IISG

Studiedag over vrouwen en werk in de vroegmoderne tijd

Vrijdag 28 november 2003, 9.00-19.00 uur
IISG, Amsterdam


zijdespinsters rond 1750 In navolging van de klassieker van Alice Clark, Working life of women in the seventeenth century (1919) geloven vele historici dat de vroegmoderne tijd een 'gouden tijdperk' was voor werkende vrouwen. Zij namen volop deel aan het arbeidsproces en zijn pas later van de arbeidsmarkt verdreven. Het ontstaan van een kapitalistische economie, de industrialisatie en een opkomend huiselijkheidsideaal worden aangevoerd als verklaring voor de verslechtering van de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt. Hier tegenover staan de historici die menen dat de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt op termijn verbeterde. De industrialisatie zou de werkgelegenheid voor vrouwen hebben vergroot, de emancipatie van vrouwen en hun groeiende rol op de arbeidsmarkt zouden ondenkbaar zijn geweest zonder de enorme welvaartsgroei die het kapitalisme met zich meebracht. Weer andere historici leggen de nadruk op continuïteit en wijzen op het altijd overheersende patriarchaat en de marginale status van het werk van vrouwen.
Tegenwoordig worden er vraagtekens geplaatst bij de bruikbaarheid van een analyse in termen van 'verbetering' of 'verslechtering' in het onderzoek naar het werk van vrouwen. Vaak ontbreekt het ons nog aan concrete kennis. Wat weten we eigenlijk over werkende vrouwen in Nederland in de vroegmoderne tijd? Zijn er aanwijzingen dat het werk van vrouwen in Nederland veranderde of is er juist sprake van een opvallende continuïteit? Is het al wel mogelijk algemene uitspraken te doen over de ontwikkeling van de deelname van vrouwen op de arbeidsmarkt? Hoe vruchtbaar is het debat over verandering of continuïteit eigenlijk in ons eigen historisch onderzoek naar de arbeid van vrouwen (en mannen) in de vroegmoderne tijd?

De onderzoeksgroep 'Vrouwen en arbeid in de vroegmoderne tijd' van het IISG nodigt u van harte uit voor de studiedag over vrouwen en werk in de vroegmoderne tijd. Met deze studiedag willen we (lopend) onderzoek naar vrouwenarbeid in de Nederlanden in de vroegmoderne periode inventariseren, onderzoekers de mogelijkheid bieden hun onderzoek te presenteren en onderzoekservaringen uit te wisselen. Bovendien hopen we een discussieplatform te creëren voor onderzoekers die zich bezig houden met arbeid in de vroegmoderne tijd.

Programma

09.00 Ontvangst met koffie en thee

09.30 Ariadne Schmidt, Marjolein van Dekken, Danielle van den Heuvel, Elise van Nederveen Meerkerk, Hilde Timmerman, Presentatie onderzoeksproject 'De arbeid van vrouwen in de vroegmoderne tijd'

10.15 koffiepauze

10.30 Piet van Cruyningen, Vrouwenarbeid in de Zeeuwse landbouw tijdens de Republiek
11.00 Laura van Aert, De kleinhandel als voornaamste tewerkstellingssector in het 16e-eeuwse Antwerpen
11.30 Myriam Everard, Zware arbeid door vrouwen
12.00 Vragen en discussie

12.30 Lunch

13.30 Marco van Leeuwen, Website afbeeldingen van werk
14.00 Annette de Vries, Gheen aerbeyd valt ons swaer en hert, als maer ghewilligh is het hert. (Vrouwen)arbeid in de beeldende kunst van de vroegmoderne Nederlanden
14.30 Vragen en discussie

15.00 Thee

15.15 Annette de Wit, Zeemansvrouwen aan het werk. De arbeidsmarktpositie van vrouwen in Maassluis, Schiedam en Ter Heijde (1600-1700)
15.45 Lotte van de Pol, Arbeid van arme vrouwen in vroegmodern Amsterdam
16.15 Vragen en discussie
16.45 Afsluiting door Jan Lucassen

17.00 Borrel, aangeboden door het IISG

Verslag studiedag

Studiedag Vrouwen en werk De opkomst was overweldigend. Ongeveer 50 personen namen deel aan de studiedag. Het programma was vol en afwisselend, en de sfeer en de discussies waren goed en de aandacht verslapte niet.

