Zuid en Zuidoost-Azië

Omdat het NEHA behalve over Nederland ook materiaal over zijn koloniën verzamelde, bestond er bijna vanaf het begin enige documentatie over Nederlands Oost-Indië, het huidige Indonesië. Dit werd door het IISG later aangevuld met de literaire neerslag van het anti-kolonialisme, dat voornamelijk in socialistische en communistische kring te vinden was. In de jaren negentig werd besloten de activiteiten uit te breiden naar het Zuid-Aziatische subcontinent, dat om tal van redenen interessant is voor de moderne global labour history, zowel intrinsiek als vanwege zijn comparatieve betekenis. In het reusachtige India zelf wordt niet zozeer verzameld als wel steun gegeven aan het verzamelwerk van anderen. De historische wetenschap is er goed ontwikkeld en de belangstelling voor de geschiedenis van arbeid en arbeidsverhoudingen groot. Ook de overeenkomsten en verschillen tussen deze voormalige Britse kolonie en de vroegere Nederlandse kolonie in het zuid-oosten zijn het bestuderen waard.

De verzamelactiviteiten concentreerden zich al snel op (een deel van) de vele sociale bewegingen die er de laatste decennia in Zuid en Zuidoost-Azië zijn ontstaan. Daarbij is van belang dat geschreven bronnen een kleinere rol spelen dan in Europa gebruikelijk was, en meer aandacht moet worden besteed aan oral history. In Indonesië was de val van Suharto in 1998 een keerpunt. Daarnaast onwikkelde het Instituut zich tot een centrum voor de documentatie van de hedendaagse geschiedenis van Birma en van de schendingen van de mensenrechten door de militaire dictatuur. Mede om het verzamelen van Birmees materiaal te vergemakkelijken werd in 2002 een bureau in Bangkok geopend, dat tevens als steunpunt voor de gehele regio dient en daarbij geholpen wordt door correspondenten in Islamabad en Dhaka. Toen werd nog niet voorzien dat Thailand zelf een laboratorium van moderne sociale bewegingen zou worden.