Tijdschrift

voor

Sociale

Geschiedenis


26e jaargang 2000, nummer 1

Artikelen

 

Arianne Baggerman en Rudolf Dekker Otto's horloge: Verlichting, deugd en tijd in de achttiende eeuw

Oscar Westers Over eenvoudscultus, mode en hoogdravendheid. Rederijkerskamers en Nutsdepartementen in de negentiende eeuw

Margaret Chotkowski 'Baby's kunnen we niet huisvesten, moeder en kind willen we niet scheiden'. De rekrutering door Nederland van vrouwelijke arbeidskrachten uit Joegoslavië, 1966-1979

Isabelle Devos Te jong om te sterven. De levenskansen van meisjes in België omstreeks 1900

 

Buitenlandse tijdschriften Lex Heerma van Voss

Recensies

Kroniek

Personalia

Abstracts


Abstracts

Arianne Baggerman en Rudolf Dekker Enlightenment, virtue and time in the eighteenth century
In this article the diary which young Otto van Eck kept between 1791 and 1797 is used a source for the study of time awareness in the 18th century. Otto van Eck was the son of a judge, living in a countryhouse near Delft. He was educated according to modern, Enlightened paedagogical ideas. This included the awareness that time should be made usefull, and that life should be ordered according to a strict time-discipline. After a brief discussion of contemporary philosophical ideas about time, and the development and spread of clocks and watches, the time pattern in the diary is analyzed. Among other things, it becomes clear that Otto's awareness of time changes while he grows up.

Oscar Westers On the cult of simplicity, fashion and pompousness. Chambers of rethoric and the Society for Public Welfare in the nineteenth century
During the second half of the nineteenth century, a new type of cultural association developed in Dutch society-life: the chamber of rhetoric declamation. The rhetoricians, as the members called themselves, read aloud poetry and prose and commented upon each other's pronunciation and gesticulation, in an effort to improve their oratorical skills. The roots of these associations can, especially on the countryside, be found in the local divisions of the Society for Public Welfare. While the rhetoricians in their pursuit of a higher standard for declamatory art often lost themselves in mediocre amateur theatricals, the Society for Public Welfare prefered more and more professional speakers. The smaller Society-divisions, with their small estimates, could not afford to arrange these touring public performers and so depended more or less on local rhetoricians. This difference between requirement and practical potential, evoked tensions.

Isabelle Devos Life chances of young girls in Belgium around 1900
Even though women had a strong advantage in terms of life expectancy, mortality of young girls during the 19th century was about 15 to 20% higher than that of their male counterparts. Nearly all European countries were characterised by excess female mortality at childhood and adolescent ages. This only disappeared during the 1930s. It is widely assumed that agricultural change was a key component for the development of this phenomenon. Modernisation of agriculture led to a relative deterioration of the economic position of women and girls, which in turn reduced their share of survival-related resources such as food and health care within the household. Research on Belgium, however, demonstrates that excess female mortality was not an exclusively rural phenomenon, but persisted even with considerable industrialisation and urban development. In this perspective, modernisation did not automatically increase women's opportunities. In this article excess female mortality is analysed as the product of cultural and economic influences on parental behavior and a theoretical framework for the explanation of this phenomenon is constructed.

Margaret Chotkowski The recruitment of female labourers from Joegoslavia, 1966-1979
This article focuses on a particular type of migrants in the Netherlands: the recruited female workers, especially from Yugoslavia (1966-1979). The recruitment of women from the Mediterranean countries, does not coincide with the 'the dominant model of migration' which was recently criticised by Eleonore Kofman (IMR, 33, no 2, 269-299). In my contribution I have made an attempt to refine the ideas of Kofman by comparing the recruitment of female and male workers.

Terug naar overzicht van dit nummer


Personalia

Margaret Chotkowski studeerde sociale geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Leiden. Na haar studie heeft ze (mee ) gewerkt aan een aantal onderzoeken op het gebied van migratie en vrouwenstudies. Ze schreef onder meer 750 jaar migratie naar Delft (Leiden 1996). Thans werkt ze aan haar proefschrift over Italiaanse immigranten in Nederland in de periode 1860-1960. Het onderzoek maakt deel uit van het NWO-pioniersproject 'Determinanten van het vestigingsproces van immigranten' aan de Universiteit van Amsterdam.

Isabelle Devos is historica en demograaf. verbonden aan de vakgroep Nieuwe Geschiedenis van de Universiteit Gent. Zij bereidt momenteel een proefschrift voor over mortaliteit en morbiditeit in Vlaanderen tijdens de achttiende en negentiende eeuw.

Rudolf Dekker is universitair docent bij de Faculteit der Historische en Kunstwetenschappen van de Erasmus Universiteit Rotterdam. Van hem verscheen recent Lachen in de gouden eeuw. Een geschiedenis van de Nederlandse humor (Amsterdam 1997). Hij is onder meer redacteur van de reeks Egodocumenten van uitgeverij Verloren.

Arianne Baggerman is wetenschappelijk onderzoekmedewerker bij het NWO-project inventarisatie van negentiende-eeuwse egodocumenten. Daarvoor was zij verbonden aan de Universiteit van Utrecht, waar zij binnenkort promoveert op: Een lot uit de loterij. Uitgeverij A. Blusse en zoon 1744-1823 (Den Haag 2000). Eerder verscheen van haar onder meer een monografie over de zeventiende-eeuwse schrijver Simon de Vries: En drukkend gewicht (Amsterdam 1993).

Oscar Westers studeerde journalistiek in Tilburg en geschiedenis in Nijmegen. Momenteel werkt hij bij de leerstoelgroep Moderne Nederlandse Letterkunde van de Universiteit van Amsterdam aan een proefschrift over negentiende-eeuwse rederijkerskamers. Het project wordt gefinancierd door het NWO-gebiedsbestuur Geesteswetenschappen. Eerdere publicaties van hem over dit onderwerp verschenen in Literatuur 16 (1999) aflevering 1, en de bundel De as van de Romantiek. opstellen aangeboden bij het afscheid van Willem van den Berg (Amsterdam 1999).

Lex Heerma van Voss is senior onderzoeker bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) te Amsterdam.


Terug naar artikelen overzicht van dit nummer

Terug naar overzicht van het TvSG per nummer

Home