IISG

Inleiding

Het grootste dat ooit door mensenverstand is voortgebracht - zo noemde Adam Weishaupt zijn Orde der Illuminaten, die vaak als de moeder van alle geheime genootschappen wordt beschouwd. Maar over de aard en invloed van zulke organisaties bestaan sterk uiteenlopende opvattingen. Staatslieden van Metternich tot Disraeli en revolutionairen van Buonarroti tot Bakoenin waren overtuigd van het belang en de doelmatigheid ervan. De moordaanslag in Serajevo die de Eerste Wereldoorlog ontketende, werd toegeschreven aan de Zwarte Hand; en de hand van de Wijzen van Zion werd en wordt overal waargenomen. De moderne boekhandel plaatst het onderwerp weliswaar resoluut naast UFO's, wicca en tarot, maar er zijn ook tal van websites die waarschuwen dat 'de geheime genootschappen' (mogelijk onder leiding van de Verenigde Naties) hun weg naar de wereldheerschappij ongehinderd dreigen te vervolgen. Twee bekende tijdgenoten, Osama bin Laden en Dan Brown, hebben de afgelopen jaren voor grote aandacht van de media gezorgd.

Historisch gezien is de term 'geheim genootschap' - in de allitererende vorm die we ook van 'secret society', 'société secrète' en 'geheime Gesellschaft' kennen - niet los te denken van het woelige laatste kwart van de achttiende eeuw en de toen opgang makende samenzweringstheorieën, die door de Franse Revolutie een bijzondere scherpte kregen. De veronderstelde macht en werkwijze van Vrijmetselaars en Jezuïeten vormden de grondslag voor stereotypen die door zowel voor- als tegenstanders werden ontwikkeld en verbreid. Tien jaar na het begin van de Restauratie waren 'de geheime genootschappen' een in Europa algemeen bekend en sterk politiek gekleurd begrip. Koloniale ambtenaren en vroege antropologen exporteerden het in de loop van de negentiende eeuw naar alle uithoeken van de wereld, met onverwachte en soms onaangename gevolgen voor degenen die ermee werden aangeduid. Ook werden in de geschiedenis van godsdienst en wetenschap steeds meer geheime genootschappen ontdekt. Gaandeweg werd het verschijnsel echter toenemend als strijdig met de moderniteit gezien, zodat organisaties die ooit als geheim genootschap waren aangemerkt, uitdrukkelijk begonnen te ontkennen het te zijn.

Zo leggen bepaalde groepen steeds meer de nadruk op de clandestiniteit, het feit dat een vijandige buitenwereld hen dwingt tot heimelijk gedrag - zelfs als dwang niet de enige of belangrijkste grond voor hun geheimzinnigheid is. Deze positie is immers moreel aantrekkelijker dan die van de bewuste geheimhouder, die onuitgesproken redenen heeft om zaken voor zijn medemens te verbergen. En een term als 'ondergrondse verzetsgroep' appelleert ook meer aan hedendaagse noties van rationaliteit dan 'geheim genootschap'. Toch zijn er vele vormen van continuïteit tussen de oude en de nieuwe groeperingen, al was het maar omdat sommige organisatievormen er nu eenmaal goed bij passen. Is de compartimentering van de moderne variant - de opdeling in eenheden die elkaars bestaan of samenstelling niet kennen - echt uitsluitend een verdedigingsmaatregel tegen de politie? Is haar hiërarchische structuur louter bedoeld om de doelmatigheid te bevorderen? Kent ze werkelijk geen initiatierituelen? Is het zuiver toeval dat ze deze en andere kenmerken met vele ouderwetse genootschappen gemeen heeft? Het zijn vragen die minder gemakkelijk te beantwoorden zijn dan op het eerste gezicht kan schijnen, net als de andere vraag waarom de geheime politie soms verrassend veel op haar prooi lijkt.

Geheime genootschappen laten, zelfs als ze niet bestaan, talrijke sporen na: ze roepen immers grenzeloze nieuwsgierigheid op, die vroeg of laat haar neerslag vindt in archieven en bibliotheken. Ook het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis bewaart vele documenten van en over interessante, belangrijke, curieuze en vermeende geheime genootschappen en clandestiene groeperingen van heinde en verre. Een twaalftal illustraties maakt dit in combinatie met historische teksten zichtbaar. Daarnaast vindt men een dozijn van de vele werken uit de wereldliteratuur die tot de verspreiding van het begrip 'geheim genootschap' hebben bijgedragen. En ten slotte wordt een zelfde aantal wetenschappelijke studies over het fenomeen gesignaleerd.

Tekst en samenstelling: Jaap Kloosterman
Hoofdstukken:

Vrijmetselaars
Jezuïeten
Illuminati
Carbonari
Burschenschaften
Grand Firmament
Frankrijk
Duitsland
Rusland
Verenigde Staten
Azië
Voorlopers
In kunstenaarsogen
Literatuur

top