Ariadne Schmidt opende de dag met een toelichting op het IISG-onderzoeksproject als geheel. Ook lichtte zij het thema van de dag, continuïteit of verandering, nog even toe. Daarna vertelden de oio's in het project kort iets over hun eigen onderzoek, ook in relatie tot het thema. Het onderzoek van Elise van Nederveen Meerkerk gaat over spinsters in de Republiek, vrouwen en loonarbeid in de textielnijverheid. Marjolein van Dekken presenteerde haar onderzoek over vrouwen in de productie en handel van dranken. Danielle van den Heuvel lichtte het publiek in over haar project, vrouwen in de handel. Hilde Timmerman sloot de presentatie af met haar onderzoek naar vrouwen in de maatschappelijke diensten.

Daarna volgden er drie clusters met lezingen. In het eerste cluster, vrouwen in verschillende sectoren van de economie, spraken Piet van Cruyningen, over vrouwenarbeid in de Zeeuwse landbouw, Laura van Aert over vrouwen in de handel in Antwerpen, en Myriam Everard over vrouwen en zware arbeid (m.n. in de nijverheid). Hierbij deed de laatste spreker een oproep om de 'huiselijkheidsthese' nu eens voor een paar jaar in de kast te bergen als verklaring voor veranderingen in de arbeid van vrouwen in de vroegmoderne tijd. Het tweede cluster was gewijd aan de representatie van arbeid. Marco van Leeuwen maakte een eerste aanzet tot een genderanalyse van het beeldmateriaal dat hij heeft verzameld voor de HISCO-website. Annette de Vries kwam in haar presentatie tot de conclusie dat het beeldmateriaal van beroepsbeoefenaren in de zeventiende eeuw vooral symbool staat voor de verbeelding van de deugdzaamheid van vlijt en arbeid, en niet zozeer een representatie is van de werkelijkheid. Het was interessant om te merken dat beide historici zich weliswaar bewust waren van het belang van de achterliggende bedoeling van de makers van de afbeeldingen, maar dat zij toch beiden een andere kijk hadden op hoe deze bedoeling nu moest worden geïnterpreteerd. Zeggen afbeeldingen over arbeid nu veel of weinig over dat werk zelf?

Het derde cluster was gewijd aan de bestaansstrategieën van vrouwen in de vroegmoderne tijd. Annette de Wit vertelde over haar onderzoek naar zeemansvrouwen, die achterbleven als hun man op zee was, en hoe deze vrouwen voorzagen in hun levensonderhoud. Lotte van de Pol wees de aanwezigen op het belang van allerlei strategieën naast werk, zoals het beheersen van uitgaven, netwerken, maar ook criminaliteit, in de strijd om het dagelijks bestaan van arme vrouwen in Amsterdam. Hierbij werd ook duidelijk dat de rol van de informele economie, die vaak niet alleen om geld draaide, voor vrouwen waarschijnlijk nog belangrijker was dan voor mannen.

Uiteindelijk sloot Jan Lucassen deze volgens hem inhoudelijk geslaagde en leerzame dag af, door het trekken van een aantal grote lijnen en daarmee ook lessen voor het vervolg van het onderzoeksproject. Al is het nu misschien nog te vroeg om echte conclusies te trekken, toch vallen al wel aandachtspunten aan te wijzen die belangrijk zijn voor de analyse van vrouwenarbeid op de middellange en lange termijn. Conjunctuur, consumptie, verarming, instituties en demografie zullen alle een rol hebben gespeeld in veranderingen voor vrouwen op de arbeidsmarkt.

De sprekers kregen als dank, in stijl een 'Vergeet mij niet', een likeurtje dat zeemansvrouwen aan hun man meegaven als zij hem op de kade uitzwaaiden voor hun grote reis. Wat deze dag onvergetelijk maakte was het besef en de geruststelling dat, ondanks de schaarste aan bronnen, die met name voor het opsporen van de arbeid van (getrouwde) vrouwen in de vroegmoderne tijd groot is, met creatief gebruik van de bronnen en het bundelen van informatie uit vele hoeken van historisch Nederland, toch heel veel informatie beschikbaar is en wordt over een, tot voor kort nog weinig onderzocht, aspect van de vroegmoderne economie en samenleving: de arbeid van vrouwen.

Meer informatie:
Ariadne Schmidt, telefoonnummer: 020-6685866

top