Het milieu

Bezorgdheid om het milieu is zo oud als de steden. Stankoverlast van afval, overlast van ovens, de verspreiding van besmettelijke ziekten vormden een bron van lokale en in het laatste geval soms zelfs van internationale zorg. De atoombommen die in 1945 op Japan werden geworpen, veranderden echter iets fundamenteels: hier was een kracht ontketend die op den duur misschien niet te beheersen viel. De wapenwedloop tijdens de Koude Oorlog bracht het besef dat de hele wereld gevaar liep. En naast de militaire toepassingen van kernenergie veroorzaakte ook het vreedzame gebruik voor de opwekking van electriciteit of de gezondheidszorg het probleem van de opslag van kernafval. In 1972 betoogde de Club van Rome daarnaast dat fossiele brandstoffen en metalen bij onverminderde ontginning uitgeput zouden raken - laat staan bij een toename daarvan door de explosief stijgende wereldbevolking.

De meest prominente beweging die deze waarschuwingen overnam en bundelde, was Greenpeace, ontstaan uit de vredesbeweging in Amerika en Canada aan het begin van de jaren 1970 en wereldwijd bekend geworden door aansprekende acties die een grote publiciteit kregen (231). Ook Greenpeace International koos het IISG als bewaarplaats van haar archief. De beweging was een grote inspiratiebron voor de vele organisaties die zich zorgen maakten om het milieu in de breedste zin van het woord (232). Zowel hun actieradius als hun zorgen breidden zich sterk uit met de val van het IJzeren Gordijn (233). Nieuwe ontwikkelingen lokten nieuwe reacties uit: de productie van genetisch gemanipuleerd voedsel kon gekoppeld worden aan een radicale kritiek op de wetenschap in dienst van een kapitalisme dat de kwaliteit van het leven negeert (234). Zo werden ethische vragen opgeroepen, die niet ophielden bij de mens (235-236), maar al sinds de dagen van de familie Marx nog in de vorm van een spel konden worden gegoten (237-239).