sr., Donop).

top